Besluit
De uitvoer, was, net zoals het verbruik van landwijn, afhankelijk van de produktie. In slechte jaren werd er geen wijn uitgevoerd, terwijl er ook minder werd gedronken. In goede jaren kon de wijn echter tot over de grenzen uitgevoerd worden. De Hoegaardse wijn was meer bestemd voor de uitvoer, terwijl de Leuvense wijnen zich meer op de eigen markt concentreerden.
Het verbruik van landwijn was in de eerste helft van de 16de eeuw nog erg belangrijk. Toch merken we dat de wijn vanaf 1560 in toenemende mate concurrentie krijgt van andere dranken. De genadeslag komt er echter pas, wanneer goedkope vreemde wijnen, na het einde van de godsdienstoorlogen, onze gewesten bereiken. In die periode was de wijnproduktie, en dus ook het verbruik, mede door de oorlogsomstandigheden echter reeds drastisch gekrompen.