198
Besluit bij Hoofdstuk III
Hoewel de bronnen voor de studie van het wijnverbruik eerder schaars zijn, vermoeden we dat de landwijn geen volksdrank was. Hoewel minder van kwaliteit, werd de landwijn in de 16de eeuw ook door de meer gegoeden regelmatig gedronken. Bovendien moeten we er rekening mee houden dat het verkeerswezen in de 16de eeuw vermoedelijk nog niet zo goed ontwikkeld was. Dit zou eventueel de verklaring kunnen zijn voor het feit dat het verbruik van landwijn, in 1566 in de priorij van Sint Geertrui, over al de maanden van het jaar het meest regelmatige verbruik kent. Met het uitbreken van de opstand zal de handel in vreemde wijn er niet beter op geworden zijn. Bovendien gaat in deze periode ook de koopkracht van de bevolking zo achteruit, dat ze zich geen vreemde wijnen meer kunnen veroorloven, zodat zowel het verbruik van Rijnwijn als het verbruik van Franse wijn sterk daalt. Toch heeft de vreemde wijn de landwijn, vermoedelijk pas na het einde van de godsdienstoorlogen, verdrongen.