De 16de eeuwse tolrekeningen
2. De 16de eeuwse tolrekeningen
Zoals gezien werd de tol van Rupelmonde in 1484 gesplitst en kwam er een tweede tolkantoor aan de overkant van de Schelde. Toch moest men, ook na 1484, maar éénmaal tol betalen. Schepen die in ‘t Wiel hadden betaald, moesten dus niet meer betalen in Rupelmonde. Het is dan ook logisch dat we in de tolrekeningen van Rupelmonde in de onderzochte periode (1541-1546 en 1551-1553) bijna geen landwijn aantreffen. Enkel in 1541 komt er een schipper langs met 6 amen Hoegaardse wijn.
184
In de rekeningen van ‘t Wiel vinden we wel heel wat Brabantse wijn terug. In bijna alle onderzochte jaren hebben we landwijn teruggevonden. Enkel in 1565, 1568 en 1571 troffen we geen landwijn meer aan. Algemeen zou men kunnen stellen dat de hoeveelheid landwijn vanaf 1563 sterk teruggevallen is. Hoewel we voor de periode 1563-1565 geen opbrengstgegevens hebben, is deze terugval vermoedelijk niet veroorzaakt onder invloed van klimatologische omstandigheden. 1566, 1567 en 1568 zijn immers zeer goede jaren. Waarschijnlijk was de terugval van de landwijnhandel in de jaren ‘60 veroorzaakt door de economische recessie en door de daaropvolgende onlusten.
Voor de rest merken we dat de export van landwijn erg verschilt van jaar tot jaar. Vooral de jaren 1541 en 1545-1549 en 1553-1555 zijn jaren waarop er veel landwijn werd uitgevoerd. Deze jaren worden door de opbrengstgegevens van de ziekenwijngaard ook allemaal bevestigd als zijnde zeer goede jaren.