167
Besluit
Vanaf het laatste kwart van de 13de eeuw worden ook in Leuven meer en meer wijngaarden in cijns gegeven. Toch duurt het nog tot in de 14de eeuw vooraleer de wijnbouw algemeen verspreid is. Vanaf dan krijgen ook de kerkelijke instellingen meer en meer wijngaarden. De Leuvense wijnbouw bereikt in het begin van de 15de eeuw een eerste hoogtepunt. Vanaf de jaren 1430 neemt de wijnbouw echter terug af, om naar een nieuw hoogtepunt te komen op het einde van de eeuw. Vermoedelijk bereikt de Leuvense wijnbouw dan pas haar hoogtepunt. Vanaf 1570 gaat de wijnbouw er echter terug sterk op achteruit. Toch zal het nog tot in het begin van de 17de eeuw duren vooraleer de wijngaarden een zeldzaamheid worden.
Algemeen kan men stellen dat de wijnbouw een economische activiteit was die sterk beïnvloed was door de adelijke heren. Niet enkel de rol die de hertog heeft gespeeld bij de verspreiding van de wijnbouw en de band tussen heer en wijngaard, ook de sterke bescherming van de wijnbouw door allerhande stadsordonnanties kunnen hierop wijzen. Zo wordt zowel de uitbreiding van het aantal wijngaarden als het loon van de wijngaardier door de stad sterk gereglementeerd. Hoewel de wijnbouw in eerste instantie op geen enkele manier belast wordt, gaat de stad op het einde van de 14de eeuw toch over tot het heffen van een accijns op de landwijn. De wijnbouw was dan, door vercijnzing en verpachting, immers reeds ruim verspreid. Toch treedt de stad op, wanneer er teveel akkers in wijngaarden worden omgezet. Ook verzetten de stadsmagistraten zich, op kosten van de stadskas, tegen een veralgemening van de wijntienden.