115
Besluit
De wijnbouw is een vorm van landbouwspecialisatie die vanuit de algemene economische context moet worden bekeken. Zo is er een opmerkelijk verband tussen enerzijds het bevolkingsaantal en de graanprijzen en anderzijds de wijnbouw. Vooral na de demografische recessies van 1360-1380 en 1480-1490 neemt de wijnbouw een hoge vlucht. In deze periodes blijft de landbouwproduktiviteit immers op peil, waardoor de graanprijs daalt. Deze fenomenen deden zich vooral voor na een periode van onrust of oorlog. Na deze periodes van crisis, kreeg de wijnbouw, door de handelsmoeilijkheden en door een vermindering van de bevolkingsdruk, immers meer ademruimte. Eenmaal de bevolkingsdruk echter te hoog werd, werden de wijngaarden terug vervangen door graangewassen.
De weerslag van de godsdienstoorlogen is echter fataal geweest voor de aanwezigheid van de wijnbouw. Waar we na de vorige periodes van onrust, duidelijk een hernieuwde expansie kunnen vaststellen van zowel de bevolking als van de landbouwproduktiviteit, kunnen we na de 16de eeuwse oorlog moeilijk van een heropleving spreken. De vernietigende kracht waarmee de godsdienstoorlog het economische leven trof, is hier waarschijnlijk een verklaring voor. Bovendien doet er zich na deze periode geen daling voor van de graanprijs, integendeel. De oorlog heeft ook het verschil tussen stad en platteland vergroot. Zo merken we dat er na 1570 enkel nog in Leuven en in Hoegaarden intensief aan wijnbouw gedaan wordt. Toch zal ook de Leuvense wijnbouw onder invloed van stijgende loonkosten en strengere winters in het begin van de 17de eeuw verdwijnen.