Besluit bij Hoofdstuk III
De opkomst en de neergang van wijnbouw was dus geen vloeiende beweging. De hoogtepunten van de Brabantse wijnbouw dienen gesitueerd te worden in het begin van de 14de eeuw, in het begin van de 15de eeuw en in het begin van de 16de eeuw. Er zijn binnen Oost-Brabant echter ook verschillen waar te nemen. Zo kent bereikt de Aarschotse wijngaard haar hoogtepunt in het midden van de 15de eeuw, terwijl de Leuvense wijngaard vermoedelijk pas in het begin van de 16de eeuw haar grootste omvang bereikt. Vooral een stijging van de graanprijs en langdurige oorlogsomstandigheden zijn nefast geweest voor de ontwikkeling van de wijnbouw. Pas naar het einde van de 16de eeuw toe, laten ook de loonstijgingen en een mogelijke verkilling van het klimaat zich gelden.