Boek InfoVoorbladInhoudTechniek en verspreidingInleidingTechniekVroege middeleeuwenOost-BrabantInleidingAlgemeenNaar Oost-BrabantDe adelDe kerkDe kleine manBesluitBesluitVoetnotenEconomieLeuvenLandwijn : handel en verbruikAchterblad
De Wijnbouw in Oost-Brabant (Boek I)
Tom Avermaete

79

C. De kleine man

In de loop van de 13de eeuw verdwijnen hofstelsel en onvrijheid, terwijl karweien en andere herendiensten sterk aan belang inboeten. De voortaan vrije boeren kregen hun grond in volle eigendom, mits betaling van een erfcijns aan de heer. Ook de bossen en de gemene gronden werden vanaf de 1200 door de heren en later door de abdijen ingepalmd en geprivatiseerd. Spoedig werden ook deze gronden verpacht267. Het landbouwareaal breidde zich dus niet enkel uit, maar de beschikbare gronden werden ook intensiever bewerkt. Pachters werkten immers voor eigen rekening, waardoor de economie ook meer dynamisme kreeg. Door verpachting kwam dus ook de gewone man in contact met de wijnbouw. Zo treffen we in de 13de eeuwse chartaria van Sint-Pieter, Ter Bank, de Heilige Geest, 't Park en Gempe een zestal wijngaardiers aan : Mattias (1251), Godescalcus (1268), Theodoor, Lodewijk Wambuis, Abel (1296)268, Johannes van Keerbergen, Frank Joerram en Tibode (1301)269. Toch kunnen we stellen dat de rol van de kleine man, zowel in de produktie als in de consumptie van wijn, in deze eerste fase eigenlijk vrij klein was. Hierin zal wel verandering in komen op het einde van de 14de en in het begin van de 15de eeuw, wanneer de Brabantse wijnbouw haar hoogtepunt bereikt.