A. De wijnbouw in het graafschap Vlaanderen
De oudste bekende wijngaard in onze gewesten wordt door Einhart in 815 nabij de St-Pietersabdij in Gent gesitueerd : "Concedimus etiam vobis partem vinee sub ipso monasterio constitute sicut modo determinata est ut a vobis excolatur et fructus ipsius partis ad usus vestros recipiatur; necnon et in silva que vocatur Scheldeholt portionem forestis nostre quam vobis dare jussimus in qua saginari possunt porci tempore glandis plus minus numero quinquaginta". Opmerkelijk hier is dat deze wijngaard waarschijnlijk geen eigendom is van de abdij maar van de graaf. In 939 wordt er op dezelfde plaats immers nogmaals melding gemaakt van een wijngaard. Ditmaal schenkt Arnulf de Oude een pas aangeplante wijngaard, bij de Gentse St-Pietersabdij gelegen, aan de abdij. Indien het in dit geval over identiek dezelfde plaats gaat, is hiermee ook aangetoond dat de wijnteelt in de vroege middeleeuwen nog niet continu aanwezig was. Zeker is dat de vroegmiddeleeuwse inlandse wijnbouw de eigen behoefte niet kon dekken. Zo had Boudewijn IV in de 9de eeuw wijngaarden in Vitry (Vitry-le-François op de Marne ?). En ook de bovengenoemde St-Pietersabdij had in de 10de eeuw nog wijngaarden in de streek van Parijs. Deze abdij was trouwens niet de enige. Immers, net zoals de Brabantse, Luikse, Loonse en Naamse hadden ook talrijke Vlaamse abdijen buitenlandse wijngaarden. En dit zowel aan de Rijn en de Moezel als in de omgeving van Soissons, in de Vermandois of later nog rond St-Quentin. Dat de Vlaamse abdijen, in tegenstelling tot de andere, meer wijngaarden hadden aan de Noordfranse rivieren, is begrijpelijk, daar het graafschap Vlaanderen in de middeleeuwen in Frankrijk gelegen was. Bovendien lag het Franse wijngebied veel dichter dan dat van de Rijn of de Moezel.
Eenmaal in de 12de eeuw begint de wijnbouw zich in Vlaanderen zelf, vooral in de grote steden, op grote schaal te ontwikkelen. Zo wordt Gent in de 12de eeuw door een Arabier reeds omschreven als zijnde omringd door wijngaarden, boomgaarden en rijke akkers. Nochtans zijn de geografische omstandigheden er voor de wijnbouw, in vergelijking met Brabant of Luik, minder goed. Wel lag Vlaanderen, inzake economische ontwikkeling, in de 12de eeuw ver voor op de andere gewesten. Bovendien had de vruchtbare grond ervoor gezorgd dat er zich een verdere landbouwspecialisatie kon voltrekken. Ook waren de Vlaamse steden in de late middeleeuwen uitgegroeid tot de dichtstbevolkte boven de Alpen, hetgeen dan weer de vraag naar gespecialiseerde produkten in de hand werkte.
47
De Vlaamse koopkracht moet ook de wijnhandel gestimuleerd hebben. Het is trouwens niet onwaarschijnlijk dat de Vlaamse handelaars reeds vroeg hun lakens aan de Rijn ruilden voor tonnen wijn. Ook de aanwezigheid van een heerlijk wijnrecht in Vlaanderen zou kunnen wijzen op een zekere traditie inzake wijnhandel. Tegen het einde van de 12de eeuw begon de wijnhandel pas echt te floreren. Zo kregen de abdijen in de 12de eeuw, maar vooral in het begin van de 13de eeuw, al privileges van de graaf, zodat ze onder andere in Rupelmonde minder tol moesten betalen op de wijn die ze in Keulen gingen halen. Later, in de loop van de 13de eeuw, nam ook de handel in Franse wijnen een hoge vlucht.
Toch kunnen we niet stellen dat de plaatselijke wijnbouw in het graafschap Vlaanderen aan de toenemende handel in vreemde wijnen ten onderging. Integendeel, er zijn vermoedens dat de Vlaamse wijnbouw in sommige steden pas op het einde van de 14de eeuw algemeen werd. Zo werd in Doornik bijvoorbeeld betreffende de wijntienden pas in 1386 een akkoord gesloten tussen de stadsmagistraat en het kapittel aldaar. Evenals in Brabant zijn er ook in Doornik in de 16de eeuw nog altijd wijngaarden. In 1452 waren er zelfs nog 3 wijnpersen in Gent : "Item verclaren de vooghden dat zij verstaen hebben dat de weezen ende huerlieder zustere wat rechts hebben in drie perssteene daer men druven mede pleecht te persene, den eenen wezende up Sente Veerelden plaetse ende de II up den Doernaert". Toch kon de Vlaamse wijnbouw niet tippen aan de faam en de omvang van de Brabantse. Bovendien was ook het aandeel van de Vlaamse wijnbouw in de totale economie veel kleiner dan in Brabant.