Artikel 1 : De verspreiding van de wijnbouw naar onze gewesten
Zoals reeds gezegd, stond de wieg van de wijnstok in het Kaukasische gebergte. Toch begon de plant reeds vrij vroeg aan een ware triomftocht langsheen de kusten van de Middellandse Zee. Afgaande op fossiele afdrukken, stellen wetenschappers dat de teelt reeds op het einde van het tertiair het zuiden van Frankrijk bereikt had. Ook elders wijzen archeologische vondsten op een vrij vroege aanwezigheid van de teelt. Zo zou de wijnbouw in 500 v.Chr. reeds beoefend zijn geworden in de streek rond Koblenz. Ook dichter bij huis, aan de oevers van de Maas, zouden vondsten kunnen wijzen op het bestaan van een Keltische wijnbouw. Toch mogen hier geen overhaaste conclusies worden getrokken. Zo maakt Caesar, die toch een aandachtig observator was, nergens in zijn "De bello Gallico" melding van wijngaarden. Sterker nog, over de Nerviërs, die grote delen van het huidige Brabant en Henegouwen bewoonden, zegt hij zelfs dat zij de wijn verafschuwden : "... nullum aditum esse ad eos mercatoribus : nihil pati vini reliquarumque rerum inferri...". De wijn was dus wel al bekend, maar nog onbemind, omdat de drank het moreel van de krijgers zou ondermijnen. Toch zou West-Europa rond het begin van onze jaartelling meer en meer in contact komen met de wijnbouw. Caesar was immers niet alleen gekomen. Hij had ook garnizoenen meegebracht, waardoor de wijnbouw, als onderdeel van de Romeinse cultuur, in onze gewesten verspreid werd. In de Romeinse tijd kende vooral de wijnbouw langs de oevers van de Moezel, die vlakbij de Romeinse verdedigingslinies lag, een grote bloei. Toch werd het succes spoedig een halt toe geroepen door een ordonnantie van keizer Domitianus (68-79). Het werd verboden om nog langer wijngaarden aan te planten in
42
Italië. Tevens moesten de helft van alle wijngaarden in de provincies vernietigd worden. In tegenstelling tot wat sommige auteurs beweren, was deze maatregel niet ingegeven vanuit protectionistische overwegingen. Wel wou de keizer de graanbevoorrading verzekeren. Het valt trouwens te betwijfelen of deze maatregel ook effectief is uitgevoerd. Hoe dan ook, het verbod werd in 282 terug ingetrokken door keizer Probus, zodat de wijnbouw zich weer ongebreideld kon verspreiden. En dit niet zonder gevolg. Zo zou de Parijse wijngaard in de 4de eeuw al enige faam verworven hebben. Toch moet men zich ook hier wachten voor overdrijvingen. Immers, was er in de Romeinse tijd in onze streken in de meest geromaniseerde gebieden reeds enige wijnteelt, het moet haar slechts een kort leven beschoren zijn. De invallen van de Germaanse stammen in de 5de eeuw en de ontwrichting van het economisch systeem zal de wijnbouw immers niet onaangetast gelaten hebben.