Boek InfoVoorbladInhoudTechniek en verspreidingInleidingTechniekInleidingDe teeltKlimaatHet microklimaatHet reliëfLandschapselementenDe grondsoortBesluitVroege middeleeuwenOost-BrabantBesluitVoetnotenEconomieLeuvenLandwijn : handel en verbruikAchterblad
De Wijnbouw in Oost-Brabant (Boek I)
Tom Avermaete

A. Het reliëf

Als men een vluchtige blik werpt op de reliëfkaart van Oost-Brabant, dan valt meteen op dat de heuvelruggen zich loodrecht hebben georiënteerd op het rivierstelsel. De meeste van deze zw-no gerichte heuvels zijn opgebouwd uit ijzerzandsteen96. Om een verklaring te vinden voor dit reliëfpatroon moeten we zo'n zes miljoen jaar teruggaan in de tijd, toen deze heuvels als zandbanken werden afgezet voor de kustlijn. Later werd het land echter opgeheven, waardoor de zee zich in westelijke richting moest terugtrekken. Hierdoor kwamen de zandbanken droog te liggen, zodat de sterk ijzerhoudende zand oxydeerde tot erosiebestendige zandsteen. Door erosie kwamen de heuvels steeds hogerop in het landschap te liggen. Recenter werd dan, vanuit het noord-westen, zand en leem afgezet door de wind. Zo komt het dat de noorderhellingen van deze heuvels meer uit zandleemgrond bestaan dan de zuiderhellingen, waar de ijzerzandsteen meer aan de oppervlakte komt97.
De Brabantse heuvels, vooral diegene waarvan de flanken naar het zuiden afhellen, lenen zich dus uitstekend tot het verbouwen van wijndruiven, omdat zij de teelt beschermen tegen de gure noorderwind en de hele dag door door de zon kunnen worden beschenen. Lager gelegen percelen zijn wel minder geschikt omdat het op die plaatsen harder kan vriezen98.
Het is een grote misvatting dat het reliëf bestand zou zijn tegen de tand des tijds. Als we ons aan de hand van het huidige reliëf een beeld willen vormen van het reliëf in het verleden, dienen we ons rekenschap te geven van een aantal wijzigingen die zich doorheen de tijd hebben voorgedaan. Hebben de laat middeleeuwse steenontginningen misschien al hun sporen nagelaten, de recente afgravingen van bijvoorbeeld de Kesselberg of de heuvels rond Gasthuisberg hebben ware littekens achtergelaten. Bovendien werkt de ontginning op lange termijn erosie in de hand. Een nog grotere hinderpaal tot inleving in het middeleeuwse reliëf vormt wellicht wel de ongebreidelde bouwexpansie. Op zuiderhellingen is het nu eenmaal aangenaam wonen. Een huis komt echter nooit alleen. De moderne mens wil met zijn auto immers tot vlak bij zijn huis kunnen en er komt een oprit, waardoor de helling nog verder wordt afgegraven. Een zuiderhelling mag dan al meer beschenen worden, zolang er bomen in de tuin staan, kan men nog niet zonnen. Gevolg : ook de bomen rond het huis worden gerooid met nog meer erosie als resultaat. Op lange termijn wordt het reliëf dus meer en meer afgevlakt. Bij de historische interpretatie van het hedendaagse reliëf dient men zich er dus van te vergewissen dat de vele "berg"-toponiemen in het verleden niet zonder betekenis waren. Bovendien waren deze bergen niet enkel bepalend voor het landschap, maar ook voor bijvoorbeeld het transport.

36
Kesselberg.jpg
Hoegaarden.jpg