1.2 Klimaatfluctuaties op Korte termijn
Een andere, meer eenvoudige methode voor de klimaatstudie is de "Phénologie". In tegenstelling tot de dendroclimatologie en de gletscherstudie, kunnen met behulp van deze methode ook klimaatverschillen op korte termijn worden vastgesteld. Het basisprincipe van deze methode stelt dat de datum waarop de vruchten rijp zijn, bepaald werd door de temperaturen die de plant ontving vanaf de vorming van de knoppen. Hoe zonniger en warmer deze periode, hoe vroeger de vruchten rijp zijn. Vooral de datum, vanaf wanneer de wijnoogst kon gestart worden, is een belangrijke bron, omdat deze wettelijk werd vastgelegd. Toch moet men er zich van gewissen dat er bij het wettelijk vastleggen van deze datum niet enkel klimatologische, maar vaak ook economische en sociale factoren meespeelden. Verder verschillen de rijpingsdata ook wel van wijngaard tot wijngaard. Toch heeft men voor wat betreft de 19de eeuw kunnen aantonen dat er een sterke, zoniet perfecte, correlatie bestaat tussen enerzijds het begin van de wijnoogst en anderzijds de gemiddelde temperatuur van april tot september.
Als men nu de 18de eeuwse graanprijzen bestudeert, kan men ook daaruit klimatologische gegevens afleiden. Een koude, natte zomer is immers eerder nefast voor het rijpen van de granen, hetgeen aanleiding kan geven tot hoge prijzen, en vice versa. Wel is er bij de wijnbouw een grotere correlatie vast te stellen tussen enerzijds een zachte lente en een warme zomer en anderzijds overproduktie met als gevolg lage wijnprijzen.
In de 17de eeuw kan men in sommige wijngaarden een verlating van de begindatum van de wijnoogst bemerken. Men zou hieruit kunnen afleiden dat het klimaat afkoelde. De verlating van de wijnoogst had echter niets te maken met een klimaatsverandering, dan wel met een verandering in de wijnbouw. Door de druiven later te oogsten bevatten deze namelijk meer suiker. In sommige streken wordt daarentegen een vervroeging van de wijnoogst vastgesteld, die
31
gepaard gaat met een daling van de kwaliteit en een grotere verspreiding onder brede lagen van de bevolking van de wijn. Ook in het Leuvense doet zich in het midden van de 16de eeuw een vervroeging van de pluk voor, in die mate zelfs dat de stad zich genoodzaakt voelt ordonnanties uit te vaardigen om alzo de wijnkwaliteit te beschermen.