Boek InfoVoorbladInhoudTechniek en verspreidingInleidingTechniekInleidingDe teeltDe wijnstokDe teeltAanplantenNajaarVoorjaarOogstKlimaatHet microklimaatBesluitVroege middeleeuwenOost-BrabantBesluitVoetnotenEconomieLeuvenLandwijn : handel en verbruikAchterblad
De Wijnbouw in Oost-Brabant (Boek I)
Tom Avermaete

19

2. Het najaar

In het najaar dienden de wijngaarden gesnoeid te worden. Over de wijze waarop men snoeide weten we eigenlijk maar weinig. Volgens Lindemans zou het snoeien geschieden zoals het in het begin van deze eeuw in de streek van Hoei werd gedaan. Bij deze werkwijze, die men ook in de Champagneregio toepaste, laat men de wijnstok niet uitgroeien tot een struik. In het najaar worden alle ranken weggesnoeid, behalve één, namelijk de hoogste. Deze rank kon dan gezonken of ingelegd worden20. Over dit inleggen lezen we bij Van der Groen het volgende : "Wijngaerden worden door inlegginge in februario voort-geteelt / en worden haere een-jarige rancken oft looten die bij de aerde staen in de aerde in geleyt gelijck als op de plaet figure 3. vertoont wordt / men set oock wel een mantje met aerde / ende leyt de ranck daer door / om als hij daer in gewortelt is / met het mantje met de aerde te verplanten / om alsoo den wijngaert te verplanten / met de minste hindernis"21.
Inleggen.jpg

20
Met het zinken of het inleggen van de wijngaarden bedoelt men het horizontaal ingraven van de onderste ranken. Dit gebeurde als volgt : eerst groef de wijngaardier naast de wijnstokken een greppel, waarin de ranken met houten haken bevestigd werden. Vervolgens werd de greppel terug gevuld met vette aarde en stalmest, zodat de ingegraven ranken alleen nog maar met hun kopjes boven de grond uitstaken. Als deze ranken dan na enige tijd wortel schoten, werden zij van de moederplant gescheiden. Elk jaar werd een bepaald deel van de wijngaard gezonken zodat deze systematisch verjongd werd. De wijndruiven waren dus afkomstig van jonge, volwassen en oude stokken, wat naar het schijnt de beste wijn gaf
22. Het zinken gebeurde in de herfst, na de oogst : "Den wingerde voirs soe heeft die voirs rentmeester betaelt van dat sy gesoncken hebben in mijne voirs heren wingert te Loeven ... in dander, inde derde ende inde vierde weke vande maent van novembre XIIII XII ende in dyerste, in dandere ende inde derde weke vanden maent van december derna volgende int selve jaere"23.
Door deze bewerking kon men ook de rampspoedige gevolgen van een strenge winter voorkomen. Want, indien het bovengrondse uiteinde van de rank bevroren was, kon men op het ingegraven deel nog altijd wel een oog vinden, zodat de wijnoogst niet geheel verloren was.