Boek InfoVoorbladInhoudDe dorpsgemeenschap Bekkevoort : De politieke organisatie in de Nieuwe Tijd.BibliografieOude Leeuwse huisnamenEllendighen staet van den dorpe van Goidsenhoven affgebrandt Anno 1568Mededeling : ErfgoeddagAchterblad
Oostbrabant 2004-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

1

De dorpsgemeenschap Bekkevoort : De politieke organisatie in de Nieuwe Tijd.

In de Nieuwe Tijd bestond het gezag uit twee machten, namelijk de wereldlijke en geestelijke macht. Op wereldlijk vlak behoorde het dorp Bekkevoort tot het Land van Zichem, dat op haar beurt deel uitmaakte van het hertogdom Brabant met Leuven als hoofdstad. De heerlijkheid Zichem omvatte de dorpen Bekkevoort, Houwaart, Miskom, Molenbeek, Nieuwrode, Tielt, Waanrode en Wersbeek.
Het gebied ontstond toen Jan I, hertog van Brabant het in 1284 schonk aan zijn broer Godfried van Vierson. Toen deze laatste sneuvelde in de Guldensporenslag van 1302, erfde zijn dochter Elisabeth van Brabant, gehuwd met graaf Gerard van Kleef en heer van Gulik, een deel van zijn bezittingen, onder andere het Land van Zichem. De heren van Gulik verkochten het land in 1358 aan Reinout I van Schoonhoven (1). In 1413 kwam het uiteindelijk terecht bij de heren van Diest doordat Reinout II van Schoonhoven, zoon van voornoemde Reinout I, het Land van Zichem in 1398 verkocht aan Thomas II van Diest. Deze stond het gebied af aan zijn kleindochter Johanna, die huwde met Jan van Loon, heer van Heinsberg. Zijn erfgename huwde met Jan Van Nassau, en diens dochter huwde met Willem van Gulik, die Zichem en Diest met Engelbrecht van Nassau zou verruild hebben in 1499 (2). Hierdoor kwam ook Bekkevoort in handen kwam van het huis Oranje-Nassau, dat onze streek bezaten tot aan de Franse Revolutie (3). Dat de prins van Oranje aan het hoofd stond van de heerlijkheid Bekkevoort, blijkt duidelijk uit volgende vermelding, gedateerd van 9 maart 1742: Dat dit dorpe van Becquevoort ende het dorpe van Wersbeeck is staende onder eenen ende den selven hooftofficier ende opperheer den prince van Orangien, soo dat in alle gevalle geen regard soude moeten genomen worden op de dienaers mits de dienaers alte mael staen onder de iurisdictie van den selven opperheer ende sijnen hooftofficier, ... (4).
Het dorp Bekkevoort werd in de Nieuwe Tijd bestuurd door de schepenen, die zetelden in de schepenbank, en hierin werden bijgestaan door de griffier. De functie van meier, de feitelijke bestuurder van het

(1)
CLAES, Bijdrage tot de toponymie van Bekkevoort, 223.
(2)
HASQUIN, Gemeenten van België, 1286 – 1287.
(3)
VERHAEGEN, Waanrode van ca 1670 tot 1795. 14.
(4)
AR LEUVEN, Schepengriffies, nr 169.

2
dorp, werd te Bekkevoort in de Nieuwe Tijd niet aangesteld. De bronnen die spraken over een ‘meier’ of stadhouder verwezen steeds naar de bestuurder van het cijns- of laathof waaraan die persoon verbonden was.
Als bestuurlijke instelling in het dorp vond men in de eerste plaats de schepenbank. De schepenen die de schepenbank vormden, stonden in voor de rechtspraak en werden bijgevolg geregeld aangeduid als ‘schepenen rechtsgeleerden’. In de 16de en 17de eeuw had men hiervoor nog geen apart gebouw, en vonden de zittingen plaats in het Hof van Wange. De schepenen werkten in dienst van de commandeur en werden aangeduid met ‘schepenen van het hof van Wange’. Later vergaderden de schepenen in de gelagzaal, een aparte kamer in de herberg die tot hun beschikking stond. In de eerste helft van de 17de eeuw werden er al rechtszittingen gehouden in de herberg de ‘Croon’, onder andere op 12 juli 1629: sitdach tot Beckevoirt in de Croene (5). De schepenen werden in de regel door de heer van de heerlijkheid aangesteld en behielden hun functie gedurende meerdere jaren. Kandidaat-schepenen moesten aan een aantal voorwaarden voldoen om benoemd te worden tot schepen. Zo moest men onder andere meerderjarig zijn, rooms-katholiek en mocht men geen oneerbaar beroep uitoefenen. Gewoonlijk waren er 7 schepenen, alhoewel kleine heerlijkheden (zoals Bekkevoort) vaak over een onvolledige schepenbank beschikten. Ook dienden niet alle schepenen bij elke rechtszitting aanwezig te zijn. De zwaardere misdrijven en vergrijpen vereisten immers een grotere jury dan kleine administratieve regelingen. Aan het ambt waren ook verplichtingen verbonden. Zo moesten zij hun ambt persoonlijk uitoefenen en in Bekkevoort resideren. Zij moesten onpartijdig zijn en konden beboet worden voor hun afwezigheid wanneer hun aanwezigheid vereist werd. De vergaderingen werden voorgezeten door de president-schepen of eerste schepen, ook burgemeester genoemd (6). Hij oefende de taken uit van een dorpsofficier of meier. Volgende personen oefenden gedurende vele jaren de functie van president-schepen uit: Joannes Van Even tussen 1777 en 1780, Germijn Janssens tussen 1784 en 1792, en Peeter Janssens in 1794. Opvallend is dat op het einde van de 18de eeuw de schepenen gelijkertijd verschillende taken konden uitoefenen. Zo werd Joannes Van Even, schepen tussen 1769 en 1780,

(5)
AR LEUVEN, Schepengriffies, nr 5932.
(6)
VAN UYTVEN, De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Brabant en Mechelen tot 1795, 722 – 723.

3
geregeld in de bronnen vernoemd als uitbater van de herberg ‘St. Huybrecht’ (1773) en als kasseivervoerder (1780). Dit combineerde hij met zijn taak als schepen van het dorp. Ook Jan Swinnen was herbergier op het moment van zijn ambtelijke functie in 1755
(7). Anderen waren tegelijkertijd schepen en pachter, zoals Peeter Marchiaux en Guilliam Genoe in het midden van de 18de eeuw (8). Vaak werden die personen tot schepen verkozen die reeds een andere functie van aanzien vervulden of vervuld hadden in de parochie. Bijvoorbeeld Jan Cuypers, Heilige Geestmeester tussen 1732 – 1734, was in deze jaren eveneens schepen. Waarschijnlijk werden reeds voordien verschillende functies door eenzelfde persoon beoefend, maar bij gebrek aan bronnen over de verschillende beroepen en hun beoefenaars doorheen de tijd, is dit niet te achterhalen.
Het oude dorpscentrum van Bekkevoort, getekend door Cornelis Lowis, de huislandmeter van de abdij van Averbode. (1683) Detail uit VAN ERMEN E., Het kaartboek van Averbode, 1650-1680.Cartografische en Iconografische bronnen voor de geschiedenis van hetlandschap van België. Brussel. 1997.
Het oude dorpscentrum van Bekkevoort, getekend door Cornelis Lowis, de huislandmeter van de abdij van Averbode. (1683) Detail uit VAN ERMEN E., Het kaartboek van Averbode, 1650-1680.Cartografische en Iconografische bronnen voor de geschiedenis van hetlandschap van België. Brussel. 1997.


(7)
AR LEUVEN, Officie Fiscaal: Brabantse tellingen uit de 18de eeuw, Microfilm 1386, nr. 32.
(8)
AR LEUVEN, Officie Fiscaal: Brabantse tellingen uit de 18de eeuw, Microfilm 1386, nr. 32.

4
Het schepenbestuur werd bijgestaan door een griffier of secretaris die het administratieve werk verrichtte. Hij woonde alle vergaderingen en rechtszittingen van de schepenbank bij, en was “belast met het bijhouden van de rol, het schrijven van dagvaardingen en ander betekeningen, de optekening van getuigenverklaringen, vonnissen, akten en contracten” (9). Hij werd aangesteld door de heer van de heerlijkheid of diens vertegenwoordiger, en werd betaald per geschreven bladzijde. De secretaris van het land van Zichem was tegelijkertijd ook secretaris van het dorp Bekkevoort. In bepaalde perioden beschikte het dorp ook over een eigen secretaris. Dit was dan meestal een van de schepenen die gelijkertijd als secretaris optrad.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de commandeurs van de commanderij, ondanks hun grote aanzien, geen bestuurs- noch rechterlijke bevoegdheid uitoefenden ten opzichte van de inwoners van het dorp. Zij traden hier enkel op als grondheren (10). Wel oefenden ze deze functies uit ten opzichte van de leden van de orde, die een eigen bestuur had. Zij konden enkel voor de rechtbank van deze Orde gedaagd worden. Dit is echter voor de 17de en 18de eeuw niet meer van toepassing, aangezien de commandeurs reeds in de 16de eeuw hun intrek hadden genomen in de commanderij van Bernissem.


(9)
VANHEMELRYCK, Geschiedenis van de instellingen van de Nieuwe Tijd, 133.
(10)
LIEKENS, De kommanderij van de Duitse ridderorde te Bekkevoort, V 1.