Boek InfoVoorbladInhoudKerkhof WaanrodeBroederschap O.L.Vrouw BekkevoortAanvullignen op de bovenstaande lijstEen molenstede in DeurneOnze overledenenSchaffen en DeurneTentoonstelling kunstschatten Begijnhof DiestDagboek onbekende DiestenaarDe PetroleumleurderHeilige-Geestwinning WebbekomGrote Spui aan de DemerTentoonstelling TongerenBoekbespreking bedevaartvaantjes ScherpenheuvelTentoonstelling AarschotPaasmaandag 1988VRAGENBUS: HAARZAKBibliografie van Oost-Brabant (41)Hagelandse woorden : Klodderen, kweddelen, bucht en tuchelPas verschenenAchterblad
Oostbrabant 1988-3
Oostbrabantse Werkgemeenschap

122

DE PETROLEUMLEURDER

Het was in de goede oude tijd even na de lste Wereldoorlog, toen nog weinige huizen in onze stad en omliggende voorzien waren van gas- of elektriciteitverlichting. Onze grootouders hadden 's avonds een petroleurnlarnp om de huiskamer te verlichten. De lamp werd in het midden van de keukentafel gezet, en alle gezinsleden schaarden er zich omheen. Het was maar een povere verlichting, juist voldoende voor degenen die rond de tafel zaten, doch de mensen van toen wisten niet beter en waren met deze verlichting tevreden. Sommige huizen waren al verbonden met het gasnet van de stad, en de rneest gegoeden verlichtten hun woonkarners met elektriciteit.
Persoonlijk heb ik in mijn kinderjaren de verlichting zian evolueren. In 1921 werden we aangesloten op het gasnet, en in 1925 installeerde mijn oudste broer, die elektricien van beroep was, een elektrische leiding in de huiskamers. Enkele dagen later werden we aangesloten op het elektrische net, en... onze huiskamer baadde in een zee van licht. Mijn ouders waren er echt gelukkig mee. Vader kon 's avonds zijn dagblad lezen terwijl hij achter de kachel zat, en moeder breidde er lustig op los.
Het was in mijn prille jongensjaren dat "Rikus Petrol", alias Henri Jacquemeyn, in Diest en omgeving met zijn "petrolkar" de mensen kwam bevoorraden met de noodzakelijke brandstof. De kar van Rikus was geen gewone alledaagse kar, maar speciaal gebouwd om met petroleum te leuren. Ze werd getrokken door een paard en de bok waar Rikus opzat was overdekt om de voerder te beschermen tegen alle weer en wind. Achter de bok was een koperen ton van ongeveer 200 liter gemonteerd, voorzien van de nodige tapkraan. Onder aan de tapkraan was een koperen emmer opgehangen aan een haak, om de petroleum uit de lekkende kraan op te vangen.
"Rikus Petrol" had een vaste verkoopronde opgebouwd, op maandag en dinsdag deed hij de stad aan, de andere dagen van de week besteedde hij aan de gemeenten rond Diest.
Met een klein koperen klokje, dat aan de bok van de kar was opgehangen, verwittigde Rikus zijn klienteel van zijn komst. Met bidons, blikken, kruiken, flessen, met alles wat bruikbaar was om petroleum in op te slaan, kwamen de huisvrouwen hun voorraad ophalen voor de ganse week.
Toen Rikus zijn pensioenleeftijd had bereikt, nam zijn zoon Frans de zaak over. In Diest en omstreken kreeg hij evenals zijn vader de passende toenaam van "Swa Petrol". Die bijnaam deerde hem geen zier, als hij maar petroleum verkocht! Maar de tijden veranderen, en natuurlijk ook de aard van de verlichting in de huizen. Het petroleumverbruik verminderde zienderogen, bijzonder bij zijn klienteel in de stad, zodat zijn stadsronde nog maar amper een halve dag bedroeg. In de gemeenten buiten Diest was de verkoop nog steeds min of meer goed te noemen. Doch enkele jaren voor de 2de Wereldoorlog gaf "Swa petrol" er de brui aan, de verkoop van petroleum loonde niet meer zoals vroeger.

123
Een neef nam de petroleumhandel over, reed tijdens de oorlog nog een paar jaar met zijn "petrolkar" rond. Winstgevend was deze "comerce" allang niet meer en wijselijk liet hij de zaak varen. Als in deze moderne tijd Henri Jacquemeyn nog zou rondleuren met zijn petroleumkar, zouden mensen hem niet meer "Rikus Petrol" noemen, maar doodgewoon "de petrolboer".
Wat er met de petroleumkar en de prachtige koperen ketel gebeurd is, zullen wij wel nooit weten. Maar een zaak is zeker, de petroleumkar van wijlen "Rikus Petrol" zou zeker een pronkstuk geweest zijn in een museum!
Frans LOIX