123
Herkomst van een dialectwoord : Plastron
In de Vlaamse dialecten is het Nederlandse standaardwoord das (als aanduiding van een kledingsstuk) nagenoeg onbekend. Om het voorwerp aan te duiden, worden de termen kravat en, vooral in de Brabantse dialecten, plastron (vaak met nasale klinker) gebruikt . Bij dit laatste woord willen we even blijven stilstaan.
Volgens een in het Leuvense bekende volksetymologie komt plastron van "platte str...", een etymologie maar zowel in klank- als betekenisopzicht een reukje aan is. De nasale klinker van het woord wijst duidelijk in de richting van het Frans, en zo kunnen we direct de band leggen met het Franse plastron, voor het eerst geattesteerd in 1492 met de betekenis "borstbeschermend deel van de wapenuitrusting . Het Franse woord, zelf een ontlening aan het ltaliaans (plastron komt van It. piastrone "maliënkolder") , heeft later de algemene betekenis gekregen van "onderdeel van het/een kledingsstuk dat de borst bedekt" : zo spreekt men van de plastron de chemise (betuigd vanaf het einde van de 19de eeuw, met de betekenis "voorzijde van het hemd"). Een specifieke toepassing (vanaf de 17de eeuw betuigd) vindt men in de vakterminologie van de schermsport : hier duidt plastron het opgevulde lederen lapje aan dat de schermers op de borst dragen. Zowel vanuit deze algemene als vanuit de vakterminologische betekenis van het Franse plastron
Zie E. Littré, Dictionnaire de la langue française, t. III, Paris, 1883, p. 1155; E. Huguet, Dictionnaire de la langue française du seizième siècle, t. VI, Paris, 1956, p. 21; P. Robert, Dictionnaire alphabétique et analogique de la langue française, t. V., Paris, 1962, p. 387. Voor een beknopte etymologische beschrijving, zie O. Bloch - W. von Wartburg, Dictionnaire étymologique de la langue française, Paris, 1950 2, p. 468.
| (1) | Het woord plastron ontbreekt vaak in de Vlaamse dialectwoordenboeken (de verklaring hiervoor valt meestal te zoeken in het feit dat leenwoorden uit het frans niet tot de authentieke dialectwoordenschat worden gerekend); voor twee recente uitzonderingen, zie H. Diddens, Woordenboek van het Mechels dialekt, Mechelen, 1986, p. 274 en A. Stevens, Tungërsë Diksjënêer. Woordenboek van het Tongers, Tongeren, 1986, p. 447. Vermelden we nog dat het Franse cravate (voor het eerst betuigd in 1651) een vervorming is van het woord croate : de term duidde het lint of de band aan die mannen (en soms vrouwen) rond de hals droegen, naar analogie met de linnen band die de Croatische ruiters om de hals droegen. |
| (2) | Zie E. Littré, Dictionnaire de la langue française, t. III, Paris, 1883, p. 1155; E. Huguet, Dictionnaire de la langue française du seizième siècle, t. VI, Paris, 1956, p. 21; P. Robert, Dictionnaire alphabétique et analogique de la langue française, t. V., Paris, 1962, p. 387. Voor een beknopte etymologische beschrijving, zie O. Bloch - W. von Wartburg, Dictionnaire étymologique de la langue française, Paris, 1950 2, p. 468. |
| (3) | Voor de etymologie van het woord, zie M. Cortelazzo - P. Zolli, Dizionario etimologico della lingua italiana, t. IV, Bologna, 1985, p. 921 (s.v. piastra). |
124
en het voorkomen van de term plastron de chemise, begrijpt men de toepassing van het woord op het kledingsstuk jaarvoor het Nederlands het woord das gebruikt : de plastron is immers een kledingsstuk dat (gedeeltelijk) de borst bedekt.
Pierre SWIGGERS
(Nationaal Ponds voor Wetenschappelijk Onderzoek)