Een van de oudste windmolens van de streek
Toen Hendrik van Hove in 1231 zijn testament maakte, stond er dus een molen bij het Hof ten Hove. Wij menen te mogen stellen dat het om een windmolen ging. Bij afgravingswerken aan de Stakenborgheuvel rond 1880 ontdekte men er inderdaad funderingen
75
en overblijfselen van een houten windmolen. Daar sedert de zeventiende eeuw op die plaats geen enkele konstruktie meer heeft gestaan, moet dus die verdwenen molen minstens gedateerd hebben van voor die tijd . Heel waarschijnlijk gaat het hier om de molen vermeld in het testament van 1281. Dat deze laatste een watermolen zou geweest zijn, is anderzijds onwaarschijnlijk. De Molenbeek, die aan het Hof ten Hove voorbijkomt, is een waterloopje met zwak debiet. Om er een watermelon aan te drijven ware het graven van een uitgestrekt opstuwbekken nodig geweest voor het opzamelen van de nodige waterkracht. Zulke graafwerken zouden bijna onvermijdelijk sporen hebben nagelaten in het terrein, wat niet het geval is. Een voorbeeld van die aard hebben we to Lubbeek zelf, op dezelfde beek, aan de Molendries. Daar bestond, eveneens in de dertiende eeuw, een watermolen. Hij werd "net Pismoleken" genoemd, wegens het zwak debiet van de beek. Alhoewel de molen reeds eeuwen verdwenen is, van diens grote stuwvijver tech herkent men de omtrek nog goed in het landschap .
Indien het werkelijk om een windmolen ging, mogen we zeggen dat Lubbeek een van de oudste van de streek heeft gehad. Men neemt inderdaad aan dat de windmolens hier pas geimporteerd werden met de kruistochten. De oudste windmolen in het land zou dateren van 1040. Pas tegen het einde van de vijftiende eeuw kwam de volle doorbraak van het malen met windkracht. Watermolens daarentegen zouden hier reeds in de derde eeuw van onze tijdrekening binnengebracht zijn door de Romeinen .
| (7) | Zie voetnote 2. |
| (8) | C. Wolfs en F. Scheys, Driesen te Lubbeek, Oost 1982 nr. 4, blz. 265. Op te merken oat. bij de Wauwerdries in 1443 ook reeds een windmolen stond (o.c. blz. 274). Lubbeek was dus van oudtijds goed bedeeld. |
| (9) | G. Kockelberg, Ons Molenheem (brochure 4M, 1983). |