De argumenten worden afgewezen
Het K.B. waarbij aan het Hospies en het Armbureel machtiging werd verleend om de legaten in ontvangst te nemen, word ondertekend door Leopold II en tegengetekend door de Minister van Justitie, T. De Lantsheere, op 1 oktober 1872. Het bezwaar van de familie word afgewezen omdat deze machtiging geen nadeel kon veroorzaken aan de mogelijkheid der vertegenwoordigers van de overledene om to onderwerpen aan het oordeel der rechtbanken hetzij de kwestie van de eigendom van het onroerend geed bestemd voor de ouderlingenhospies hetzij elke andere kwestie betreffende de schuldvorderingen ten laste van de nalatenschap. Men nam ook in aanmerking dat de wettelijke erfgenaam langs vaderszijde niet gereklameerd had en de ondertekenaars van het verzoekschrift langs moederszijde zich in een welgestelde situatie bevinden en er in de gegeven omstandigheden geen reden aanwezig is die een afwijking van de wil van de erflater zou rechtvaardigen.