Boek InfoVoorbladInhoudDe XIII-maal bedevaart te HakendoverOproep : VolksgerichtenLokalisering van toponiemenKattestraat en KabbeekMoord te Tienen in 1804Carolus VervoortDe familie CoxHet testamentArmenzorg te DiestFortuinDe argumenten worden afgewezenInstemming der familieDankbaarheidEen Oostbrabants Dialectoloog : J.L. Pauwels.Tentoonstelling WezemaalHof Ten Hove LubbeekPastoors, geestelijken en kloosterlingen te HakendoverOproep : Het weer in het verledenKon(d)eminneOverledenGroen landHagelandse woorden : Knoesel, Kroesel en KronselAchterblad
Oostbrabant 1986-2
Oostbrabantse Werkgemeenschap

Armenzorg te Diest

Men zal zich afvragen hoe het komt dat de erflater twee openbare instellingen als begiftigden heeft aangesteld in zijn testament.
Daarom een woordje geschiedenis.
Tijdens het Directoire (1795-1799) vaardigde de Franse Overheid wetten uit die de armenzorg moesten regelen : enerzijds het burgerlijke hospies (plaats waar de hospitalisatie verstrekt werd), ook de burgerlijke godshuizen genoemd, en anderzijds de armburelen of burelen van weldadigheid.

63
Aldus bestonden deze beide instellingen te Diest. Alles was natuurlijk Frans en de beide instellingen droegen als naam : "Les Hospies" en "le Bureau de Bienfaisance".
De wetgeving op de openbare onderstand bestond uit onsamenhangende decreten uit het Directoire, het Keizerrijk en het Hollandse Bewind.
Daar deze instellingen en de wetgeving niet meer beantwoordden aan de noden van de tijd, werden ze afgeschaft door de wet van 10 maart 1925 "op den openbaren onderstand".
Van toen af kwamen de commissies van de openbare onderstand in de plaats van de beherende commissies der burgerlijke godshuizen en de burelen van weldadigheid. Het vermogen van de burelen van de burgerlijke godshuizen en dat van de burelen van weldadigheid werd verenigd zonder dat deze samenvoeging de verworven rechten en de wettelijk gevestigde bestemmingen van de goederen tekort mocht doen (art. 2 van de wet van 10 maart 1925).
Doch zoals boven gezegd, ten tijde van het legaat bestonden de beide instellingen te Diest, vandaar dat de erflater zijn fortuin aan elk voor de helft verdeeld had.