56
MOORD TE TIENEN IN 1804
J. SCHENKEL uit Tienen bezorgde ons een fotokopie en ean vertaling van een overlijdensakte, met een proces-verbaal waarin de omstandigheden van het overlijden uitvoerig beschreven werden, gedateerd de llde fructidor van het jaar XII (= 29 augustus 1804). We publiceren hier de fotokopie en de vertaling van de overlijdensakte, met de vertaling van het proces-verbaal.
Elisabeth imbrechts
oud 87 jaar 7 maanden
twee dagen
OVERLIJDENSAKTE
Gemeente Tienen
Gemeentelijk arrondissement Leuven
De elfde dag van de maand fructidor van het jaar twaalf der Franse Republiek
Overlijdensakte van Elisabeth Imbrechts overleden dag der maand Fructidor te uur, spinster van beroep, oud zevenentachtig jaar, geboren te Haeght, departement van de Dijle, wonende te Tienen, Verenigingsplein, ongehuwd, dochter van Jan Imbrechts en Maria van Loop, echtgenoten, op verklaring voor mij gedaan door Citoyen Jacques Godefroid Molinet, oud vierenzeventig jaar, wonende te Tienen, helper-huidvetter van beroep, die verklaard heeft verzekerd te zijn van de dood van de overledene en door Citoyen Pierre delescaille, oud tweeenzeventig jaar, wonende to Tienen, schoenmaker van beroep, die verklaard heeft verzekerd te zijn van de dood van de overledene en hebben met mij ondertekend (w.g.)
J.G. Molinet
P. de lescaille
Vastgesteld door mij Lieven Michiels, adjunkt-burgemeester te Tienen, waarnemend ambtenaar van de burgerlijke stand, ondergetekende, die mij vooraf heb begeven naar de plaats van de woning, waar ik mij heb verzekerd van de moord
(w.g.)
L. Michiels
adjunkt-burgemeester
| (1) | Zoals elders in dit nummer meegedeeld, overleed ons lid Jan Schenkel op 27 november, drie maanden nadat hij ons deze bijdrage had bezorgd. |
57
 |
|
Acte de dèces
|
58
Ten jare twaalf op de negende fructidor, wij Philippe VAN NERIM, vrederechter van het tweede arrondissement van het kanton Tienen, er door de bevolking van verwittigd dat Elisabeth imbrechts, jongedochter, in de tachtig jarer. oud, een natuurlijke of gewelddadige dood was gestorven, vermits sinds zaterdag de zevende fructidor rend elf uur 's morgens niemand haar nog had gezien en dat haar deur gesloten bleef, alhoewel zij die altijd op een kier liet staan, hebben ons rond elf uur 's morgens, vergezeld van de politiecommissaris van doze stad en de slotenmaker Jacques Debaus begeven naar het huis dat genoemde imbrechts bewoonde in het Begijnhof van deze stad en nadat genoemde slotenmaker de buitendeur had geopend zijn wij in de keuken gekomen en hebben er het lijk van de genoemde imbrechts gevonden in haar gewone kleding, uitgestrekt op de vloer en badend in haar bleed en op hetzelfde ogenblik bemerkten wij dat haar keel was overgesneden; daarop hebben wij onmiddellijk de heren Melchior Persin, geneesheer en Jean Henri Vervoe, chirurgijn, beiden wonende in deze stad, uitgenodigd tot de lijkschouwing over te gaan, wat zij in onze aanwezigheid hebben gedaan. Zij hebben ons verklaard te hebben vastgesteld 1° een hevige kneuzing veroorzaakt door een stomp voorwerp op het rechtervoorhoofdsbeen, ter grootte van een munt stuk van zes pond, 2° een horizontale slag toegebracht op het linker en zijdelings gedeelte van het voorste en bovenste van de keel die tot op ongeveer een streep in het beenderig gedeelte van de halswervels was doorgedrongen, waardoor het beendervlies en de spieren beschadigd en de halsslagader doorgesneden was en het strottehoofd grotendeels openlag; 3° een tweede slag in dezelfde richting, op zeer korte afstand van de eerste, die ook doordrong in het beenderig gedeelte van de wervels, maar iets minder diep, die het onderste eind van de halsslagader blootlegde en bijna de hele luchtpijp en zoals de eerste het beendervlies van de beenderen scheidde. Doze laatste twee slagen werden met een snijdend voorwerp toegebracht oat zwaarder was dan een mes. De twee heelmeesters hebben geoordeeld dat de genoemde laatste slagen de dood van Elisabeth imbrechts hebben veroorzaakt.
Na het onderzoek van het lijk hebben wij bevolen dat het onmiddellijk begraven zou worden daar het reeds tekenen van ontbinding vertoonde. Nadien hebben wij bevonden dat de achterdeur en de ramen van het huis gesloten waren. Bijgevolg hebben wij geoordeeld dat de moordenaars waren binnengedrongen door de straatdeur en langs dezelfde weg het huis hadden cerlaten.
Van wat voorafgaat hebben wij huidig proces-verbaal opgemaakt dat voornoemde heelmeesters en de politiecommissaris met ons hebben ondertekend. Het origineel werd getekend M. Persin, geneesheer, J.H. Vervoe, chirurgijn, Van Mechter, politiecommissaris, P. Van Nerim en M. Smets, griffier
Voor eensluidend afschrift
(w.g.) L. Michiels, adjunkt-burgemeester