Boek InfoVoorbladInhoudDe XIII-maal bedevaart te HakendoverOproep : VolksgerichtenLokalisering van toponiemenProbleemstellingEen "fiktief" kadasterplanKorrigeren en kleurenKonkrete toepassingenKistkerkhofBesluit:Kattestraat en KabbeekMoord te Tienen in 1804Carolus VervoortEen Oostbrabants Dialectoloog : J.L. Pauwels.Tentoonstelling WezemaalHof Ten Hove LubbeekPastoors, geestelijken en kloosterlingen te HakendoverOproep : Het weer in het verledenKon(d)eminneOverledenGroen landHagelandse woorden : Knoesel, Kroesel en KronselAchterblad
Oostbrabant 1986-2
Oostbrabantse Werkgemeenschap

3.Korrigeren en kleuren.

Met monnikengeduld moeten alle percelen, binnen het wegennet, eerst in potlood op kalkpapier worden bijgetekend. Daarna overhalen we alle lijnen met Oostindische inkt.
Gewoonlijk zien we percelen in latere tijd versnipperen. Dras
48
Fig. 2 Maquette van Tienen, door Willy Savonet, gebouwd ter gclegenheid van de tentoonstelling "Tienen 1635".
Fig. 2 Maquette van Tienen, door Willy Savonet, gebouwd ter gclegenheid van de tentoonstelling "Tienen 1635".
Fig. 5 Het Kistkerkhof op 24 november 1985. Rechts restant van weg 32. Op de achtergrond de overlaadplaats voor huisvuil, gebouwd door Interleuven.
Fig. 5 Het Kistkerkhof op 24 november 1985. Rechts restant van weg 32. Op de achtergrond de overlaadplaats voor huisvuil, gebouwd door Interleuven.

49
Toestand Klein Kouterken in de 17e-18e eeuw
Toestand Klein Kouterken in de 17e-18e eeuw

50
tische wijzigingen gebeurden onder meer door de aanleg van de Leuvense en Sint-Truidensesteenweg (ca. 1715 en later), en in de 19e eeuw door de aanleg van de spoorweg Brussel-Luik. Met wat geduld kan men de doorgesneden percelen wel een voor cen herstellen. Door gebrek aan materiaal is het echter onmogelijk om de toestand na te gaan voor de grote omheining (1360-70). We merken dan dat heel wat wegen zijn afgeleid naar de stadspoorten, zodat we het oorspronkelijke trace moeilijk kunnen herstellen. Voor plattelandsgemeenten is ervan omheiningen geen sprake, zodat we hier bij de rekonstruktie verder in de tijd terug kunnen gaan.
Eenmaal het fiktieve plan op kalkpapier getekend is, kunnen we gemakkelijk enkele blauwdrukken maken. Dit is interessant als men op een aparte kaart bv. de weiden en akkers wil inkleuren. Om nu de kaart voor toponymisch onderzoek gebruiksklaar te maken, duidden we de eigenaars die veel gronden bezaten telkens met een andere kleur aan. We deden dit voor Tienen met de percelen die toebehoorden aaw de Tiense Armentafel, het Begijnhof, het Kabbeekklooster, het klooster van Barberendaal, het Sint-Jansgasthuis, de leprozerij van Danebroek en het SintLaureisgasthuis. Op deze wijze is al meer dan de helft ingekleurd. De andere eigenaars werden in de percelen bijgeschreven. We gebruikten hiervoor de lijsten van Naveau uit 1754.
Men zal merken dat de gekleurde gedeelten, op weinige uitzonderingen na, kontinu aan dezelfde eigenaars toebehoorden en dit gedurende vele eeuwen. Door deze onveranderlijkheid was het mogelijk om de meeste toponiemen in Tienen exakt te lokaliseren.