Knoesel, kroesel of kronsel
Knoesel komt met: de betekenis "kruisbes" volgens E. Paque (De Vlaamsche Volksnamen der planten. Namen, 1896) voor in een groot deel van Oost-Brabant, in een gebied met als meest ooste1i-ke punten Zichem, Bekkevoort, Molenbeek-Wersbeek, Sint-JorisIvinge, Boutersem en Vertrijk, bijv. ook in Aarschot, Bierbeek, Messelbroek, Rillaar en Wezemaal en op veel plaatsen in de Antwerpse Kempen. Goemans vermeldt het voor Leuven. Volgens mondelinge inlichtingen komt knoesel met deze betekenis ook voor in Houwaart, Lubbeek, Kortrijk-Dutsel, Linden, Lovenjoel en Tielt.
88
Kroesel wordt met dezelfde betekenis door Paque alleen maar vermeld voor Halle-Booienhoven en Belgisch-Limburg. We vinden het echter ook voor Tienen bij Kempeneers, voor de streek tussen Linter, Zoutleeuw en Tienen bij J.F. Tuerlinckx (Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon. Gent, 1886) en voor de streek tussen Tienen en Sint-Truiden bij A. Rutten (Bijdrage tot een Haspengouwsch Idioticon. Antwerpen, 1890). Tuerlinckx geeft nog een figuurlijke toepassing "gin kroesel weäd zijn", niets waard zijn. Volgens mondelinge inlichtingen komt kroesel ook in Hakendover en Hoegaarden voor. Buiten het Hageland wordt kroesel, kroezel voor Hasselt opgegeven door X. Staelens (Dieksjenèèr van 't (H)essels. Hasselt, 1982).
De vormen kronsel, kroonsel, kroosel worden door Schuermans als Limburgs opgegeven, maar kronsel door C.H. Peeters, afkomstig van Schaffen, ook als Oostbrabants (Nederlandsche Taalgids. Woordenboek van Belgicismen. Antwerpen, 1930). Deze laatste vorm ken ik inderdaad niet alleen in mijn eigen Webbekomse dialect, maar volgens mondelinge inlichtingen komt hij ook voor in Testelt, Scherpenheuvel, Bekkevoort , Diest, Molenstede en Loksbergen.
Volgens Pauwels, in zijn bovenvermelde studie over het Aarschotse dialect, zou kroesel, kruisbes (vroeger kroesbezie) een vertaling zijn van de Latijnse naam "ribes uva crispa" (crispus betekent "gekruld, kroes"), te vergelijken met de naam kruizemunt ("mentha crispa"). Kruis of kroes, gekruld, in deze namen slaat waarschijnlijk op de gekrulde blaren van de twee planten. de waarvan ook kroezelig is afgeleid, is verder verwant met de woorden krul en kroos (eendekroos, waterplant).
Pauwels noemt de vorm knoesel een produkt van volksetymologie, uit kroezel ontstaan door aanleuning bij knoesel, enkel. Hot is inderdaad opvallend dat knoesel, kruisbes, alleen voorkomt op plaatsen waar ook knoesel, enkel, bekend is, maar dan niet op al die plaatsen. De vorm kronsel, in Limburg en de streek van Diest, is blijkbaar ook van kroesel afgeleid, maar het is niet duidelijk waarom er een n werd ingevoegd.
Frans CLAES s.j.
| (1) | Deze inlichting komt uit het centrum van Bekkevoort. De bovenvermelde opgave van knoesel te Bekkevoort volgens Paque komt vermoedelijk uit een van de wijken aan de kant van Tielt of Molenbeek-Wersbeek, waar andere dialecten gesproken worden. |