Pastoors te Hakendover
Guillielmus, behoorde tot een zeer rijke familie van Hakendover en is er heel waarschijnlijk ook geboren. Hij wordt vermeld in stukken uit de jaren 1244, 1250 en 1252. In 1250 stond hij zijn rechten op het Begijnhof te Tienen af aan de priesters van dit convent (Miraeus, IV, 529) en stond aan sommige parochianen toe hun kerkelijke plichten te volbrengen in de kerk van het Begijnhof (P.V. Bets, De Geschiedenis der Gemeente Hakendover en van dezer Mirakuleuse Kerk, vijfde uitgave, 1898, p. 57).
Joannes, opvolger van Guillielmus. De overblijvende rechten op het voormelde Fsegijnhof, dat grondgebied was van de kerk van Hakendover, stond hij in 1289 vollediq af aan de priesters van het convent. Men moest hem daarvoor jaarlijks vijf denier Leuvens betalen, twee met Kerstmis, twee met Pasen en een met Pinksteren. Bij het oprichten van iedere nieuwe woning moest men hem een zelfde som uitbetalen (Analectes pour servir a 1'histoire ecclesiastique de la Belgique, IX, 377).
Hendrik Quackelen, samen met zijn koster Leeman vermeld in een notariele akte van maart 1392. Een afschrift van deze akte met datum 12 juni 1399, bevindt zich in het archief van de abdij Maagdendaal te Oplinter, nu in het Rijksarchief to Brussel (K.A. inv. 452).
Jan van Brussel, vermeld in het begin van de 15de eeuw. Zijn broeder, Petrus van Brussel, baccalaureus in de godgeleerdheid en pastoor in de St.-Germanuskerk te Tienen, maakte bij testament in 1441 aan de kerk van St.-Germanus en de armen van Tienen al de goederen die hij van zijn moeder en zijn broeder, de pastoor van Hakendover, geërfd had. Een kopie van dit testament berust in het archief van St.-Germanus te Tienen.
Gerardus van Rivieren, vermeld in een oorkonde van 1514.
Ghibens, pastoor in het begin van de 16de eeuw.
Michel Goyvaerts, vermeld in een stuk van 1559.
Joannes de Kersmaker verenigde in 1586 de kapel van Wulmersum met de ker van Hakendover. Hij verplichtte er zich toe op zon- en feestdagen in de kapel een mis op te dragen (Analectes pour servir l'histoire écclésiastique de Belgique, IX, p. 379).
In 1593 had hij veel te lijden van de Geuzen.
Franciscus Steyls, opvolger van voorgaande, werd geboren in Tienen en overleed in 1646.
Jacobus Leonaerts word tot pastoor benoemd in 1626 en stief op 6 januari 1650.
78
Arnoldus Pieraerts werd ingeleid op 17 augustus 1650. In 1660 liet hij bij boekdrukker Sassenus te Leuven een boek drukken, getiteld "Ben cort, claer ende waerachtich verhael van den oorspronck ende voortganck der stichtinghe, mitsgaenders oock van die ghedurighe devotie der mirakuleuze kercke des Salichmaeckers des wereldts in de parochie van Haeckendover". Dit belangrijke werk werd door de schrijver in het Frans vertaald en had verscheidene uitgaven. Pastoor Pieraerts overleed op 17 april 1693.
Franciscus Cartuyvels. Na negen jaar de parochie Eliksem als pastoor en Ezemaal als deservitor te hebben gediend, werd hij in 1694 tot pastoor aangesteld te Hakendover. De tekst van het boek, door zijn voorganger opgesteld, werd door hem volledig omgewerkt en verbeterd. De eerste uitgave verscheen in 1704 en werd gedrukt door Joannes Jacobs, boekdrukker te Leuven. Pastoor Cartuvvels overleed op 23 januari 1738.
Alexander vander Smissen werd geboren te Leuven op 10 april 1710 en tot pastoor benoemd in 1738. De kerk hing toen af van de abdij van Vrouwenpark bij Leuven. De abdij moest ook voorzien in het onderhoud van de pastoor. In 1619 werd bepaald dat hij jaarlijks 20 mud rogge en 50 florijnen zou krijgen. Bovendien kreeg hij nog 2 broden per familie als cijns en 10 florijnen van de kerkfabriek. Alles bijeen een som van 255 florijnen. Daarvoor moest hij op zondag en driemaal in de week de mis opdragen. Later werd zijn vergoeding op 300 florijnen gebracht. Pastoor vander Smissen beklaagde er zich over dat hij over geen degelijke pastorie beschikte. De eerste pastorie, die in 1705 gebouwd was en naast de kerk stond, was in een erge staat van verval gekomen, zodat ze praktisch niet meer bewoonbaar was. De pastoor deed een beroep op de tiendheffers (belastingontvangers) en de inwoners van het dorp om een nieuwe pastorie voor hem te bouwen. Het kapittel bood dan aan de opbrengst van de goederen, die sinds
40 jaar aan de abdij toekwamen, aan de pastoor te geven als bijdrage voor de bouw van de pastorie. Het voorstel werd ontvankelijk verklaard door de Raad van Brabant, die de pastoor toestond een lening aan te gaan van 4.000 florijnen, waardoor hij de gelegenheid kreeg om een terrein te kopen ter grootte van een dagmaal, met de verplichting dat het gebouw binnen de 9 maanden voltooid moest zijn. De pastorie werd gebouwd naar een plan dat gediend had voor de konstruktie van de pastorie van Elingen bij Halle. De bouw werd voltooid op 25 augustus 1741. Omstreeks die tijd werd Pastoor vander Smissen aangesteld tot landdeken van het dekenaat Tienen. Hij overleed op 10 oktober 1783.
Jan-Baptist Davidts werd geboren te Leuven en tot pastoor benoemd Hakendover in 1784. Hij werd door de Franse Republikeinen gevangen genomen en naar het eiland Ré verbannen, waar hij op 22 februari 1799 aankwam. Na het Concordaat kwam hii uit ballingschap terug naar Hakendover. In 1809 werd hij tot pastoor benoemd te Vossem bij Tervuren, maar onze streek lag hem zo na aan het hart, dat hij er na enige jaren terugkeerde. Hij vestigde zich te Tienen waar hij op 7 februari 1822 overleed. Pastoor Davidts werd te Hakendover begraven.
79
Petrus-Franciscus Waukier werd te Tienen geboren op 19 januari 1769 en tot pastoor benoemd te Hakendover in 1809 en stierf er op 23 maart 1840.
Henricus-Joannes Dominicus Van Aerschodt werd te Leuven geboren op 16 januari 1805. Op 28 augustus 1828 werd hij onderpastoor in de St.-Germanuskerk to Tienen en op 24 juni 1840 pastoor te Hakendover. De uitgaven van Pieraerts en Cartuyvels werden door hem verbeterd en vervolledigd. Hij was een talentvol redenaar. Verschillende van zijn sermoenen werden gedrukt en uitgegeven o.a. ook de lijkrede die hij hield op 18 mei 1872 bij de begrafenis van Mevrouw Charlotte Theresia Mauritiana Loyaerts, geboren Jansens, die overleed op het kasteel te Hakendover op 15 mei 1872. Als helper en trooster van de armen van het dorp was hij erg geliefd. De huidige kruisweg in de kerk werd onder zijn toezicht aangebracht. Hij stichtte de Broederschap van de H. Rozenkrans. De Broederschap van de Goddelijke Zaligmaker word gesticht op 4 november 1701 door Humbertus Guillielmus, aartsbisschop van Mechelen. Pastoor Van Aerschodt stichtte in de kerk zelf een nieuwe broederschap, die op 19 december 1873 door paus Pius IX werd goedgekeurd. Van Aerschodt overleed op 23 februari 1875.
Ludovicus Vranckx werd geboren te Zuurbemde op 1 mei 1831 en tot pastoor gewijd to Mechelen op 18 december 1857. Hij werd leraar aan het Klein Seminarie te Hoogstraten op 1 januari 1858. Op 24 april 1875 werd hij aangesteld tot pastoor te Hakendover. Vroeger was het op Paasmaandag de gewoonte dat de ruiters en de pelgrims rond de kerk gingen, wat veel narigheid meebracht en zelfs gevaarlijk was. Pastoor Vranckx deed een prachtige muur optrekken rend het kerkhof en aan de buitenzijde van deze muur een weg aanleggen. De ruiters doen nu de rondgang langs deze weg, terwijl de pelgrims de weg op het kerkhof gebruiken. De bouw van de kerkhofmuur en de aanleg van de weg heeft aan de kerk een grootser uitzicht gegeven. Bij de uitvoering van dit werk werd hij volledig gesteund en geholpen door de toenmalige burgemeester Henricus Goyens. Deze laatste liet al de straten in de nabijheid van de kerk met kasseien beleggen. Pastoor Vranckx stichtte ook de eerste katholieke school. Deze was gevestigd in het huis nr. 49, achter de kerk, op de plaats die men nu nog "den Dieperik" noemt. "Stanje" Dewaelheyns werd als onderwijzer aangesteld, maar bij de oprichting van de gemeenteschool in 1846 ging hij naar deze instelling over. Pastoor Vranckx overleed op 18 januari 1889 en rust samen met burgemeester H. Goyens onder dezelfde graftombe.
Karel Adriaan Maes werd op 22 juli 1832 te Tienen geboren en tot priester gewijd to Mechelen op 17 december 1859. Na lange tijd onderpastoor geweest to zijn te Langdorp, caerd hij op 21 maart 1879 aangesteld tot pastoor te Ezemaal. Op 28 maart 1889 werd hij overgeplaatst naar Hakendover. In 1895 richtte hij een zangkoor op en stelde het onder leiding van Frans Moortgat (geboren to Opdorp, echtg. Seraphine Ponsaerts). Tijdens zijn ambtsperiode word in 1904, in de Hoolstraat, de "Zustersschool" opgericht. De school wordt beheerd door de Zusters van de Christelijke Scholen van de congregatie van Vorselaar. Pastoor Maes overleed op 27 maart 1908.
80
Jozef Van Hemel, geboren te Morkhoven op 29 mei 1860, liet de kerk in haar oorspronkelijke staat herstellen. Het koorgestoelte en de houten wandbezetting, destijds aan de kerk geschonken door de abdij Maagdendaal van Oplinter, liet hij verwijderen. Het gebouw aan de Processieweg nr. 72, dat men "de Boerenbond" noemt, werd op zijn wens opgetrokken. Hiervoor had de kerkfabriek twee kleine stukken grond aangekocht, die eigendom waren van Karel Fillet en de familie Boyen. Het gebouw werd opgericht in 1910. Het doel van pastoor Van Hemel was tweeledig : ten eerste wenste hij een degelijke bergplaats te hebben voor de processiestukken en de oude kerkmeubelen en ten tweede over zijn eigen vergaderzaal te beschikken. In de oorlog 1914-18 werd het gebouw gebruikt voor de voedselbedelingen aan de inwoners van het dorp. Pastoor Van Hemel ging in 1934 met pensioen. Hij overleed te Kasterlee op 4 juli 1942.
Gustaaf Decaluwé werd geboren te Kester op 15 november 1874 en in 1934 benoemd tot pastoor te Hakendover. Ter gelegenheid van de eerste mis van E.H. Juliaan Roggen op 5 april 1937 richtte hij een gemengd koor op. Tijdens zijn ambtsperiode werd bij Koninklijk besluit van 19 april 1937 de kerk tot beschermd monument verklaard. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gemeentehuis herhaaldelijk beschoten door zogezegde patriotten uit het dorp. Na verscheidene inbraken, waarbij paspoorten en rantsoeneringszegels werden gestolen, vroeg pastoor Decaluwe aan de toenmalige gemeentesecretaris Emiel Weenen, om het archief van de kerk, oat in die tijd nog op het gemeentehuis berustte, naar de pastorie over te brengen. De gemeentesecretaris vond deze maatregel geheel overbodig en beweerde dat het gemeentehuis even veilig was als de pastorie. Maar in maart 1944 gebeurde het. Het gebouw werd in brand gestoken en heel het archief, zowel van de gemeente als van de kerk ging in vlammen op. Een zwaar en onherstelbaar verlies. Pastoor Decaluwé overleed te Hakendover op 25 september 1944.
Ernest Verlinden, geboren te Hoegaarden op 14 december 1888, word tot priester gewijd op 10 maart 1913. Van 31 december 1913 tot 24 september 1921 was hij leraar aan het Klein Seminarie te Basse-Wavre en van 25 september 1921 tot 19 oktober 1944 aan het St.Jan Berchmanscollege te Antwerpen. Op 29 oktober 1944 word hij tot pastoor benoemd to Hakendover. In de linker noorderkruisarm liet hij een dichtgemetseld venster openbreken en er een nieuw glasraam in plaatsen. In de rechter noorderkruisarm, achter het beeld van "Christus op de koude steen", liet hij een glasraam plaatsen ter ere van de gesneuvelde dorpsgenoten in de oorlog 1914-18. Enige jaren na de Tweede Wereldoorlog liet pastoor Verlinden in het koor naast het hoofdaltaar, een altaar oprichten ter ere van O.L.Vrouca, als dank voor de behouden terugkeer uit Duitsland van de krijgsgevangen en opgeeiste parochianen. In 1958 liet hij in de kerk centrale verwarming aanleggen. Pastoor Verlinden werd op 30 april 1960 gepensioneerd en keerde naar Hoegaarden terug, waar hij op 15 december 1976 overleed.
Henri Hoegaerts werd op 2 juni 1916 geboren te Tienen. Voor het vervullen jan zijn legerdienst moest hij op 2 juni 1939 zijn stu
81
dies onderbreken. Bij de medische dienst caerd hij opgeleid tot verpleger. Bij de slag aan de Leie, op 2? mei 1940, daags voor de capitulatie, werd hij door de Duitsers gevangengenomen. Na zes maanden krijgsgevangenschap in het kamp Stalag 1 A, bij Köningsberg (oost-Pruisen), keerde hij terug. Na een rustperiode van enkele maanden hervatte hij zijn studies en werd op 27 juli 1941 tot priester gewijd. Op 6 december werd hij aangesteld als onderpastoor te Vlezenbeek en in 1951 in dezelfde functie overgeplaatst naar Grimde. Op 6 juni 1960 werd hij tot pastoor benoemd to Hakendover. Ingevolge de aanpassing van de Roomse Kerk aan de moderne tijd liet pastoor Hoegaerts in 1964 de communiebank verwijderen. Dit prachtige stuk, versierd met leliën en schilden, met het opschrift "Lilia semper florent" (leliën bloeien altijd) wordt nu nog bewaard in de opslagplaats van de kerk. In 1965 werd het nieuwe altaar opgericht. De fraaie eiken panelen die de voor- en zijkanten bezetten, maakten vele jaren terug deel nit van de meubilering van de kerk. Bij de aanpassing van de kerk aan de nieuwe stijl maakte de geestelijkheid ruim gebruik van moderne middelen om de godsdienstige plechtigheden beter en vlotter te laten verlopen. In 1967 liet pastoor Hoegaerts een geluidsinstallatie aanbrengen, die in september 1977 volledig vernieuwd werd. Een bijzondere gebeurtenis tijdens zijn ambtsperiode was de uitzending van een eucharistieviering over de radio, Vlaamse zender Brussel (B.R.T.), op zondag 7 september 1975 te
10 U 10. Hierbij heeft een Hakendovenaar, Frans Denis, nu wonende to Kortenberg, een belangrijke rol gespeeld. De uitgezonden mis werd door hem gecomponeerd. De plechtigheid werd opgeluisterd door een gemengd koor. Tijdens zijn ambtsperiode werd in augustus en de daarop volgende maanden van 1981 het dak van de kerk volledig vernieuwd.