Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te Molenstede1. Oude vermeldingen en verklaring van de naam Bolhuis2. Aantekeningen over de heerlijkheid van het Bolhuis3. Verdere aanvullingen betreffende de eigenaars van het BolhuisLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenRechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

2. Aantekeningen over de heerlijkheid van het Bolhuis

Het cijnshof van het Bolhuis, gelegen onder Kaggevinne-Kempens ten noorden van Diest, bij het "Swartewater", behoorde voor 1574 toe aan de familie van Doerne alias Yeweyns.
Voor dat jaar was deze heerlijkheid inderdaad als leengoed in het bezit van Hendrik van den Valgaert (+1574), penningmeester van het kapittel van de Sint-Sulpitiuskerk te Diest van 1545 tot 1558, in naam van zijn vrouw Anna van Doerne alias Yeweyns, die er de erfgename van was.
Dit cijnshof omvatte elf bunder grond, d.i. ongeveer vijftien hectare, volgens een register van 3 juli 1604 (nr. 100, f. 47; domein van Zichem).
In zijn testament maakte Hendrik van den Valgaert deze heerlijkheid over aan zijn nicht Maria Vleugels, dochter van Bartholomeus en van Catelijne van Doerne en echtgenote van Adriaan van den Hove, burgemeester van Diest, grootvader van moederszijde van Sint-Jan Berchmans. Adriaan van den Hove overleed aan de pest op 11 augustus 1603.
Zijn weduwe, Maria Vleugels, had op 3 juli 1604 dit cijnshof in bezit als vruchtgebruikster; omdat zij als vrouw volgens de wetgeving van die tijd niet zelf de eed van trouw en leenhorigheid mocht afleggen, liet ze dit doen door haar schoonzoon Jan Berchmans, vader van de heilige en achtgenoot van Elisabeth van den Hove.
Maria Vleugels overleed op 11 september 1628; de verdeling van haar goederen had plaats op 15 januari 1630. Hierbij werd de heerlijkheid van het "Holhuys" toegewezen aan haar kleinzoon Adriaan van Enckevoort, zoon van Willem, ridder, commandant van de kurassiers in de dienst van de keizer, en van wijlen Anna van den Hove.
In deze akte werd de hoeve op een waarde van 4560 gulden geschat. Adriaan van Enckevoort nam deel aan de Dertigjarige Oorlog, werd veldmaarschalk in het keizerlijke leger en kreeg de titel van baron. Hij werd eveneens persoonlijk raadgever van keizer Ferdinand III en huwde met de dochter van de rijkskanselier, graaf von Wederberg. Hij overleed te Wenen in 1668 en liet
16
afstammelingen na in Duitsland
(5). Zijn zus Helena van Enckevoort trad in 1616 in het klooster, ze stichtte huizen van de orde van het H. Graf te Luik, Hasselt en Maastricht; waar ze overleed op 27 november 1658 (6).
Na de Franse Revolutie was dit eigendom in handen van Jeanne Maria Bogaert, begijn, die het overmaakte aan Jan Frans Cantillion, geboren In 1788, zoon van Andreas Rochus en van Catharina Theresia Bollen en echtgenoot van Anna Carolina Wathieu. Deze laatste maakte het over aan haar dochter Maria Carolina Francesca Cantillion. In 1930 erfde Eugenie Cantillion, dochter van August (1861-1932) en Adela Elene,deze hoeve van Maria Carolina Cantillion, haar oud­tante.
Kolonel e.r. Henri van den Hove d'Ertsenryck (vertaald door F. Claes S.J.)


(5)
E.P. van der Speet S.J., Histoire généalogique de la famille de Saint Jean Berchmans, blz. 152, 158, 160 Id., Soeur Hélène d'Enckevoort et les Sepulchrines.
(6)
E.P. van der Speet S.J., Histoire généalogique de la famille de Saint Jean Berchmans, blz. 152, 158, 160 Id., Soeur Hélène d'Enckevoort et les Sepulchrines.