Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De fanfare "De Broederband"Calixte WECKX penningmeester van de fanfareDe Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te MolenstedeLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenRechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

Calixte WECKX penningmeester van de fanfare

Laten wij nu Calixte, zoon van Jef WECKX, aan het woord, spelend lid vanaf 1920 en penningmeester sedert 1946.
Voor 1917 kende Calixte geen noot muziek zo groot als de kerk van Assent. Toch is het in de kerk dat hij zijn eerste muzieknoten door toedoen van de koster Jef HAESEVOETS, die snel doorhad dat Calixte een goede stem bezat. De koeter overhaalde hem met de volgende woorden : "Calixte jongen, wees gerust, ik zal u in de geheimen van de muziek wegwijs maken". Zo gezegd, zo gedaan en onze Calixte werd een prima kerkzanger. In 1919 nam Clement RAEYMAEKERS hem mee naar Bekkevoort om aan te sluiten bij de muziekmaatschappij. De muziekmeester bezorgde hem een bugel; zelf wist hij niet eens wat een bugel was. Deze fameuze bugel kostte Calixte zo maar eventjes 90 frank van zijn zuur gespaard geld, wat voor die tijd al een hele som was.
Zoals boven gezegd, werd de fanfare "De Broederband" in 1920 opnieuw opgericht en Calixta was er als de kippen bij om spelend lid te worden. In een der lokalen bij de zusterkens werden de eerste repetities gehouden en om de kas te spekken werden er teerfeesten en toneelavonden gehouden. Het begon met een teerfeest, dan een bal en tenslotte een toneelavond.
Alle begin is moeilijk en met amper 15 spelende leden trok de fanfare naar Diest. Het was hun eerste uitstap. Volgens Calixte viel het niet al te best mee, want de Diestenaars lachten hen vierkant uit. De reden hiervoor was doodeenvoudig : buiten een 5-tal muzikanten die iets van muziek afwisten, waren de andere spelers nog maar beginnelingen, die er zomaar op los bliezen. Het was een getoeter dat horen en zien verging, zonder enig ritme. Maar de uitstap had toch iets opgebracht; buiten de premie van 20 frank was er onder de spelers de wil om in de toekomst er iets goeds van te maken.
De feesten volgden elkaar regelmatig op, er kwam geld in kan en ook kwamen er nieuwe spelende leden bij. De ereleden brachten hun steentje (geld) bij en er mocht gezegd worden dat de fanfare een mooie toekomst tegemoet ging.
In 1922 sloot de kas af met een overschot van 27,65 frank, maar in 1924 van dit al gestegen tot een boni van 944,99 frank. Hieronder een paar uittreksels van het kaaboek van 1922 tot 1930 :

7
20 maart 1922Avondfeestopbrengst509,00 fr.
28 " 1922idemidem179,00 fr.
22 feb.1925Bombardenuitgave878,10 fr.
28 " 1925Bijdrage ereledenopbrengst220,00 fr.
01 jan. 1926Nieuwjaarsbalidem328,61 fr.
12 feb. 1928Concertidem457,50 fr.
13 feb. 1928Bijdrage ereledenidem2045,00 fr.
01 mei 1928Reis naar Antwerpenuitgave810,00 fr.
02 feb. 1929Goochelavondopbrengst932,00 fr.
07 sep. 1930Halve kosten herstelling van instrument van Leopold DIERCKXuitgave42,00 fr.
24 nov. 1930Aankoop van 22 konijnen 11 frank 't stukidem242,00 fr.
09 juni 1935Aankoop grote tromuitgave368,70 fr.
20 aug. 1939Vlaamse kermisopbrengst7941,05 fr.
Tijdens de 2de Wereldoorlog kwam van muziek spelen niet veel meer in huis; wel bleef de fanfare werkzaam met bals, teerfeesten en toneelavonden.
Het eerste toneelstuk dat ze in 1921 speelde, heette Oost. West. Thuis Best. Het ging door in de schrijnwerkerij bij De Hert aan de Leuvensesteenweg; veel volk kon er niet in dat kleine zaaltje, maar het werd een groot sukses.
Bij al dat "gekomedie" haalde Calixte zijn grootste suksessen, met het zingen van allerlei liedjes wist hij de toehoorders te boeien. Meermaals moest hij zijn liedjes "bissen". Maar het liedje waarmee hij het meeste sukses behaalde, in 't biezonder bij het vrouwelijk geslacht, was "Het Fakteurke". Gekleed als een "fakteur" (postbode), kledij die hij geleend had van de muziekmeester Henri KENNIS, bracht hij onderstaand liedje ten tonele :
Het Fakteurke
1. Ik bent fakteurke lijk je ziet, de bode zoals ze zeggen en wat ik doe dat moet ik u percies niet uit te leggen,'t is alle dagen het zelfde spel bij zonneschijn of regen, moet het fakteurke op de baan, door goede en slechte wegen.
Refrein : Ik bent fakteurke immer blij en schier geen deurken ga Ik voorbij trip, trap, trip, trap, fiks op stap, doe ik mijn dienst rap en knap.
2. Ik draag in mijne leren zak, zoveel geheimen mededie 'k kon verklappen maar ik zwijg en dat is met reden, want als 't fakteurke zijn geheim niet goed wist te bewaren, dan vlogen alle meisjes elkander in de haren.
3. Ik ken zo een knappe meid, wel, wel ze zit daarginderdie van geen liefde horen wil van jongens nog veel minder, maar elle weken krijgt ze toch wel zo'n stapel brieven! en ze heeft ik weet het goed wel zes of zeven lieven.
4. Ik ken een heerschap dat heel fier, den groten Jan wil spelen hij leeft als had hij ieder jaar een half miljoen te delen, maar als er een kwitantie komt dan is 't gedaan met stoeffen, en het fakteurke kent er nog die gedurig poeffen.

8
5. Gazetten heb ik met de hoop, en 'k zeg het ongelogen de Fransquiljonse bladen zijn bijna voorgoed gevlogen,zo moet het zijn want al te lang werd met onze duiten, de Fransquiljonse pers gesteund op onze Vlaamse buiten.
6. Maar het slechtste van al dat bestaat, zijn naamloze brievenwaar men in het duister werkt zoals moordenaars en dieven want in menig huisgezin werd dus rechtuitgesproken, door het smerig naamloos geschrijf. 't geluk voorgoed gebroken.
Dan verliet onder donderend applaus Calixte het podium, maar wegens het voortdurend bisgeroep kwam hij terug voor 't publiek.
Het bisnummer
Ge roept wij weer, ach meisjes lief, 'k mag hier niet langer blijven, maar voor 'k vertrek geef ik u de raad, als de jongens schrijven, geloof ze niet, want al te vaak als ze van liefde spreken, dan hebben zij die dag reeds naar een ander uitgekeken.
Een ander liedje waar hij veel sukses mee kende, was "Ik Zing", geschreven door Emiel JORDENS, een oude rat in het dichten en schrijven van korte volksverhalen. Die Emiel JORDENS is zeer goed bekend in de streek van ASSENT, HALEN, KORTENAKEN en WAANRODE, waar hij op dit ogenblik woont.
In 1946 werd Calixte penningmeester gebombardeerd, een werkje dat hij tot heden met hart en ziel waarneemt. Zoals reeds gezegd was de koster Jef HAESEVOETS de eerste muziekmeester; hij werd opgevolgd door Jef CLAESKENS, later werd het Henri KENNIS uit Diest, die dan weer werd vervangen door War JUCHTMANS, eveneens uit Diest.
De 1ste vlag dagtekent van 1897; zij deed dienst tot in 1926, toen Frans RAEYMAEKERS een tweedehandsvlag op de kop kon tikken in Brussel. Deze vlag was gemaakt van rood fluweel, waarop een Belgische leeuw geborduurd was. Een nadeel was aan deze vlag verbonden : ze was veel te zwaar en de drager had er eeen zeer vermoeiende karwij aan. Het voordeel was dat de vlag praktisch onverslijtbaar was. Eindelijk in 1979 werd er een nieuwe vlag aangekocht, een modern stuk waarop de fanfare terecht fier mag zijn.
Jaarlijks met ASSENT-kermis trekt de fanfare rond in het dorp en al de café's die lid of erelid zijn, worden aangedaan; men kan zich voorstellen dat er dan vele liters bier door de Assentse keelgaten vloeien.
Calixte woont sedert het overlijden van zijn echtgenote alleen op zijn grote boerderij. Met zijn 81 jaar, zijn goede gezondheid en zijn klare kijk op het leven, is hij een gelukkig man, die met liefde spreekt over zijn overleden echtgenote en dochter.
Om te eindigen wil ik het akelig avontuur vertellen dat Calixte beleefde in augustus 1914, waarbij hij bijna zijn hachje liet. Het avontuur nam aanvang even voor de Slag der Zilveren Helmen, die plaatsvond in de gemeente Halen. Calixte was toen een knaap van bijna 15 jaar. Samen met zijn vader ging hij nog
9
rap een kar haver van het veld halen. Ondertusssn kwamen zij meer en meer Belgische soldaten tegen, die stelling namen tussen Velpen en Struikt. Een typisch oud manneke van Struikt, bijgenaamd "ZEK ME MENNEKE" zei tegen vader Jef dat er iets ergs aan 't gebeuren van, want er waren al zoveel soldaten in het veld als er ooit konijnen geweest waren.
Op de terugweg naar huis raapte Calixte een koperen plaatje van de weg op; het was een ledige lader voor 5 patronen, maar dat wist Calixte niet. Onbewust stak hij het ding op zak.
Do 18 augustus kwamen de Duitsers Struikt binnen en dreven al de inwoners bijeen in een weide. Tegen de avond werden verscheidene mannen tot aan de herberg van "Bornée" (Charel GEMOETS) gebracht. Eén voor één werden de mannen afgetast en bij Calixte vonden zij de ledige lader. De Duitse soldaten vroegen waar hij zijn geweer verstopt had; daar hij niet wist wat dit koperen plaatje was, wist hij natuurlijk ook niets over een geweer. Hij werd gestampt en geslagen, tot een Duitse officier zei dat hij die nacht gefusilleerd zou worden. Met vier andere mannen werd hij in de schuur van "Bornée" opgesloten, Rond middernacht kwam een officier hen ondervragen en die zei dat ze "kaput geschossen" zouden worden. Met de bibber op het lijf zaten de 5 ongelukkigen in de donkere schuur te wachten op de dood. Tegen de morgen kwam iemand van Struikt de schuurpoort opendoen en zei dat al de Duitsers verdwenen waren, zo maar opeens.
Van een gelukkige afloop gesproken.
Ik wens Calixte nog vele jaren van gezondheid en tevens dat hij ale penningmeester van de fanfare "De Broederband" nog vele diensten mag bewijzen.
Wat de fanfare "De Broederband" betreft, in 1971 werd zij verheven tot KONINKLIJKE FANFARE, met haar 40 spelende leden en ongeveer 25 drumbandleden en een "achterban" van ongeveer 400 steunende leden. Het mag met fierheid gezegd worden dat de muziekmaatschappij "De Broederband" van ASSENT haar naam trouw is gebleven dank zij alle burgers van Assent en in het biezonder die van het centrum.
Verteller : Calixte WECKX