Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te MolenstedeLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenRechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeKnebbekeSolleke en seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

Knebbeke

Volgens het Woordenboek der Nedorlandache Taal ie het woord knab, waarschijnlijk verwant met het werkwoord knappen (afbreken) in verschillende betekenissen bekend in Limburg en in de aangrenzende streken van Brabant en Duitsland. In het algemeen heeft knab de betekenis van "een brok, aan groot of dik stuk", maar in het Rijnland wordt het ook op personen toegepast.
Als eerste betekenis van knab vinden we in het bovenvermelde woordenboek die van "stuk" of "klont". Hiervoor verwijst het naar het Algemeen Vlaams Idioticon (Leuven 1865-1870) van L.W. Schuermans, dat deze betekenis in Limburg bekend noemt; als voorbeeld geeft het "leg eenige knabben hout onder 't vuur" en het zegt dat het Limburgs "een knab boter" in Brabant "een klont boter" is.
Een tweede betekenis van knab, die van "stronk" of "brok hout" komt in het zuidoosten van Vlaams-Brabant en in het zuidwesten van Belgisch-Limburg voor. De Bijdrage tot een Hagelands Idioticon (Gent 1886) van J.F. Tuerlinck vermeldt inderdaad "knab, stronk van eenen houtstruik" en de Bijdrage tot een Haspengouwsch Idioticon (Antwerpen 1890) van A. Ruiten "knab, kort, tamelijk dik stuk brandhout"; dit laatste geeft ale voorbeeld "zet nog eenige knabben op het vuur".
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt als derde betekenis van knab "een dikke boterham", een betekent betekenis die het het woord in het Tongers dialect heeft.
Tenslotte heeft het woord knab ook nog de betekenis van "muntstuk van tien centiem". Deze betekenis vinden we in de bovenvermelde dialectwoordenboeken van Schuermans, Tuerlinckx en Rutten. Ze vermelden daarnaast de verkleinvorm knepken (Schuermans), knãbbeke (Tuerlinckx) of knabbeken (Rutten) met de betekenis van "een stuk van vijf centiem". Het Idioticon van het Antwerpsch Dialect (Gent 1899-1906) van P.J. Cornelissen en J.A. Vervliet vermeldt deze betekenis eveneens, voor de vormen knap en het verkleinwoord knepken, als gebruikelijk in de Kempen. In Diest en naaste omgeving heeft, naar ik uit eigen ervaring weet, de vorm knebbeke dezelfde betekenis van "vijfcentiemstuk". Dit woord komt dus voor in het oostelijke deel van Oost-Brabant.