Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te MolenstedeLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenRechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

49

Diesterse volksmensen : "Deliake"

Een van de eigenaardigste volkafiguren, een echte rariteit, die onze stad in haar eeuwenlang bestaan gekend heeft, was wel degelijk "Déliake". Het was een vrouwke van amper 80 centimeter groot, dat ter wereld kwam als een normaal boorlingske en niets liet vermoeden dat de groei van het kind zou ophouden toen het 6 jaar oud was. In omvang groeide het verder; helaas in lengte bleef het zoals het was, 80 centimeter. Buiten deze onoverkomelijke handicap was "Déliake" een levenslustig vrouwke met een geweldig moreel, bekend binnen en buiten de stad onder haar toenaam "Déliake".
De Diestenaar die in die tijd zou hebben gezegd dat "Déliake" ooit eens zou trouwen, kon er op rekenen dat de bevolking hem de scheldnaam zou geven "zo zot als Tielebuis te zijn". En toch gebeurde het! In de maand juni 1874 was het zo ver, "Déliake" zou in het huwelijk treden met een zekere "Keizer", natuurlijk ook een toenaam. Als een donderslag deed de mare de ronde in de stad, vele mensen schudden meewarig het hoofd, zo iets was toch onmogelijk! De aankondiging van het huwelijk werd opgehangen voor het publiek, ge weet wel in dat speciale kastje aan de trappen van het stadhuis. Honderden mensen kwamen naar dit mirakel kijken en lazen de huwelijksaankondiging; juist zoals het met Apostel Thomas was gebeurd, waren de mensen van oordeel: "eerst zien en dan geloven".
Het huwelijk zou zowel kerkelijk als burgerlijk plaats vinden in Brussel, op woensdag 29 juli 1874. De bruidegom was eenarmig en van beroep porcelein-plakker, die spijts zijn euvel bekend stond als een handig vakman en zijn beroep alle eer aandeed. Wie had in de straten van ons stadje "Keizer" nog niet aan het werk gezien? Hoe handig was hij toch met die ene arm?
Het huwelijk werd bijgewoond door tientallen Diestenaars die dit schouwspel niet wilden missen. De Gazette van Diest bracht een relaas over het gebeuren; toch kan ik de schrijver van het stukje niet vergeven dat hij geen melding maakte van de familienaam van de pasgehuwden. Onder de titel Een Zonderling Huwelijk schreef hij :
"Een huwelyk woensdag te Brussel gesloten, had een talrijke volksmenigte naer het stadhuis gelokt. Zonder tegenspraek is de bruid de zonderlingste der getrouwden. Stelt u het spotachtigste der wyfkens voor : klein rond, ineengedrongen; zy heeft ten hoogste eene gestalte van 80 centimeters en zou weerdyglyk de plaets neffens eenen Laplander bekleden in eene kermis-barak van rariteiten. Overigens, wie kent Déliake te Diest? Wat de man betreft, 't is de Keizer, porcelyn-plakker van beroep, en die wy meermaels in de straten onzer Stad zyn beroep op eene behendige wyze hebben zien uitoefenen, alhoewel hy slechts éénen arm heeft. Dit koppeltje is te voet ten Stadhuize gekomen, gevolgd van eene overgroote volksmenigte. De Bruid gaf de hand aen haren toekomende man. In de andere hand droeg zy verscheidene bloemtuilen
50
welke haer door de bloemenverkoopsters, staende op de groote merkt, waren opgedragen.
Na het burgerlyk huwelyk zyn de getrouwden naer de kerk van Ste. Catharina gegaen en van daer naer hunne wooning in de Ophem-straet. Gansch de straet was opgetooid en met zand bestrooid. Bij hunne aenkomst is het paer ontvangen geworden door eene deputatie van Damen die een de bruid eenen prachtigen bloemtuil hebben aengeboden. De getrouwden en buren zyn achtervolgens naer den "BIEN VENU" gegaen waer menig pintje FARO is gedronken geworden, waerna Déliake en Keizer waggelend huiswaerts keerden".
De familienaam van beide volksfiguren kon ik niet achterhalen. Mijn opzoekingen in het stadsarchief van Diest en van Brussel waren vruchteloos. De Heer R. DEWOLF van het stadsarchief Brussel, vroeg mij nadere inlichtingen; in de veronderstelling dat "Déliake" gehuwd zou zijn tussen de 20- en 30-jarige leeftijd, tekende ik voor de periode van 1854 tot 1843, al de geboorten van meisjes op die een voornaam van "Adélia" of "Odilia" droegen.
Hier volgt de lijst :
- MOONS Antonia-Odilia ° 18.05.1854
- POCHE Adélia-Rosalia ° 16.06.1854
- SLEGERS Adélia ° 04.03.1853
- JANSSENS Odilia-Maria ° 16.02.1852
- MAGDALENS Odilia° 17.10.1852
- VANTILBORGH Odilia-Joanna ° 13.01.1852
- JANS Catharina-Odilia ° 23.12.1851
- VERREEK Odilia ° 10.08.1850
- -GRAULS Odilia-Maria ° 24.08. 850
- VERLOOY Maria-Odilia ° 16.08.1850
- MEESTERS Maria-Catharina-Adélia ° 03.07.1849
- MOONS Rosalia-Alida° 14.02.1849
- VANGINDERHUYZEN Adélia-Virgenia ° 12.02.1849
- VAN BRABANT Maria-Odilia ° 24.09.1849
- FOUDRIGNEY Alida ° 24.03.1848
- LAMBRECHTS Maria-Odilia ° 16.03.1848
- VANPARIJS Odili a° 19.12.1848
- VEURINCKX Maria-Adélia ° 11.11.1847
- DAEMS Maria-Anna-Adélia° 22.01.1844
Alle moeite bleek vruchteloos, "Déliake" bleef onvindbaar! Mogelijk had een der bovenvermelde voornamen geen enkele betrekking met de verkorte naam "Déliake", of was het soms een doodgewone toenaam die niets te maken had met haar echte voornamen, we zullen het nooit weten.
Maar welke Diestenaar droeg in zijn leven geen toenaam ; onze volksgeschiedenis is zeer rijk aan toe- en spotnamen, van een burgemeester tot een doodgewone scharesliep werd men veeremerkt met een toenaam die bij zijn beroep of familie paste.
Bron : Stadsarchief Diest : De Gazette van Diest, Jaargang 11, nr. 61 van zaterdag 1 augustus 1874, Frans LOIX