37
Een aanvulling betreffende mei '40
Wat betreft het terugtrekken onzer kompagnie in de meidagen '40 moet ik er attent op maken dat, door de aard van ons geschut, we tamelijk verspreid opgesteld stonden. We gaven het relaas van een "groep" die, via Geetbets, Brabant binnenkwam.
Lezing van de "mémoires" van eerste-sergeant-majoor UBAGHS (chef van ons wagenpark en in het bijzonder van de trekkersop-rupsbanden) leerde ons dat het grootste gedeelte van deze chauffeurs (mèt of zonder kanon) ons al voor was en Leuven doorkruiste, uit de richting van Tienen komend. Ze werden daar "gebombardeerd" tussen Galmaarden en Tienen. Er zijn trouwens onder hen geen slachtoffers gevallen. Ik zag er een hele boel, weer te Grimbergen. Er was één kamionette bij; chauffeur "Charel"beroeps. De chef (per motor + vier trekkers zonder kanon! Opmerkelijk is wel de aantekening van vermelde beroepsonderofficier : "ik moest, met het pistool in de vuist, in Martenslinde. de chauffeurs van de "trekkers" uit het café halen. Ze weigerden munitie naar het Albertkanaal ts vervoeren".
Of dit negeren der bevelen een waarachtig "feit" is... ik laat het voor rekening van hem die het verklaarde, en van de betrokken chauffeurs. (Misschien kan René VUGHT hier klaarheid brengen?)
Wat ik zeker weet : er bleven minstens drie anti-tankkanonnen achter op de stelling Munsterbilzen-Genk. Voor deze manschappen is er niet de minste bevoorrading gekomen vanwaar dan ook. Geen voedsel - geen munitie. En het is duidelijk dat de betrokken manschappen slechte via ons "stuk" (op de oprit der brug) geholpen konden worden. Het was trouwens voor ieder van ons een reeds lang vaststaand "weten" : de stellingen ten Z.O. van de vermelde brug waren niet rechtstreeks bereikbaar voor welke aanvoer dan ook. Mulle grond (voortkomend van het graven van het Albertkanaal) kriskras en heel mild doorkruist met prikkeldraad ... de daarop geposteerde kanonnen waren te voren als "verloren" te beschouwen indien het menens werd. Aanvoer lange de "trek-weg" was gelijk aan zelfmoord voor de betrokken chauffeurs! Men vergeet maar al te licht hoe het Duitse luchtwapen superieur was. Luchtafweer kon hen niet deren ... Engelse en Franse (ook Belgische) jachtvliegers (om wat ruggesteun te geven) ontbraken totaal. En die éne Franse tank die, op 10 mei ('s avonds), ons even kwam groeten ... liet het ook hierbij. Later (en nog) deden de geruchten de ronde als zou bewuste tank "gestrand" zijn halverwege Diepenbeek.
Meteen is het duidelijk : van ons prachtige dozijn (12) antitankkanonnen waren we, bij het verlaten van 't Albertkanaal, meteen drie stuks armer. Zonde ! En naar de betrokken chauffeurs werp ik geen steen; ik breng alle respekt op voor de jonge rekruut-chauffeur die, niettegenstaande alle gevaar eraan verbonden, toch nog kwam opdagen om ons kanon weg te slopen. Het was een KEREL! (dienstplichtige 1939)
38
Reeds vroeger vertelden we hoe we onszelf "bewapenden" met een weggeworpen geweer en een twintigtal kogels. Dit moet gebeurd zijn tijdens de opeenvolgende "wisselstellingen" tussen Beverst en Diepenbeek. Er lag een heel wapenarsenaal langs de wegen. Waarschijnlijk in hoofdzaak afkomstig van de, in paniek terugtrekkende, resten der 7de Infanteriedivisie. Deze jongens hadden méér dan hun deel gekregen in Kanne - Veldwezelt - Kesselt - Vroenhoven!
Het was, bij een oponthoud in de omgeving van Geetbets, dat ik op 't idee kwam het geweer in kwestie te proberen. Poetsgerief hadden we toen natuurlijk niet bij ons. We waren alweer min-ofméér in bataljonsverband en lagen op een grote hoeve (moeilijk te bepalen welk gehucht). De aanwezigheid van o.m. twee kermiswagens (één met snoep geladen en een ander met een orgel - muziekinstrument dat met "boekrollen" werd gevoed en op gang gebracht door een groot handwiel) wijst erop dat er kermis op komst was - of dat het juist kermis geweest was op 10 mei '40. Ook de bataljonskommandant (majoor De Secque) had in die hoeve zijn intrek genomen - het vroegere hoofdkwartier was het kasteel van Schoonbeke. Ik ging, uit pure verveling, de boomgaard in; deze had een licht-golvend terrein. Ik bond mijn geweer vast aan een stam - een stuk draad vastgemaakt aan de "trekker" ...., voorzichtigheidsmaatregel, mocht de loop ontploffen. Het eerste schot vertrok. Niets ergs. Dan nog maar een paar kogels erdoor gejaagd... terug naar de hoeve. Men kan zich allicht voorstellen hoe ik me voelde toen ik moest vaststellen dat de hele groep zich repte om westwaarts te vlieden. Genoemde majoor zat in het zijspan van zijn ordonnance-motorrijder met één laars aan en de andere in de hand.
Toen ik mijn licht ging opsteken met betrekking tot al die haast, wist een sergeant me te vertellen dat "de Pruisen" wel heel wat dichterbij waren gekomen ... men had zelfs het knallen van geweerschoten vlakbij gehoord. Niemand wist juist hoeveel. Ik heb dan, gewoonweg, ook maar gezwegen. Stel u voor wat een uitbrander mijn deel zou zijn geweest als ik, leukweg, ging vertellen dat die geweerschoten door mij werden gelostl Dus maar gezwegen en ... méé naar Leuven.
Het kan nu, achteraf, allemaal "krankzinnig" heten dat twee-drie geweerschoten zo'n hoop soldaten in "alarm" bracht. Maar het was niet gek ! Toen was het zo'n beetje "dagelijkse kost" met de meest onwaarschijnlijke "dingen" !!! En wie gaat men er de verantwoordelijkheid voor geven? De officieren - de soldaten? Als zelfs hoofdofflcieren (en "beroeps") het hoofd niet koel konden houden ... wàt kan sen dan van de gewone "piotten" verwachten ?
Marcel VAN ROOST
Genk