Enkele maanden later : 22 september 1787
In de 18de eeuw, wanneer de Hoge Geestelijken en de Edelen, Leden van de Staten, na een min of meer lange vergaderingsperiode huiswaarts keerden, werden zij door hun huisgenoten, dienstvolk, pachters en onderhorigen feestelijk ingehaald en verwelkomd; die mensen maakten er een soort van "Blijde Inkomst" van, want er zat natuurlijk een goede traktatie aan vast en het bracht afwisseling in het eentonige bestaan van iedere dag.
Wij zijn in september 1787. Toen, na een lange reeks vergaderingen, graaf de Murray op 21 september in de Staten de medede-
35
ling deed dat de keizer de voorlopige toezegging van de landvoogdes had geratificeerd : "alle rechten en privilegiën van de Blijde Inkomst zijn hersteld!", gunden de leden zich een vakantie van drie weken "om wat op verhaal te komen".
Onze prelaat, Mauritius Verboven, liet weten dat ze hem thuis mochten verwachten op 22 september. Gezien het grote en goede nieuwe moest deze thuiskomst extra worden gevierd. Gelukkig heeft Van Hulsel ons daar ook een kleurig verslag over nagelaten.
De thuiskomst van prelaat Verboven. Van Hulsel verhaalt : "Op 22 september (1787) werd ons bericht gebracht dat onze Abt tegen de avond zou thuis komen. Aanstonds werd ons dienstvolk samengeroepen (en aangezegd) om, voorzien van bombarden (geweren), hem stoetsgewijs tegemoet te trekken en hem vooraf te gaan (bij het terugkeren). De Heren-Confraters baden de completen te half vijf en namen daarna aanstonds het avondmaal.
De knechten trokken tot op een kwartier afstand van de abdij en bleven daar wachten op de Abt. Nauwelijks in zicht werd hij door het losbranden van de bombarden, het gelui van de grote klok en door beiaardspel begroet.
"Daarop spanden zij de paarden uit en trokken zelf de koets tot aan de barriere aan de Eik, waar "Venerandue Dominua Prior" in een toespraak hem geluk wenste met de bekomen uitslag voor het welzijn van het vaderland en van de godsdienst. Na de toespraak begeleidden wij, de zonen van de Vader !, hem naar zijn kamer, onder de voortdurende toejuichingen, terwijl zijn tranen hem beletten een woord te uiten.
Wanneer hij zichzelf weer in bedwang had; nodigde Amplissimus Dominus al de Confraters uit bij hem te komen en tracteerde ons op wijn, zoveel we maar verlangden; daarna gaf hij ons recreatie in het convent zolang het de Heer Prior behaagde. Heel die nacht en de twee volgende dagen hebben wij onze blijdschap getoond door het afvuren van de bombarden en
36
kanonnekens. Bovendien schonk ons de Abt een hele dag recreatie, die wij "Vrijblijvens" noemen, met eerzame feesttafel en, bij het einde van de maaltijd, werden wij bedacht met twee glazen Bourgogne, die wij op de gezondheid van de Prelaat en ook op die van de Staten van Brabant hebben geledigd; eindelijk werd aan iedere Confrater drie dagen verlof beloofd voor 't volgende jaar".
- Met di Martinelli mogen wij hier herhalen : "Zo vierde Averbode Feest over Twee honderd jaar!"
Van Hulsel : "Alhoewel in alle kerken een plechtige Dankmis werd gezongen, gebeurde dat niet bij ons, maar werd dat overgelaten aan ieders devotie; (de Abt vroeg aan de priesters er een Mis voor op te dragen en allen hebben daaraan beantwoord).
De Plechtige Mis werd hier niet gezongen omdat onze kerk gelegen is op het gebied van het Luikse vaderland en dus het verstandiger was het niet te doen, opdat daar later geen schadelijke gevolgen zouden uit voortkomen ... Op 8 oktober werden de Staten weer geopend",
Weer komen er felicitaties :
"Op 2 oktober kwamen de twee burgemeesters van Diest (de Heren Karel Smeuldere en Jan Felix Cluckere) onze Prelaat de gelukwensen aanbieden namens de stad.
Op 6 oktober kwamen de Drossaard en M. de Loeker, van Meerhout, hem ook complimenteren".
Einde van het verslag van Van Hulsel.
Honderd en twaalf jaar later had er, te Averbode, nog zo een blijde verwelkoming plaats, t.w. begin oktober 1899, toen Mgr. Creta thuiskwam van zijn eerste reis naar Brazilië waar hij de pas gestichte missie definitief had bevestigd. Hij was vier maanden weg geweest en werd met een praalstoet afgehaald te Zichem. Rond het station aldaar hadden veel inwoners van Zichem en Testelt er ook prijs op gesteld onze prelaat te huldigen.
S.I., VANDERWAEREN
Averbode