Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te MolenstedeLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenEen congratulatiebezoek te Averbode, op 6 juni 1787De viering te DiestDe Tocht naar AverbodeEnkele maanden later : 22 september 1787RechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

De Tocht naar Averbode

J.H. Staes verhaalde in zijn Wekelijks Nieuws uyt Loven deze gebeurtenis als volgt : "6 Juni is de ... Cavalcade (uit Diest) in grooten trijn naer het ABTDIJ van Averbode gegaen, hebbende aen het Hoofd den voorz. Drossaard (dat was de Heer de Paramo) en de Heeren van het Magistraet, geaccompagneert van de principaelste Borgers met Koetsen en Chaisen, om hunnen gelukwenech te gaen doen aen den Eerw. Heer Prior en aen de voordere Heeren van de geseyde Abtdij.'
Deze cavalcade werd dus opgewacht. Onze archivaris Ambroos Van Hulsel gaf een korte beschrijving van die stoet en bewaarde voor ons ook enkele interessante gegevens over de ontvangst : " 's Namiddags van de 5 juni, rond drie uur, kwamen de Diestenaars hier aan in stoet. Zij waren ten getalle van ongeveer 380 man. Allen droegen een witte staf in de hand en hadden groene linten, symbool van de Brabantse Leeuw, om hun hoofddeksel gewonden. Vooraan reed de koets van de Drossaard, getrokken door zes paarden en die opgesmukt waren met de zelfde kleuren. Er volgden nog veertien koetsen. Aan de abdij gekomen stelden die mensen zich op in twee rijen met daartussen een militalre muziekkapel met haar tamboer-majoor. Het Magistraat be-
34
sloot de stoet, gevolgd door vijf ruiters waarvan de middenste de banier droeg van de Brabantse Leeuw. Deze stoet trok binnen tot op het plein voor het gastenkwartier en stelde zich daar, op het bevel van de commandant, eerst in een cirkel en daarna in een rechte formatie op. Op de pui van het gastenkwartier bood de Drossaard de E.H. Prior zijn gelukwensen aan: ".
- De Prior heeft natuurlijk moeten antwoorden en bedanken : het is maar spijtig dat de bewoording van deze zeker bloemrijke toespraken ons niet werd bewaard!
Van Hulsel :
"In het midden van de plein (area) stond een lange tafel voor het gewone volk; de meer aanzienlijken werden ontvangen in de zaal van het prelaatskwartier; zowel hier als buiten werd ieder wijn aangeboden zoveel men maar lustte. Er werden minstens 300 flessen geledigd, afgezien dan nog van de ton bier, buiten opgesteld, voor wie er verlangde te drinken."
Wij geloven dan ook zeer geredelijk de heer J.H. Steen, wanneer hij verder verhaalt in zijn verslag : "van welke (dat zijn de Prior en de Heren) zij op het allertreffelijkste onthaelt (werden) met alle soorten van rafraichissementen en van waer, wedergekeerd zijnde langs de steden van Sichem en Scherpenheuvel, diep in den avond na Diest, sijn ontfangen onder het losbranden van het Grof Geschut (Holle Griet?), heeft men eenen brillanten soupé van 30 Couverten gehad in den Haen, geheel de stad voort vervullende met alle bedenkelijke vreugde-bedrijven."
Tot hier het verslag van J.H. Staes.
- Er ligt wel wat heimwee vervat in de woorden, die de heer di Martinelli schreef onder dit nieuwsbericht, weergegeven in zijn boek Diest in de Patriottentijd, verschenen in 1892 : "Zoo vierde Diest feest over honderd jaren." Ja, zo een feestviering, waar heel de stad aan deelnam, was in zijn tijd al absoluut onmogelijk geworden.
Onze Van Hulsel vertelt verder : " 's Anderendaags stuurde men mensen naar de abdij van Tongerlo, om te vragen of het hun zou bevallen dergelijk bezoek te ontvangen. Maar de Officiales daar waren wat voorzichtiger dan de onze ; zij wilden liever wachten tot Zijn Majesteit (die opschorting) zou hebben goedgekeurd."
En onze archivaris voegt er meewarig aan toe : "Zo had ik er ook over gedacht, maar wat baat het aan dovemans oren te preken ? ... ik werd uitgelachen en heb dan maar gezwegen".