Boek InfoVoorbladInhoudHet vergeten VlasselaarVermeldingen HagelandFanfare "De Broederband"De Heren van Deurne bij DiestIets over het Bolhuis te MolenstedeLazarushuisjes DiestDe Diestenaar, een frontbladOverlijdensberichtReclameDiesterse VolksmensenVroegere kapelletjes te TieltIets over bijnamen te DiestAarschotse Kring voor HeemkundeAndere Tijden, Andere ZedenEen congratulatiebezoek te Averbode, op 6 juni 1787De viering te DiestDe Tocht naar AverbodeEnkele maanden later : 22 september 1787RechtzettingEen aanvulling betreffende mei '40Wijgmaal '40Het Remakshof te MolenstedeDe plaatsnaam DeurneVroegere pastorieën te WebbekomMolen RothemTentoonstelling over prehistorieDiesterse volksmensen : "Deliake"Hagelandse woorden : Knebbeke en solleke of seulekeAchterblad
Oostbrabant 1981-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

Een congratulatiebezoek te Averbode, op 6 juni 1787

Een congratulatiebezoek te Averbode, op 6 juni 1787
Na de dood van Maria Theresia (1780) had haar zoon, keizer Jozef II, bij zijn Blijde Inkomst alhier, plechtig op de H.H. Evangelie gezworen al onze vrijheden, rechten, privilegieën keuren en usanties te zullen eerbiedigen. Kort daarop kwamen echter zijn ware inzichten reeds te voorschijn.
Jozef II was een "produkt van zijn tijd" : doordrongen van de ideeën van de Franse filosofen en sofisten, steunend op de leer van Febronius (hulpbisschop van Trier, von Hontheim), wilde hij heel ons oude staatsbestel omvormen of vernieuwen, volgens zijn "verlichte opvattingen" ; hij zal model staan voor wat men is gaan noemen : het type van een verlicht despoot.
Door de vele door hem ingevoerde hervormingen, zonder de Staten te raadplegen en zonder in het minst rekening met hen te houden, werden onze eeuwenoude instellingen plotseling. zonder enige psychologische voorbereiding, helemaal op hun kop gezet. Ons gewest, het Kwartier van Leuven, werd toen bij de Staten van Brabant vertegenwoordigd als volgt : gedeputeerde van de 1e Stand, de geestelijkheid, was "Monsier l'Abbé d'Everbode", Prelaat Mauritius Verboven; voor de 2e Stand was het baron de Peuthy, van Huldenberg, en voor de 3e Stand een zekere heer Joris (van Leuven?).
Het gezag van de Kerk, lees : de bisschoppen, werd sterk besnoeid, vooral wat haar relaties met het hof van Rome of dat van vreemde mogendheden betrof. Maar het verzet van de Kerk kwam pas voor goed los, toen keizer iJozef II, met pennetrek, alle seminaries afschafte en, in de plaats daarvan, een Seminarie-Generaal oprichtte te Leuven en het voorzag van door hem uitgekozen en benoemde professoren.
De kloosterorden werden onttrokken aan het toezicht van iedere buitenlandse overste of kapittel. Vele kloosters, vooral van contemplatieve orden, werden als "onnodig" afgeschaft en hun bezittingen toegewezen aan de zogenaamde "Religiekas", de fameuze "Sacrilegiekas" ! Daardoor verdwenen bv. onze norbertinessenkloosters van Leliëndaal (Mechelen), van Veurne e.a.; ook het kartuizerklooster van Zelem werd opgeheven ... Een heel nieuw rechterlijk apparaat werd in het leven geroepen; hiertegen kwamen de drie Standen ook eensgezind in verzet. Daarbij werd alles tot in de kleinste details stipt geregeld in die mate dat zelfs de meest plechtige ordonnantiën er een bespottelijk karakter door kregen. Enkele voorbeelden daarvan :
Een keizerlijk voorschrift regelde het gebruik van haarpoeder voor de pruiken der heren en voor het blanketsel der dames ... Een ander regelde het gebruik en het aantal van de kaarsen op het altaar en schreef nauwkeurig voor hoe, waar en wanneer de liturgische boeken moesten worden aangewend. Verbod om voortaan
33
de doden te begraven in houten kisten; de lijken moesten, in lijnwaden zakken, ter aarde worden besteld. Onze kleurrijke optochten, met fanfares begeleid, werden verboden. Zo ook bedevaarten met flambouwen (kaarsen). Onze kleurrijke en folkloristische kermissen werden afgeschaft; enz. Daardoor maakte de keizer zich vooral gehaat bij de gewone man.
Niet dat de hervormingen van Jozef II afkeuring verdienden, maar in die aanhoudende hagelbui van edicten, plakkaten en ordonnantiën lagen de goede en aangepaste verbeteringen als verdronken en niet meer te onderscheiden.
Alle ingediende petities, smeekbeden of reklamaties legde de keizer rustig naast zich neer. Het verschijnen van spotschriften, schimpschriften en kritieken; kwam het verweer nog aanwakkeren en de geestelijkheid, adel, middenstand en werkende klas kwamen in open opstand. Ondanks herhaalde opvorderingen weigerden de Staten de zo nodige landsbelastingen te stemmen. De toestand raakte zo gespannen, dat onze landvoogdes Maria-Christina, zuster van de keizer, ertoe werd gebracht om, per schrijven van 30 mei 1787, alle tot hiertoe geplande omvormingen op te schorten.
Groot was de vreugde in onze provinciën; deze opschorting, afschaffing dachten onze mensen, werd overal uitbundig gevierd.