Boek InfoVoorbladInhoudVeertig jaar na '40Een Duitse versieDiest op 10 mei 1940mei 1940 te DiestMei 1940 in Webbekom en AssentVergissingKersbeek en omgevingMilitaire vliegveld VissenakenBelgische en Duitse tijdVliegveld Goetsenhoven 1940Meidagen in zuid-oost HagelandEen AnekdootjeVluchtMei 1940 NeerhespenErgens te veldeDe oorlog in het LandenseTienen en omgevingTesteltTentoonstelling Heemkunde in BrabantMobilisatie RillaarAarschot vluchtHouwaartSt.-Pietersrode en Kortrijk-DutselVerbeteringMeidagen 1940 HolsbeekDe meidagen '40 in LeuvenAverbode in 1940SchoonderbukenAchterblad
Oostbrabant 1980-2
Oostbrabantse Werkgemeenschap

92

HERINNERINGEN AAN DE DROEVE MEIDAGEN VAN 1940 TE DIEST

Reeds geruime tijd heerste er een nerveuze angststemming onder de mensen. Wordt het oorlog of wordt het geen oorlog? Dat was de vraag die vele mensen in gans Europa zich stelden, En toch, sinds de mobilisatie van 1938 en die van 1939, die het eigenlijke begin van de Tweede Wereldoorlog is geweest, maar toen alle oorlogsgeweld nog ver van ons verwijderd bleef, begon iedereen weer rustiger en kalmer te worden. Nochtans was het gevaar niet geweken, deze rust was maar schijn. Ik herinner me nog goed, eens op weg naar het werk, dat de trein vier of vijf minuten vertraging had en er werkmakkers waren die zeiden : "Dolfke (Hitler) moest maar eens komen, dan zal dat spoedig anders zijn". En waarachtig, Dolfke (Hitler) kwam als een wals van vuur en staal, die over de Lage Landen, tot diep in Frankrijk is gerold. Ja, toen is alles veranderd, maar toen waren het geen vier of vijf minuten vertraging meer, maar drie of vier uur. Het was niet zeldzaam dat de Duitse stationschef de wachtzaaldeur openzwaaide met de lakonieke melding : "Der Zug kommt drei Stunden später". En dan maar wachten!
Ja, dat waren harde tijden, en die begonnen op een prachtige meimorgen. Die vrijdag 10 mei 1940 vergeet ik nooit. Ik had op de kolenmijn de tweede post en werkte van 2 tot 10 uur. Ik kwam gewoonlijk rond 24 u. 30 thuis. Bij het naar huis gaan van het station moest ik voorbij mijn ouderlijk huis. Die dag stond moeder me vol angst in de deur op te wachten. Ze had juist met de kommandant Van de Kelen, die een vroegere buur van ons was, gesproken en gevraagd wat het aan- en afrijden van al die legerauto's op de Citadel te betekenen had. Hij antwoordde moeder letterlijk : "Netteke, het is weer zo ver; de Duitsers hebben weer onze grens geschonden". Thuis wachtte mijn vrouw vol angst op mij. Wij konden niet anders doen dan toch maar te gaan slapen. Bij het eerste morgenkrieken werden wij brutaal uit onze slaap gewekt door oorverdovende slagen. Half slapend, half wakker besefte ik eerst niet wat er gaande was en dacht ik aan een onweer. Door het venster kijkend zag ik gauw dat het dat niet kon zijn,, want een stralende zon lachte me tegen. Toen ik het venster opentrok, zag ik vele grote vliegtuigen onder het oorverdovende lawaai van bomexplosies en afweergeschut over de stad vliegen. Zij hadden hun dodelijke taak reeds volbracht, en wel grondig. Het vliegveld van Schaffen was volledig verwoest en bijna alle vliegtuigen op de grond vernield. Maar het ergste was het toch voor die vele soldaten en burgers die daar hun leven lieten of zwaar verwond werden.
Het was halfvijf. Vijf bange oorlogsjaren waren begonnen. Niettegenstaande het vroege uur was de straat spoedig met nieuwsgierigen gevuld. Wat betekende dat nu allemaal? De angst stond op ieders gezicht te lezen, ook al was de stilte en de rust weer teruggekeerd na het oorverdovende lawaai van het bombardement. Voor niet lang echter, want rond 8 uur waren ze er weer. De ganse morgen werden de kruispunten en steenwegen gebombardeerd. Op de
93
Leuvensesteenweg werd een trein onder vuur genomen; een stadsgenoot verloor er zijn voet. 's Namiddags werden er een paar bommen naar de gasfabriek of het stationsgebouw geworpen, maar het was de koffiebranderij van Van Haacht, die de volle laag kreeg en volledig vernield werd.
Een angstpsychose had zich van de mensen meester gemaakt. In elke vreemdeling zag men een Duits spion of een lid van de vijfde kolonne. De gekste geruchten deden de ronde. Zo bijv. als zouden zich achter de reklameplaten van Pacha Cichorei berichten en kaarten voor de oprukkende Duitse troepen bevonden hebben.
De vrijdag, de zaterdag, de zondag en de maandag gingen voorbij. De burgers begonnen zich klaar te maken om ons stadje te verlaten. Bij het zien van al deze verwarring besloten mijn ouders met de ganse familie ook maar weg te gaan en op het platteland een ogenschijnlijk veiliger onderkomen te zoeken.
Mijn vrouw en ik besloten met ons twee maanden oude kind mee te gaan. Langs allerlei binnenwegen bereikten wij over Scherpenheuvel en Schoonderbuken eindelijk Onze-Lieve-Vrouw-Tielt en vonden daar op een hoeve een onderkomen in de schuur. Voor niet lang. Inmiddels was het reeds dinsdag 14 mei geworden en kwamen de Duitse legers heel dicht bij. De praatjes en berichten werden al maar somberder. De klap op de vuurpijl was toch wel toen een priester per fiets de landweg naast de hoeve afgereden kwam, Die was totaal in paniek. Ja, zei hij, het is weer juist hetzelfde als in 1914-1918, men neemt alle jonge mannen mee en er worden er vele gedood. Waar die mens dat gehaald had, is voor mij nog altijd een raadsel. Maar dat was toch voldoende om mijn ouders het besluit te doen nemen mijn twee jongere broers op weg te sturen naar een recruteringscentrum in Roeselare, zoals het op de affiches stond. Moeder vroeg mij om met mijn broers mee te gaan; ik hoefde niet weg, aangezien ik invalide van het leger was. Ge kunt denken welke droeve taferelen zich daar afspeelden; ik moest afscheid nemen van mijn twee maanden oude zoontje en van mijn vrouw. Dat is ook de enige keer geweest in mijn leven dat Ik vader heb zien wenen. Twee zoons en een schoonzoon al aan het front, en nu de drie overblijvende zoons ook vertrokken voor een vlucht die voor mijn broers eindigde in Zuid-Frankrijk, maar voor mij in Noord-Afrika (Mers El Kebir).
F. CYPERS