73
Zaterdag 11 mei.
Ondanks wegversperringen, overstroomd terrein en diepe zandwegen stond de divisie rond 8 uur over een breed front voor het MaasScheldekanaal. Op de westelijke oever was eigenaardig genoeg van verdediging geen spoor meer. Alle bruggen waren vernield. Luitenant Hippler, van het 74e, bemerkte een Belgisch soldaat, die met een roeiboot het kanaal overstak. Ras nam hij een besluit, zwom het kanaal over en haalde de achtergelaten roeiboot terug. Daar verder geen overzetmogelijkheden voorhanden waren, werden met behulp van de roeiboot gezonken schepen naast elkaar getrokken en zodoende een noodbrug gevormd. Over die noodbrug zetten weldra. de eerste afdelingen over, die in de richting van het Albertkanaal vertrokken. In de avonduren bereikten zij het Albertkanaal bij Beringen, zonder noemenswaardige weerstand ontmoet te hebben. Daar, aan het Albertkanaal, was voor de voorpostafdelingen wachten geboden. Het kanaal stond als een sterke verdedigingslinie bekend, slechts te doorbreken mits de ganse divisie werd ingezet. In de eerstvolgende uren was met zulk een aanval, niet te rekenen. Het gros van de troepen kwam slecht vooruit wegens vernielde bruggen en wegen. Ook stonden nog aanzienlijke delen van de divisie ten oosten van Roermond, daar ze niet over de Maas geraakten.
Na die tweede dag van de veldtocht stond de 19e divisie met haar voorposten aan het Albertkanaal. Ze had gedurende die tijd 70 km afgelegd, twee verdedigingslinies doorbroken en was drie waterwegen overgestoken. Er waren die 11e mei geen verliezen geweest.