Vrijdag 10 mei
Op 9 mei lag de 19e Nedersaksische infanteriedivisie ten oosten van Roermond, in en om het Nederrijnse stadje Dülken. Rechts van haar lag de 30e divisie, uit Sleeswijk-Holstein, en links de 14e Saksische.
Reeds in de namiddag van die 19e mei waren alle eenheden aan de westgrens in alarmtoestand gebracht en in de nacht vingen ze de mars naar de uitgangsposities aan. Vanaf 2 uur 's nachts waren uit westelijke richting hevige ontploffingen be horen. De Hollanders schenen lont geroken te hebben en bliezen bruggen op over de Mlaas. Om 5 uur 's morgens hadden alle troependelen de uitgangsposities aan de grens bereikt. Precies om 5u.35, tijd voorzien in het aanvalsplan, werd de grens over gans het front overschreden. De oorlog in het westen was begonnen.
Voor de 19e divisie bestond de eerste opgave erin aan weerskanten van de stad Roermond de Maas over te steken en de bunkers op de westoever uit te schakelen. Er waren twee bruggen in bezit te nemen : de spoorbrug, ten noorden van de stad, en de grote straatbrug in de stad. Tussen de grens en de Maas viel geen weerstand te noteren. De bruggen over de Maas echter waren vernield. Pogingen om in de omgeving van de bruggen de rivier bij verrassing over te steken mislukten.
Met steun van de artillerie kon rond 9 uur op de westoever een bruggehoofd gevormd worden. Van dat ogenblik af boden de Hollandse troepen niet veel weerstand meer en ze werden spoedig overmeesterd. Onder de talrijke krijgsgevangenen bevond zich het bedieningspersoneel van het'grote wagenveer, dat onbeschadigd aan de westoever lag. Onder hun toezicht kon het veer dadelijk in dienst gesteld worden. Dat was belangrijk, want de herstelling van de bruggen zou heel wat tijd in beslag nemen en het meegevoerde pioniermateriaal was ontoereikend voor de brede rivier.
Zonder veel tijd te verliezen rukten vanuit het gevormde bruggehoofd voorposten op in de richting van de Belgische grens, die nog ongeveer 30 km verder lag. Ze vonden de bruggen over het Nederweertkanaal bij Zandvoort vernield. De brug bij Panheel was, intakt, zodat alle troependelen daarlangs omgeleid konden worden. Na heel wat tijdverlies, veroorzaakt door wegversperringen tussen de Belgische grens en Kinrooi, bereikten voorposten tegen het vallen van de avond de steenweg Kinrooi-Stramprooi. Daar hielden ze halt. In de loop van de nacht werden verkenners tot aan het Maas-Scheldekanaal gezonden. Het bleek dat het terrein tot aan het kanaal geruimd was: De bruggen over het kanaal en de straatweg waren vernield en het kanaal lag vol gezonken schepen. Van de westoever werd slechts hier en daar gevuurd.
Deze eerste dag van de veldtocht in het westen had de divisie 41 doden en 76 gewonden gekost. Ze stond echter voor het MaasScheldekanaal.