Vrijdag 17 mei
Op vrijdag 17 mei werd de slag bij de Dijle beslecht.
Daags voordien was een Duitse pantserformatie erin geslaagd de zuidelijke uitbreiding van de Dijlestelling tussen Waver en Gembloers te doorbreken, De Franse troepen, die deze sektor verdedigden, trokken zich terug. Ook de Britten, opgesteld tussen
84
Waver en Leuven, moesten zich noodgedwongen bij die terugtocht aansluiten.
In de sektor van de 19e divisie waren de gevolgen van die terugtocht in de vroege morgen van de 17e mei reeds voelbaar. Na middernacht nam het Engels artillerievuur geleidelijk af en rond 5 uur viel het plotseling volledig stil. Patrouilles, die daarop ingezet werden, konden haast ongehinderd tot kort voor Herent doordringen. In de sektor van het 1e bataljon daarentegen werd nog geschoten. Ook was het reeds te laat om de artilleriebeschieting en de tussenkomst van de luchtmacht, die eveneens voorzien was, nog in te houden. Iets voor zes zette de Duitse artillerie de beschieting in. Een formatie Stuka's bombardeerde kort voor acht de voornaamste weerstandsnesten. Alles bij elkaar veel moeite voor niets, want de Engelse stellingen waren voor het merendeel verlaten.
Om 8 uur stak de infanterie de vaart over en even voor 9 stond ze in Herent, het eerste aanvalsdoel, zonder veel weerstand te hebben ontmoet. Vervolgens werd een goed uur later het tweede aanvalsdoel, Veltem, zonder slag of stoot bereikt.
Toen omstreeks 11 uur een brug over de vaart klaar was, sloot de divisie op de westelijke oever aan. Het volgend marsdoel was Brussel. Het vooruitzicht op de intocht in Brussel was gunstig, want tot daar viel, volgens meldingen van de verkenning, geen weerstand meer te verwachten. 's Middags kwan echter het bevel dat de 19e divisie naar Vilvoorde moest oprukken. De intocht in Brussel bleef de links opererende 14e divisie voorbehouden. Begrijpelijk dat dit bevel in de rangen van de 19e divisie weinig enthousiasme vond.
Voor Oost-Brabant was daarmee het grootste onheil van de achttiendaagse veldtocht voorbij.