Voorwoord
Op Oostbrabants grondgebied werd gedurende de achttiendaagse veldtocht, alleen in het Leuvense ernstig gevochten. In verband met die gevechten verschenen reeds interessante bijdragen aangaande de geallieerde zijde. Daarom hebben wij het nuttig geacht in dit speciaal nummer over mei 1940 ook een artikel op te nemen dat ons een kijk geeft op het gebeuren toen aan Duitse zijde.
Los van alle politieke beschouwingen geven we het zuiver militaire feitenrelaas weer zoals het opgetekend werd in de dagboeken van een divisie die hier in Oost-Brabant, mei 1940, in de voorste linie streed.
Daar ze een hoofdrol speelt in deze bijdrage, belichten we die divisie kort in een eerste kapitteltje. Volgt dan het relaas van de gebeurtenissen dag na dag. Voor de tijdspanne van 10 tot 13 mei geven we de gebeurtenissen slechts in grote lijnen weer, voldoende om een idee te krijgen hoe en waarlangs de Duitsers tot aan de grens van Oost-Brabant belandden. De kritiekste dagen voor onze streek, 14, 15 en 16 mei, worden vanzelfsprekend uitvoeriger behandeld. Met de dag van 17 mei, toen voor Oost-Brabant de heetste dagen van de achttiendaagse veldtocht voorbij waren, besluiten we onze bijdrage.
Najaar 1939. Zodra de veldtocht in Polen ten einde was, begon het Duitse opperbevel zijn troepen over te brengen naar het westen. Divisie na divisie nam haar intrek in winterkwartieren tussen Rijn en westgrens. Ook de 19e infanteriedivisie behoorde daartoe.
De eenheden waaruit die 19e divisie bestond, stamden alle uit Neder-Saksen. De drie infanterieregimenten : het 59e, 73e en 74e, respektievelijk uit de garnizoensteden Hildesheim, Hannover en Hameln, het artillerieregiment eveneens uit Hannover.
Buiten die basiseenheden beschikte de divisie nog over verscheidene afdelingen, elk met een specifieke opdracht : verkenning, pantserafweer, bruggenbouw, vervoer, berichtentransmissie, medische verzorging, voedselvoorziening, onderhoud van voertuigen en uitrusting, enz...
De infanterieregimenten, hoofdmacht van de divisie, waren ingedeeld in een regimentsstaf, drie bataljons, een 13e en een 14e kompagnie, respektievelijk infanteriegeschut en pantserafweer. De bataljons waren ingedeeld in een bataljonsstaf, drie fusilierskompagnieën en een mitrailleurkompagnie.
Kortom, zoals iedere infanteriedivisie vormde de 19e een klein leger van circa 15.000 man, dat deel Uitmaakte van het XIe legerkorps. Het Xle legerkorps op zijn beurt behoorde tot het zesde leger, onder generaal von Reichenau. Diens stafchef was niemand minder dan von Paulus, later bevelhebber van het zesde leger ten tijde van Stalingrad. Daar werd hij zelfs tot maarschalk bevorderd.
72
Het aanvalsplan "West" nu had beschikt dat die 19e divisie, in de bewuste meidagen 1940, Oost-Brabant zou doorkruisen.