Boek InfoVoorbladInhoudVeertig jaar na '40Een Duitse versieDiest op 10 mei 1940mei 1940 te DiestMei 1940 in Webbekom en AssentVergissingKersbeek en omgevingMilitaire vliegveld VissenakenBelgische en Duitse tijdVliegveld Goetsenhoven 1940Meidagen in zuid-oost HagelandEen AnekdootjeVluchtMei 1940 NeerhespenErgens te veldeDe oorlog in het LandenseTienen en omgevingTesteltTentoonstelling Heemkunde in BrabantMobilisatie RillaarAarschot vluchtHouwaartSt.-Pietersrode en Kortrijk-DutselVerbeteringMeidagen 1940 HolsbeekDe meidagen '40 in LeuvenAverbode in 1940SchoonderbukenAchterblad
Oostbrabant 1980-2
Oostbrabantse Werkgemeenschap

138

RILLAAR TIJDENS DE MOBILISATIE TOT 14 MEI 1940

Wat al lang in de lucht hangt, dat gebeurt.
Einde augustus 1939 vindt de algemene mobilisatie van het Belgische leger plaats. De internationale toestand is erg gespannen. Op 1 september valt het Duitse leger Polen binnen, De mensen bij ons keuren dit af. Ze leven mee met het oorlogsleed van de Poolse bevolking. Ze voelen aan dat ze eveneens betrokken zijn bij deze oorlogscrisis.
Een 35-tal werklieden uit ons dorp rijden dagelijks met een bus naar het Albertkanaal. Men werkt er in drie ploegen. Deze lui vertrekken rond de middag en beginnen hun dagtaak om 14 uur in Diepenbeek. Voor middernacht zijn ze terug. Men werkt koortsachtig om de bedding van het kanaal klaar te stomen. De militaire leiding heeft immers beslist dat dit kanaal als een vooruitgeschoven verdedigingslinie zal worden gebruikt.
Rond diezelfde tijd is men ook druk doende om de verdedigingsgordel tussen Koningshooikt en Waver aan te leggen.
De wederopgeroepenen worden ondergebracht in de Sint-Niklaas­zaal en in de cinemazaal "De Zwaan". Er worden nieuwe reserve­eenheden gevormd. Daarom worden vele Brabantse boerenpaarden opgeëist. Een artillerie-eenheid komt tot stand. Dit gaat gepaard met grote moeilijkheden! De paarden zijn niet op elkaar afgestemd, de soldaten rijden hun zitvlak open op de brede ruggen van dez dikke Brabanders.
In het 'Schuttersveld', gelegen op het grondgebied van Rillaar en Messelbroek, vat men de grondwerken aan om het vliegveld nr. 29 aan te leggen. De staf, die uit Tienen komt, bezet het pas gebouwde huis van 'Jef van de Garde' vlak tegenover het vliegveld langs de steenweg naar Scherpenheuvel. Een 15-tal soldaten leven, werken en wonen daar. Enkele telefoondraden die voor de verbinding moeten zorgen, zijn zonder veel zorg aan de bomen langs de weg bevestigd. Een groep soldaten heeft bij boer Valvekens, op de Zoot, enkele houten barakken opgericht als werk­en slaapvertrekken. Ze hebben getracht met blauwe en zwarte verf hun aanwezigheid te camoufleren. Deze manschappen staan in voor het effenen van het terrein. Hindernissen worden verwijderd; scheidingslijnen van percelen worden vervaagd. Dit zal een harde woordenwisseling tussen aangrenzende eigenaars veroorzaken als ze hun gronden opnieuw in gebruik nemen.
Menigmaal ben ik als tienjarige knaap naar het vliegveld getrokken om de werkzaamheden te bezichtigen en om daar op en neer te gaan met de halfzware wals, die een eenzame soldaat in die eenzame weidse vlakte bestuurt. Daarna eist men een 15-tal boeren op om met paard en eg die vlakte met graszaad te bezaaien. Als wat later de oorlog uitbreekt, is het reeds een malse en groene weide.
Ik herinner me nog zeer levendig dat in dat najaar al de leerlingen van de gemeentescholen te voet naar Aarschot trekken om in de bioskoop "Unitas", op de Grote Markt te Aarschot, de film
139
"Ons Land Waakt" te bekijken. Al dat donderend lawaai van ronkende tanks schijnt ons in de zaal te verpletteren, De verschrikkelijk lange kanonlopen gaan dreigend de hoogte in. Wat een leger, zet, het onze! We kunnen rustig op onze beide oren slapen.
Toch is het een zalige en onbezorgde tijd voor de opgroeiende jeugd. Ze leven en bewegen tussen de paardelucht en de reuk van militaire uitrusting. Men oefent aardig wat. Door een onhandige beweging valt een artilleriesoldaat pardoes van zijn boerenpaard. Zijn helm rolt hem even achterna op de betonweg. Niet al te erg,hoor! Alleen een flinke uitbrander van de wachtmeester­instructeur valt hem te beurt: Wat verder zit langs de grachtkant een zware wagen klemvast. De zes ingespannen paarden halen het niet. Dan gaat een boerenzoon het eens proberen. Vier paar worden uitgespannen. Slechts één koppel paarden sleurt die wagen op de weg, wat verbluffing afdwingt bij de omstaande soldaten.
Buiten korte en onregelmatige opleidingsoefeningen, hebben de soldaten veel vrije tijd. Ze kaarten, soms wel voor geld; ze drinken, voetballen of luieren wat op hun bed.
Er zijn soldaten bij die zeer ver van huis zijn. Ze komen uit Westhoek of van bij de Duitse grens. Onregelmatig gaan ze met verlof. Sommigen zijn erg ontevreden. Maar enkele boerenzonen, helpen een boer de koeien melken en voederen. Hier en daar trouwt er dan wel 'n soldaat met één van de dochters. De meeste soldaten die bij de burgers en boeren onderdak vinden, worden als eigen zoon aanvaard. Meestal slapen ze in een burgerbed. Ze zitten en eten mee aan tafel.
Enkele dagen vóór Kerstmis kondigt de winter zich heel onverwachts aan. Maar pas na nieuwjaar 1940 begint het echt te winteren. Dat winterweer houdt onafgebroken aan tot einde maart. Deze gedenkwaardige winter berokkent veel leed. Paarden die buiten staan, lijden onder de bittere koude. Soms worden ze dan ook nog slecht gevoederd. De haver wordt zonder meer zomaar op de blote grond gegoten, zodat de dieren aarde mee opeten.
zondag 28 april 1940 doen we onze Plechtige Communie in de Parochiekerk van Sint-Niklaas. Dit verloopt bijna onopgemerkt. De kleermaker uit de straat maakt een nieuw kostumeke. 't Is wel aan de ruime kant, maar een beetje ruimte als reserve kan geen kwaad in deze onzekere tijden.
Op 7 mei komt er vooralarm. Vergunningen worden ingehouden en de troepen worden opgesteld. Tot 10 mei duren verder troepenbewegingen.
Een verwarde en onzekere oorlogsstemming maakt zich onmiddellijk meester van de bevolking. De gewone activiteiten vallen stil. Er wordt nog weinig ondernomen. Onsamenhangende en tegenstrijdige berichten worden de wereld ingezonden. De oudere mensen hebben nog fris de gedachte aan de baldadigheden en de gruwelen gepleegd door de Duitsers in 1914, in hun achterhoofd.
Op 9 mei wordt zuster Isabella door een aanval getroffen. Ze verblijft in het klooster te Rillaar bij de 'Zusters van Vorselaar'. Ze is 67 jaar oud. Er worden maatregelen overwogen om ze de volgende dag met de auto naar Westmalle te vervoeren.

140
Op 10 mei, rond 1 uur, sterft zuster Isabella heel onverwachts. Enkele zusters hebben hun handen vol met dit sterfgeval. Het stoffelijk overschot wordt in de voorhal opgebaard. Al heel vroeg in de morgen brengt onderpastoor Driesen een bezoek, samen met het nieuws dat de oorlog is uitgebroken.
Om 4u,32 wordt het vliegveld van Schaffen gebombardeerd. Verdwaasd worden we uit onze slaap gewekt. De lucht is gevuld met het geronk van vliegtuigen.
Ze zijn nauwelijks waar te nemen in de vroegte van de nieuwe dag. Om 4u.35 overschrijdt een groot aantal Duitse divisies terzelfdertijd de grenzen van Nederland, België en Luxemburg. De grote oorlogsmachine is gestart.
Onderpastoor Driesen geeft de raad zo snel mogelijk het lijk van zuster Isabella naar het kerkhof over te brengen. De burgemeester, Victor Valvekens, wordt op de hoogte gebracht.
De nieuwe dag kondigt zich goed aan. Een staalblauwe hemel overkoepelt het nakende oorlogsgeweld. De lucht hangt voortdurend vol gerommel van vliegtuigmotoren. Het zal een warme dag worden. Vele arbeiders zijn al vroeg uit de veren om zich per fiets of per tram naar het werk te begeven. Maar ze vormen groepjes op straat en speuren onrustig de lucht af.
Naar gewoonte rijden m'n broer en ik per fiets naar de vroegmis van 7 uur. Het gerommel duurt voort, ook tijdens het misoffer. Na de mis fietsen we weer naar huis. In het dorp aan de Mottebrug gekomen, zien we geniesoldaten, die enkele gaten maken in de kasseiweg om deze brug te ondermijnen. Thuisgekomen gaan we te voet naar de school, die om 9 uur begint. Bij het Sint-Jozefsgodshuis worden we door pastoor Smeyers, die hier aalmoezenier is, terug naar huis. gestuurd. Dit hoeft hij geen tweemaal te zeggen!
In de voormiddag komt het afweergeschut in actie; echter te vergeefs. Zwarte rookwolkjes barsten één na één open, ver achter. het bewegende doel. Die dag wordt om 11 uur nog vlug een huwelijk ingezegend te Rillaar. Marie en haar soldaat, die op het vliegplein tewerkgesteld is, fietsen samen met twee getuigen naar de kerk. Pastoor De Lescluze zegent in een minimum van tijd en met weinig Latijn het huwelijk in. Net zoals ze gekomen zijn, spoeden ze zich naar huis, zonder veel tralala. Vandaag is het de zaterdag van Rillaarkermis, 'Beenhouwer' Lemmens heeft.zich goed bevoorraad met vlees. De bakkers Nijs en Meuris hebben veel voorraad brood en vlaaien. Morgen zou normaal de processie door het dorp trekken.
Rond de middag vallen er enkele vliegtuigbommen en deze komen terecht vrijwel op een rechte lijn tussen Montenaken en het Heiken.
Na de middag spoedt de pastoor zich naar het klooster van de zusters. Hij geeft de laatste zegen. Slechts twee zusters nemen in het portaal afscheid van hun overleden medezuster. Enkele leden van de plaatselijke burgerwacht, onder de leiding van 'Perreke van de Kortakker', brengen het lijk naar het kerkhof over. Er is nog geen graf gemaakt. De uitvaartmis zal later geschieden. Daarna pakken de zusters hun valiezen en nemen hun intrek bij de familie Storms op Rommelaar. Wel keren enkele
141
zusters 's avonds terug om in het klooster de nacht door te brengen.
De eerste vluchtelingen trekken voorbij. Ze vluchten naar het westen. Als ze een vliegtuig horen naderen, overvalt een panische angst hen, hetgeen we op dit ogenblik niet kunnen begrijpen. Soldaten trekken zich eveneens terug. Velen laten een deel van hun militaire uitrusting achter. De 11 actieve en de 14 reservedivisies trekken zich ongedisciplineerd achter de kanaalzone terug naar de K.W.-linie. Ardense Jagers en Grenswielrijders zijn op doortocht naar Mechelen.
De steeds talrijker wordende vluchtelingen sleuren onverbiddelijk de dorpsbewoners mee in het onbekend avontuur.
Vader is niet van plan zijn dieren in de steek te laten en te vluchten. De enige koe van een buurman wordt er bij in de weide gezet. Ook dit gezin is in paniek er vandoor. Alleen onze naaste buurman, 'Jef de Kuiper', is ook thuis gebleven.
Vader en moeder nemen toch enkele voorzorgen om op het laatste nippertje te vluchten, als dit nodig zou zijn. De fietsen worden al tegen de gevelmuur van het woonhuis klaargezet. Ik zie moeder nog een gerookte hesp, recht uit de schouw van de open haard, in een wit laken wikkelen en met een touw stevig aan de stuurstang van mijn fiets vastmaken. De bagagedrager wordt ook flink belast. Ik twijfel sterk aan mijn kinderlijke rijkunst om zo tot in Frankrijk over de Tourmalet te vluchten. De avond valt. 's Anderendaags is het hoogdag van Pinksteren.
Op zondag 12 mei zijn we allen vroeg uit de veren. De stroom vluchtelingen kent nog geen einde. Het wordt ondraaglijk. Onzekerheid en onrust breken alle weerstand. We beslissen tijdens de voormiddag het paard in de kar te spannen. Het allernoodzakelijkst wordt opgeladen. De deuren worden niet gesloten. De dieren krijgen hun laatste voorraad voeder en heel het gezin vertrekt naar de Zoot, amper 700 meter van het ouderlijk huis verwijderd, vanwaar we alles in 't oog hunnen houden. Dit schept een gevoel van veiligheid omdat we nu wat van de hoofdweg af zijn. We zijn amper 200 meter op de weg en plots vliegt een blinkend reuzen­vliegtuig vanuit de richting Scherpenheuvel laag over de weg. De tijd om te reageren ontbreekt. Het is een geharrewar van vluchtende mensen. We rijden dan nog wel tegen de stroom in. Gelukkig gebeurt er niets. Weldra belanden we bij 'Fien Stas'.
Maandag 13 mei. Het is tweede Pinksterdag. Na al die spanningen en vermoeidheid van de vorige dagen hebben we de voorbije nacht goed geslapen. Overdag bespieden we voortdurend, vanuit onze schuilplaats, de weg naar Scherpenheuvel. Deze dag is even mooie en warm als de vorige dagen. De vluchtelingenstroom neemt stilaan af. Nu en dan trekken er nog enkele groepjes vluchtelingen door, 's Middags gaan vader en ik langs een smal voetwegje terug naar huis om de dieren te voederen en te verzorgen. De steenweg ligt nu helemaal verlaten. Alles rondom ons is doodstil geworden, We bevinden ons in een onbekend niemandsland.
Dinsdag 14 mei. Op wat opengespreid stro in de voorkamer brengen we samen de nacht door. In de vroege morgen worden we klokslag 4 uur verschrikt gewekt door twee bijna gelijktijdige ontplof-
142
fingen die de Mottebrug in de lucht laten vliegen.
Er werd een gat geslagen van meer dan tien meter breed en acht meter diep. Straatkasseien vlogen door de daken. Zware ijzeren balken van deze brug werden tot op de Ebdries geslingerd. Wat een chaos! Zeven huizen zijn tot één troosteloze massa puin herschapen. Een laag modder, afkomstig uit de Motte, overdekt dit alles. Stenen, kasseien, balken en bomen liggen overal verspreid. De nabije huizen staan nog wel gedeeltelijk overeind. Toch zijn daken afgerukt; deuren en vensters liggen ingeslagen. Aan een hoge tak, van een boom hangt er zielig een stoel uit de meubelzaak van Jerome Brams. Dit is zowat een afstand van 80 meter.
Van slapen komt er verder niets meer in huis. Iedereen weet dat de vijand nu niet ver meer kan zijn.
Vader en ik keren 's morgens weer naar huis om voor de dieren te zorgen. Doelloos brengen we onze tijd door in de omgeving van de woning. Omstreeks 11 uur in de voormiddag staan we samen met 'Jef de Kuiper' op de brug voor de woning. Er valt weinig te bespeuren in de onmiddellijke omgeving. De zon doet heel de natuur blinken en schitteren. Maar plots, vooraleer we het goed beseffen, horen we uit de richting Scherpenheuvel het naderend geronk van motoren. Vrij handig en snel stopt een motor met sidecar voor ons. Twee gehelmde militairen vragen in 't Duits of er nog Belgische soldaten zijn. De bestuurder zit op de motor met zijn geweer over de schouders. De andere houdt zijn geweer naar ons gericht. Ik steek mijn handen ook in de lucht zoals al de anderen. Waarom weet ik niet! Dit zijn nu Duitse soldaten in levenden lijve. Nooit heb ik me de kleur en de snit van hun militair pak, hun helm en hun laarzen, kunnen voorstellen. We mogen de armen laten zakken.
Snel rijdt de eerste motor verder. Op de nodige afstand volgen nog enkele identieke motoren. De eerste schrik is gebroken.
Na de middag begint het pas voorgoed. Eindeloze rijen soldaten, wagens en oorlogsmaterieel trekken over de steenweg, in de richting van Aarschot.
Stofwolken stijgen omhoog.
Evrard MATTHEUS
Diestsesteenweg 395
3250 Rillaar