|  | |
|
De opgeblazen Demerbrug te Testelt op 12 mei 1940
| |
136
DE EERSTE OORLOGSDAGEN IN TESTELT
Sinds april 1940 was er in Testelt een kompagnie gelegerd, zo wat "gezette burgers" tussen 30 en 40 jaar oud. Ze maakte deel uit van zogezegde hulptroepen die in een ver achteruitgelegen stelling, ver van de grens en van het Albertkanaal versterkingen met prikkeldraad aanlegden.
Bij navraag aan een van die mannen, die nu al een eind in de 70 is, schrijft deze dat ze in 1939 bijeengestoken waren in Putte bij Mechelen, dat hun eerste verblijfplaats Vliermaalroot en Waltwilder was en dat ze daarna overgewaaid waren naar Testelt. Het was een Vlaamse kompagnie, waarvan hij zich de naam niet meer herinnerde, met Frans sprekende officieren en één die "le flamand usuel" verstond. Aan het Albertkanaal hadden ze tonnen prikkeldraad verknoeid en vele loopgrachten gemaakt. Als bewapening hadden ze enkele geweren, zo ongeveer één geweer voor drie soldaten. Bij het begin van de oorlog zijn ze op zaterdag 11 mei van hieruit te voet vertrokken in dagmarsen en nachtmarsen totdat ze aan de zee geraakten, waar voor hen de oorlog beëindigd was. Tot hier het verhaal van een ingekwartierd soldaat.
Begin mei was het hier mooi lenteweer. De mensen maakten zich klaar voor een zonnig pinksterfeest maar op die vrijdagmorgen 10 mei werd alles in de war gestuurd. Het was ongeveer halfvijf in de morgen. Vliegtuiggebrom, bombardementen achter de Testeltse berg, ontploffingen van afweergeschut in de lucht. Het vliegveld van Schaffen werd gedurende een half uur gebombardeerd. En plotseling in die vroege morgen vluchtten hier laag over de bossen en velden twee kleine tweedekkertjes die de hel van Schaffen konden ontlopen, vlug naar het westen toe. De mensen werden ernstig en bang en vroegen zich af : zal het een herhaling worden van '14-18?
Men maakte plannen om te vertrekken. Sommigen geraakten tot in het noorden van Frankrijk, anderen maar tot in Langdorp en waren de volgende dag al terug. Er was niet veel tijd om na te denken, want in de voormiddag van zaterdag 11 mei overvlogen vier dikke Junkers Testelt, een vijftal ingekwartierde soldaten kropen vlug in een houtkant en- schoten met hun geweer naar die vliegtuigen. Deze mitrailleerden terug zonder iemand te raken en lieten vijf bommen vallen in de weide van Jef Geyskens op de Hulst.
Volgens een algemene kaart van Luit. Kolonel A. Bikar, uitgegeven in 1970, over de krijgsverrichtingen van 10 tot 18 mei 1940, werd de driehoek Webbekom-Averbode-Gelrode nu verdedigd door de 11de divisie, die van Leopoldsburg teruggetrokken was.
De bewoners van de kanaalzone moesten achteruit. Zo kwamen vluchtelingen van Tessenderlo hier schuilen. Zo weten we ook dat de zusters Franciskanessen van Oosterlo (Geel) onderdak kregen in de school van Wolfsdonk (Langdorp).
Dan was er nog het "strategisch" punt van de Demerbrug, die hier de verbinding was tussen Hageland en Kempen.
137
Het springen van die brug werd grondig voorbereid. Maanden tevoren waren er drie putbuizen diep ingegraven aan de brug en op zaterdagmorgen 12 mei met dynamiet gevuld. De grondige zinloze ontploffing vernielde niet alleen de brug, maar ook de nabij liggende huizen. Van een Mariakapelletje schoot niets over, het 16de-eeuwse Mariabeeld vloog in de Demer en werd gelukkiglijk gered door gemeentesecretaris Jozef van Aert.
Zo werd het stil op Pinksterdag. Men wachtte af.
En ineens, op die dinsdagvoormiddag 14 mei. kwamen de Duitse soldaten af, Eerst een paar bange verkenners per motor met zijspan, het geweer over hun schouder en een resem kogels, dan lichte auto's met op de motorkap helgele doeken om hun positie aan de verkenningsvliegtuigen duidelijk te maken. Dan kwamen de pelotons wielrijders, die in de richting van Langdorp en Aarschot reden.
Ik zie nog die bange jonge Duitse soldaat, die op wacht stond aan het "IJzeren Isruis", tussen Averbode en Testelt, terwijl zijn lotsgenoot op verkenning was naar de Weefberg. Sidderend en bevend stond hij daar om te zien of er niets roerde. Er gebeurde niets, Later werd vernomen dat het eerste treffen tussen Belgische en Duitse troepen plaatshad tussen Wezemaal en Rotselaar.
Het eerste begin was voorbij. Na een paar weken kwamen sporadisch enkele van onze soldaten terug. Op de Kommandantur in Diest kregen ze een stempel, dat nergens toe diende. Voor hen was de oorlog gedaan, een jarenlange bezetting stond voor de deur.
A. WILLEMS