Vrijdag 17 mei.
Ten N. van Namen moest het 1e Franse Leger wijken, terwijl ook Leuven viel, ondanks het heldhaftig verzet der Engelsen. In de nacht trokken de Franse en Britse eenheden zich terug op Brussel, om hun nieuwe verdedigingsstellingen achter het Kanaal. Brussel-Charleroi te gaan bezetten.
Door deze aftocht lag de rechtervleugel van het Belgische front ongedekt, terwijl het 9e Leger steeds wijken moest.
De toestand in Nederland was uiterst kritisch; Overal moesten de troepen achteruit voor de vijandelijke overmacht. Het 7e Franse Leger, dat een offensief poogde in te zetten naar Breda en Tilburg, stootte op een machtige vijand. Duitse valschermspringers, geland bij Rotterdam en Den Haag, verlamden volledig de verdediging, zodat elke geallieerde samenwerking uiterst moeilijk, bijna onmogelijk werd.
Door dit maneuver kwam ook de linkervleugel van het Belgische front in groot gevaar en werden onze troepen bij Antwerpen ernstig bedreigd.
130
En tot overmaat van ramp trokken de Fransen zich op Zeeland terug, nadat de Nederlandse troepen bijna volledig afgesloten en omsingeld waren geraakt in de driehoek Den Haag-Amsterdam-Haarlem. Daar sprak men reeds van kapitulatie, zodat overal de toestand zich hopeloos begon voor te doen. Maar niettegenstaande al deze tegenslagen streed ons leger koppig verder en leverde het verwoede afweergevechten, ofschoon de tragische gebeurtenissen de algemene aftocht naar het Westen veroorzaakten, ten einde de geallieerden niet te schaden op hun terugtocht.
Op 17 mei werden de Scheldestellingen betrokken, nadat alle bruggen en wegen op de K.W.-lijn waren vernield, De achterhoede leverde een harde en onverbiddelijke strijd langs de Nete en de Rupel, aan 't kanaal van Willebroek, het Hoofd van Vlaanderen, de Scheldeoevers en de Dender.
Te Luik staakten de forten Fléron en Embourg de strijd, maar pas nadat al hun verdedigingsmiddelen waren uitgeput.