Dinsdag 14 mei
Nadat de Getestellingen waren doorbroken, werd door de Belgen een nieuwe verdedigingslijn betrokken, de K.W.-lijn van Antwerpen tot Leuven, verlengd door de Engelsen tot Waver en verder het 1e Franse Leger tot Namen, terwijl het 9e Franse Leger aan de Maas streed, tevergeefs, om de bres bij Houx te dichten.
Rond 04,00 uur 's morgens rukten de eerste Duitsers de stad binnen, komende vanuit de doorbraak ten N. van Tienen, ter achtervolging van de aftrekkende troepen. Lij werden gevolgd door dichte drommen, die triomfantelijk door de straten trokken, de puinen langs.
Burgers vielen er niet meer te bespeuren, die loerden met vlammende blik, door de spleten der gordijnen. Ze zagen de Duitsers voorbijtrekken en wisten niet uit te drukken, wat een gevoel hun hart omknelde, een gevoel van vrees en haat, van smart en opstand, een gevoel van leed en woede en van verdrukte fierheid, een onuitsprekelijk gevoel van verbittering.
En nochtans leken de Duitsers niet zo boos, maar de ouderen van dagen kenden dat, die wisten wat er achter de gemaakte vriendelijkheid verscholen lag, want niet zo heel lang geleden waren ze nog met die "Herren" in kontakt geweest. Ze schenen wel te glimlachen, of zou het misschien iets als een grijnslach zijn? Ze deelden zelfslekkernijen uit. Bah ...! Slechts oogverblinding:
Zij hadden zich immers vanuit de lucht laten kennen, met vliegend en moordend schroot. Meenden ze misschien met al hun vals gedoe, nu weer alles goed te maken, of was het een lage, en sluwe. list, om ons volk te misleiden ? Velen, te velen zelfs, werden het slachtoffer van die Judasgroet. Als vijand waren zij gekomen, als vijand zouden zij ook behandeld worden. Ons volk duldde geen vreemde heersers. Ieder ogenblik zou er gestreefd worden en ooK gestreden, om die vijand te keer te gaan.
En dat waren de eerste symptomen van het onverwoestbaar, weerstandbiedend karakter van hen, die later de openlijke strijd zouden voeren tegen de verdrukker van ons volk. Zonder onder breken rukten de Duitse troepen door, de dappersten onder de dapperen van het Deutsche Reich, op ons landeke afgestuurd. De valse vriendschap zou verzwinden en plaats ruimen voor de Nazi-terreur. Een bezettingsdetachement vestigde zich weldra in de stad. Een Feldkornmandantur vaardigde "Bekanntmachungen" en "Verordnungen" uit, ter onderdrukking van ons volk. Op de bezette gebouwen wapperde de hatelijke hakenkruisvlag, ten teken
128
van heerschappij. Maar de Belg kwam uit voor zijn vrijheid. Vlug zou de Duitser ondervinden, dat zij niet buigen konden, noch buigen wilden, geen loense propaganda of geveinsde vriendschap duldden, geen dreigende vuist die tot slaafsheid verplicht. Dat zij geen ruggen hadden die kromden, geen leden die ketens torsten. De drang naar Vrijheid en Onafhankelijkheid leefde in het volk. Eens zou het "Herrenvolk" dat moeten ondervinden. Al waren de eerste Duitsers met fier gemoed ons landje binnen gedrongen, de laatsten zouden het ontvluchten met scha en schande overladen. Lang zou de strijd duren, zware en vele offers vergen, maar om de uiteindelijke en glorierijke overwinning te behalen, daar stond de opstandige, niet te onderdrukken en eensgezinde vrijheidswil borg voor. Inwendig zwoeren sommigen een dure eed.
Zo eindigde de. eerste dag der bezetting met ontgoocheling en verbittering, met haat en verkropte woede.