Boek InfoVoorbladInhoudVeertig jaar na '40Een Duitse versieDiest op 10 mei 1940mei 1940 te DiestMei 1940 in Webbekom en AssentVergissingKersbeek en omgevingMilitaire vliegveld VissenakenBelgische en Duitse tijdVliegveld Goetsenhoven 1940Meidagen in zuid-oost HagelandEen AnekdootjeVluchtMei 1940 NeerhespenErgens te veldeDe oorlog in het LandenseTienen en omgevingVrijdag 10 meiZaterdag 11 meiZondag 12 meiMaandag 13 meiDinsdag 14 meiWoensdag 15 mei.Donderdag 16 meiVrijdag 17 mei.Zaterdag 18 meiZondag 19 meiMaandag 20 meiDinsdag 21 mei.Woensdag 22 meiDonderdag 23 meiVrijdag 24 meiZaterdag 25 meiZondag 26 mei.Maandag 27 meiDinsdag 28 mei.TesteltTentoonstelling Heemkunde in BrabantMobilisatie RillaarAarschot vluchtHouwaartSt.-Pietersrode en Kortrijk-DutselVerbeteringMeidagen 1940 HolsbeekDe meidagen '40 in LeuvenAverbode in 1940SchoonderbukenAchterblad
Oostbrabant 1980-2
Oostbrabantse Werkgemeenschap

123

Zondag 12 mei

Wegens de doorbraak van het 6e Duitse Leger en de snelle opmars der pantsers in westelijke richting, werd Luik ernstig bedreigd, wijl onze troepen het Albertkanaal prijs moesten geven, om aan omsingeling te ontkomen. De tussenstelling bij de Gete moest nu in aktie treden. Maar het drukke verkeer op de wegen door de vluchtelingen, belemmerde aanzienlijk de krijgsverrichtingen en de troepentoevoer. In eindeloze slierten strompelden vermoeide vluchtelingen immer verder. Hun leven behouden en aan de vijand ontsnappen was hun enig doel. Mannen, vrouwen en kinderen, met van pijn, angst en van honger vertrokken gezichten, beladen met zielige vrachten waarin hun eigendommen staken, bewogen zich moeizaam voort.
Rond de middag vernamen wij dat ons leger in aftocht vocht en zich op de Gete terugtrok. Naargelang het front dichter kwam, namen de luchtaanvallen opnieuw toe. Stuka's bestookten de terugtrekkende troepen. En opnieuw vluchtte het volk naar de schuilkelders, om te bidden en te beven, te wenen en te hopen.
De radio meldde dat al de jongemannen tussen 16 en 35 jaar moesten vertrekken om aan de vijand te ontsnappen en zich bij het leger te voegen. Ik was amper 17 jaar geworden en meldde mij aan bij het 4e Lansiers, maar de heersende paniek belette het aanwerven van oorlogsvrijwilligers.. Toen maakte ik mij klaar om te vertrekken, maar besloot nog een dag te wachten. Misschien werden de Duitsers tegengehouden en dan zou ik hier in eerste lijn bij de Gete beter mijn plicht kunnen volbrengen dan elders in het achterland.
In het noorden was de toestand kritisch geworden, doch ons leger had de weg Kwaadmechelen-Diest terug in handen genomen en verbinding verwezenlijkt met de troepen op de Gete en de Mehaigne, waar bij dageraad de stellingen versterkt werden, om de vijand af te wachten. Boven Kwaadmechelen was het Kanaal op Turnhout eveneens door Belgische troepen bezet.
Ten zuiden van Tienen lagen de 2e en 3e Franse DLM-eenheden opgesteld tot Hoei, over een front van 40 km, aanleunend tegen de Kleine Gete, een zijrivier die zich door een doorsneden terrein slingert en recht aanleunt tegen de Mehaigne. Deze beboste hellingen boden goede afsluiting tot aan de Maas, waar zich het 9e Franse Leger bevond.
De stellingen van de Franse cavalerie bevonden zich schrijlings op een heuvelrug, waarin de kruin de frontlijn loodrecht sneed. Het was dat heuvelachtig en naakt gebied, een soort van gang vormend van 10 km breed en dus zeer geschikt voor het inzetten van tanks, dat door de Franse generaal Prioux, bevelhebber van de 2e en 3e DLM van het 1e Franse Leger, uitgekozen werd om als centrum te dienen voor zijn verdedigingsstellingen.
De 3e DLM stelde zich op van Opheylissem tot bij Moxhe, de 2e DLM verder tot aan de Maas. Een sterke reserve van tanks verdedigde Wasseige en Jandrain. Van in de vroege ochtend ontbrandde de strijd. Verwarde gevechten grepen plaats op de twee vleugels van de Fransen, met als gevolg dat het 12e Curassiers van Kol. Lager, zich moest terugtrekken op Tienen, met uitlopers
124
naar Orsmaal en Laar. Sommige elementen moesten zich een weg banen door de gevorderde Duitse infiltraties, die druk uitoefenden in de richting van Hannuit en weldra deze stad veroverden.
Rond 08.00 uur vielen de Duitse tanks Crehen aan en gedurende de ganse voormiddag woedde de strijd in alle hevigheid. De Franse troepen voerden een tegenaanval uit op de 4e Pantserdivisie van Heinrich Eberbach, die samen met de 3e Pz. Div. het Korps Hoeppner uitmaakte en op de lijn Tienen-Hoei tegen de Franse verdedigers was ingezet. De Duitsers leden zware verliezen en verschillende krijgsgevangenen werden over Tienen doorgevoerd. Maar de vijand slaagde erin Thisnes te bezetten. Toen trokken de Fransen zich terug op Jandrain, Jandrenouille en Wansin, Pas bij het invallen van de duisternis konden de Duitsers tot Wansin en Jandrain doordringen, maar hierdoor moest de 3e DLM haar frontlijn rechttrekken en inkorten, zodat Jandrain en Merdorp nu in eerste lijn lagen. De 2e DLM handhaafde, ondanks de hevigste aanvallen, haar stellingen op de Mehaigne. In de vooruitgeschoven zone van de Tiense sector werden de Duitsers, komende uit de richtingsas Tongeren -St.-Truiden, door het 12e Franse Curassiers tegen gehouden en de Lansiers waren ter hulp gesneld. En meer noordwaarts tussen Tienen en Diest, bleven de verdedigingsstellingen van de Gete ongeschonden in Belgische handen. Enkele Engelse gevechtswagens waren tot Tienen en Hoegaarden doordrongen. maar trokken zich bij het vallen van de avond terug op hun stellingen achter de K.W.-lijn bij Leuven.