Zaterdag 11 mei
De pantserdivisies van het 6e Duitse Leger onder von Reichenau stormden nu door de bres en brachten zware verliezen toe aan de verdedigers, die ondanks het verraad en de overmacht hardnekkig weerstand boden.
In de loop van de morgen werden de Kanaalstellingen in de sector van Eben-Emael overrompeld en rond de middag viel het fort. Vanaf dat ogenblik rukten de Duitsers op in de richting van Tongeren en bedreigden aldus het achtergebied van de Franse verkenningselementen van het 12e Kurassiers, die zich op St.-Truiden terug trokken,
Een nieuwe verdedigingslijn langs de Gete drong zich op en het. was deze lijn die door de Lansiersregimenten werd bezet. De 3e Franse Lichte Gemechaniseerde Divisie bezette haar stellingen van Tienen over Hannuit tot Hoei. In de namiddag kregen de Lansiers hun vuurdoop, door laagvliegende vliegtuigen die de stellingen onder vuur namen.
Zenuwachtig luisterde het volk naar de radioberichten, die het wijken van onze troepen aan het Albertkanaal meldden. Doch Luik met al zijn forten hield stand; voor ieder lapje grond werd hevig gevochten. Voortdurend reden Franse gemotorizeerde eenheden door om het aanrukkend leger van von Reichenau tot stilstand te brengen.
Ondertussen werden overal te lande schikkingen genomen, om tegen gebeurlijke landingen van valmschermspringers en spionnen van de 5e kolonne in te gaan. Het volk werd op zijn hoede gesteld voor sabotage.
Diezelfde avond, toen de Belgische troepen bij St.-Truiden in eerste voeling traden met vooruitgeschoven verkenningseenheden, zag ik een man, naast een wegwijzerplaat, vluchtig een kaart inkijken en zich dan snel verwijderen. Dadelijk riep ik de hulp in van een Frans officier, die de verdachte liet nazetten en aanhouden. Hij werd in 't bezit gevonden van een Duitse stafkaart der 5e kolonne en ontploffingslonten.
Ik had mijn eerste opdracht vervuld, mijn eerste plicht volbracht tegenover het Vaderland, een avontuur ving aan.