Woensdag 22 mei
Een Brits soldaat uit York, die aan de schietstand karweien moest opknappen, maakte ons zijn inzicht tot ontvluchten kenbaar. Het plan werd voorbereid en toen de schildwacht zich verwijderde van de omheining, knipten wij koortsig de draad over, zodat de Brit zich naar buiten kon wringen. En weer telden de Duitsers een gevangene minder, de 18e sedert onze samenzwering. Achter het dichte. struikgewas van het stadspark werd van kledij veranderd en de soldaat was vrij.
En overal te lande sloegen mannen en vrouwen de handen in elkaar met het doel, de vijand kwaad te berokkenen. Een andere taak bestond erin om aan de verdedigingswerken buiten de stad, te Grimde en te Bost, waar de troepen slaags waren geweest in de nacht van 13 op 14 mei tijdens de achterhoedegevechten, het achtergelaten oorlogstuig te vernielen. Een grote hoeveelheid munitie werd verborgen of mede genomen. Een mortier werd buiten gebruik gesteld en allerhande ander materiaal aan de vijand ont trokken. Aan deze taak waren wij reeds vanaf 14 mei begonnen, maar op 22 mei eindigde onze opdracht, want de Duitsers verschenen met logge karren, waarop al het overgeblevene werd opgeladen. En zo werd vanaf het eerste bezettingsuur reeds aan weerstand gedaan, geboren uit het gevoel van plicht. en uit haat jegens de verdrukker.