Boek InfoVoorbladInhoudE.H. Karel Havermans : HerinneringenBoekbespreking : Diesterse tinnegieters van weleerDe plaats van de oude kerk van SchaffenAverbode tijdens de Franse overheersingHet stedelijk museum van Diest, een pareltje !Pas verschenenOver vroegere ambachten te DiestDiesterse volksmensen: "Jef de grafmaker"Het gebeurde op het begijnhof te Diest anno 1810Uit de "Gazette van Diest" van Zaterdag 13 juli 1929De Leuvensepoort, een economische waarde voor Diest (periode 1830-1840)ReklameMussen vangen en kwekenBiografische aantekeningen over enige raadgevers en rentmeesters van de Heren van Diest uit het Huis van NassauVRAGENBUSDe Sint-Jozefskapel van Testelt is 150 jaar oudOntginning van grondstoffen in vroegere eeuwen in TesteltWendelinus over het Hageland in 1649Bronnen voor de historische geografie in BelgiëDriekoningenfeestGemeentelijk noodgeld in Oost-BrabantOverlijdensberichtDe oudste Oostbrabantse oorkonden in de volkstaalOverlijdenisberichtTentoonstellingDiesterse Volksmensen: "TO de KLODDER"De Witte van ZichemVan Jodenhof tot Dorenhof te AssentHagelandse woorden: Bra, Brei, Breien EN BraaiAchterblad
Oostbrabant 1980-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

1

E.H. KAREL HAVERMANS: HERINNERINGEN

De Eerw. heer Karel Havermans op 6 november 1976.
De Eerw. heer Karel Havermans op 6 november 1976.
Naar aanleiding van de tweede verjaardag van het overlijden van de E.H. Karel HAVERMANS (+ 15.02.1978), weze dit artikel als een daad van piëteit bedoeld: een houding van eerbied en trouw aan de stichter-voorzitter en erevoorzitter van deze Oostbrabantse Werkgemeenschap. Een spontaan herdenken, een naar voren halen van feiten en indrukken zoals ik die persoonlijk mocht ervaren en die pogen E.H. Havermans te schetsen (1).
Talrijk zijn de vrienden en bekenden op wie hij een sterke invloed heeft doen gelden en die hem waardeerden om velerlei redenen, vooral toch omdat hij een bijzonder karakteristiek mensen priester was, een fakkeldrager, met steeds de kulturele en morele opgang van zijn volk - zijn Ilagelands volk - voor ogen. Ik had het geluk, in veelvuldige en vriendschappelijke relatie met hem te staan in de meest nabije periode, d.i, de laatste tien jaar van zijn leven. Steeds opnieuw werd ik getroffen door het evenwicht dat E.H. Havermans' persoonlijkheid kenmerkte. Zichzelf gedrild hebbend door een nauwsluitend levenspatroon, was hij de karaktervolle, het uiterlijke en het innerlijke in eenheid, verstand en wil en hart steeds in harmonische samenwerking. Een suggestief man, kalm en geduldig, geen de minste

(1)
Voor biografie en in memoriam zie Oost-Brabant 1976/XII/2 en 1978/XV/2.

2
aanstellerij, ook zonder de minste aarzeling, bezat hij een vanzelfsprekende kordaatheid. In zijn meningen was hij een bescheiden voorvechtersnatuur, nooit ikkerig, recht voor de vuist; een man van 'den ouden eed' zoals wij hier zeggen. Waar de 20ste­eeuwse machinemens ontreddert, bood hij weerstand aan het jachtige levensritme en behield hij de gewone gezonde kijk op de dingen behoudens misschien zijn inzicht in de huidige kerkstruktuur. Op dit vlak had hij problemen.
De volgens hem te fundamentele veranderingen in het kerkbeeld na VATICANUM II (1962-'65) wogen hem zwaar. Bij heeft ze nooit in toepassing gebracht. Dat is begrijpelijk en komt meer voor bij ouderen.
De vertrouwelijke naamgeving aan priesters - wat hij mij vertelde, vertel ik -: Jef, Jan enz., die kameraadschapshouding, open hemdsboord en in trui, burgerpak i.p.v. toog, de wijzigingen in liturgie en rituaal, de profane muziek voor latijnse gezangen ..... ergerden hem en kregen de volle lading. Hij beschouwde dat als een zekere nieuwlichterij waar hij niets mee te maken wou hebben. Als een andere Mgr. Lefebvre bleef hij bij de oude beproefde waarden. In het door hem vertaalde en onder de titel Dood aan de Kerk uitgegeven boek, dat het insluipen van een usurpator in de kerkelijke hiërarchie beschrijft, wordt geen blad voor de mond genomen. Was hij in dezen terecht? In ieder geval, zijn priesterlijke bezorgdheid was zuiver.
Wijlen E.H. Havermans woonde te O.L.V.-Tielt, zijn huis stond er op de Berg(straat), verscholen tussen de dichte opranking van lover en bloemen. Boven de ingang, een gevelsteen 'DOMUS PACIS"... geruststellend voor de bezoeker. Niet iedereen geraakte er zo maar binnen. Naast de deur het bordje 'Eerwaarde is thuis' of 'herwaarde is afwezig' volgens het geval. Zijn huishoudster deed open en bracht de bezoeker in de spreekkamer. Als vaste klant trok ik rechtstreeks naar de woonkamer en kreeg er een stoel vlak bij de tafel. Gul en gemoedelijk was elk gesprek, maar ik denk dat hij nochtans van iedereen het respect opeiste dat hem toekwam. Niemand moest proberen misbruik te maken van die gemoedelijkheid om een onjuiste gelijkheidstoon aan te slaan; anders aanspreken dan met 'Eerwaarde' zou hem kregelig maken. Anderzijds was vriendschap hem een behoefte, vrienden, zag hij graag komen. Niet tevergeefs kon men zijn raad inroepen bij moeilijkheden of plannen, Hij stelde zijn inzicht en zijn bekwaamheid ter beschikking zoveel hij kon.
Met tussenpozen van zo'n twee maanden kwam ik er langs; soms slechts een 'acte de présence', soms voor een halve dag. Geregeld hoorde ik er de Mis - ook mijn familie -, bij halfoogst onthaalden wij de schaars opdoemende bezoekers in het museum: 'rare vogels' zei hij dan. Hij was bibliothecaris, dweepte met Jan van Ruusbroec de mysticus, de dichters Gezelle en Rodenbach, Hoe dikwijls heeft hij voor mij, met zware volle stem 'Klokke Roeland' gedeklameerd? ...
Steevast haalde hij de fles 'appelsap' boven - appellation Trudo controlée -. 'Vroeger' zei hij 'had ik de installatie en klaarde 't zelf. Sterke drank of wijn had hij ongetwijfeld niet liggen. E.H. Havermans volgde een zogenaamd gematigd vegetariërs­regiem, een soort levensregel die tot krachtige gezondheid voert,
3
of ging het hem misschien om de schone deugd der matigheid? Hij weerde alle prikkelende genotmiddelen als tabak, alkohol, koffie en at zoveel als doenlijk rauwe kost. Hij onthield zich van vlees en in dit verband vond ik tussen boeken die hij mij naliet, o.a. een bijdrage of vastenpreek van zijn hand, van rond 1929. Zijn gevoelens tegen 't vleeseten onderstreepte hij aldus:
Meer en meer wordt het vlees de hoofschotel van het middagmaal en moet 't 's morgens en 's avonds ook de boterham 'aankleden', Slagerij en keuken bereiden het gedode dier met zulk een verfijnde kunst, zoniet zou het ons walgen. De Kerk heeft de onthoudingsdagen tot een minimum beperkt, wijl men 't zonder vlees nauwelijks één dag uithoudt. Welk een enorme hoeveelheid aan dierenlijk er bij 't feestdiner de magen ingaat, getuigen de lange spijslijsten, almanakken van lekkerbekkerij...'.
Kuieren in de tuin hoorde bij elk bezoek. Langs kronkelpaadjes kwam men in de moestuin, zijn trots, die hijzelf bewerkte; van bemesten tot oogsten. Tegen een zonnige muur aangelegde perceeltjes met allerhande (zuiderse) kruiden tot doorlevende uien, zodat hij zelf dokter kon spelen. Bij 't vertrek zou hij mij keuvelend en onder herhaald stilstaan uitgeleide doen tot op de straat, nog even aandringend zo spoedig mogelijk weer te komen.
Helaas! In 1975 viel hij ziek en moest hij meerdere operaties ondergaan. Toen ook zijn trouwe huishoudster, Méjuffrouw Smout, door ziekte werd getroffen, bleef hij alleen. Na nog een tijdje op de goede zorgen der Zusters te Tielt te zijn aangewezen, vertrok hij in 't najaar naar het rusthuis te Melsbroek, waar hij het, naar omstandigheden, nog goed maakte. In die dagen vroeg ik hem wat hij zoal het meest aanvoelde. 'Het gemis van degenen die. mij ontvielen en zo na waren'...
Einde 1977 werd hij opnieuw opgenomen in de kliniek te Vilvoorde. Van toen af wachtte hij op de dood, die kwam, nu twee jaar geleden. Zijn begrafenis had onder ruime belangstelling plaats te Melsbroek. Hij ruste in vrede.
De grote verdienste van E.H. Havermans ligt, naast zijn apostolaat, in zijn levenswerk: zijn doorlopende inzet voor de ontplooiing van het Hagelands gewest en zijn bewoners.
Hoe was zulks mogelijk? Omdat hij de noodwendigheden van dit volk kende en eraan tegemoet kwam. Hij besefte dat de Hagelander kon en moest worden wakker geschud. Hij begreep dit, ten bewijze: de stichting van de Oostbrabantse Werkgemeenschap, de uitgave van het onderhavige tijdschrift, het verzorgen van voordrachten en lezingen, het oprichten, meest met eigen middelen, van een Hagelands museum. Hij bracht ons begrip en liefde voor eigen geloof, eigen heem, historisch verleden en eigen kunst, in een ongekunstelde vorm. Hij organiseerde wandeltochten en het ons het natuurschoon ontdekken; hij kloeg de vervuiling ervan aan. Hij was een voorman onder de grootsten.
Het Davidsfonds Tielt heeft dit passend willen eren door het uitstippelen van een E.H. havermanspad, Mogen er nog meer initiatieven volgen, bv, een gedenkplaat.
E.H. Kavermans was uit dit Hageland, uit het stille stadje Diest. Diest, waar in 1798 de Boerenkrijgers, zonen van dit volk,
4
vochten en stierven voor: 'outer en heerd' - ook zijn boodscnap. Hij heeft deze streek gekend in vooroorlogse, ja vorige-eeuwse trant. Men zou wensen hem gekend te hebben in zijn jeugd en in de fleur van zijn jaren, om zijn bedrijvigheid op dit hoogtepunt van zijn leven te kunnen beschrijven.