Boek InfoVoorbladInhoudTen GeleideDiest : Betwist grensgebied in de 12e en de 13e eeuwWijngaarden in en bij Diest omstreeks 1300Het oude Kaggevinne, Land van DiestDe naam Schaluin te DiestWat hapert er aan het stadwapen van Diest ?De stamboom van de Heren van DiestReklameDe namen Diest en DemerPhilips Willem, Graaf van Buren, zoon van Willem van Oranje, Prins van Oranje, Heer van Diest (1554-1618)Een inventaris van de infirmerie van het begijnhof te Diest (1636)De aanleg en het financieel beheer van de steenweg Diest-Leuven (1777-1797)De volkstelling van 1810 te DiestAchterblad
Oostbrabant 1979-1
Oostbrabantse Werkgemeenschap

1

Ten Geleide

Met dit speciale nummer over Diest willen we herdenken dat deze stad 750 jaar geleden haar vrijheidskeure heeft gekregen. Niet alleen de ouderdom van de stad, maar vooral ook de betekenis er­van voor Oost-Brabant geeft ons daartoe aanleiding.
Op 27 februari 1229 (nieuwe stijl) kregen de burgers van Diest een keure van de hertog van Brabant. A. Van Kerrebroeck bezorgt ons de Latijnse tekst en een Nederlandse vertaling van deze keure, met enige uitleg erover. Opmerkelijk is dat, volgens recent on­derzoek, Diest toen eigenlijk nog afgehangen moet hebben van de aartsbisschop van Keulen. Tot het einde van de twaalfde eeuw was Diest een vrij allodium, eigen bezit van de heer, dat onder Arnold II leengoed werd van de aartsbisschop van Keulen. In de 13de eeuw moet de afhankelijkheid van Keulen losser geworden zijn, terwijl de burgers van de stad steun zochten bij de hertog van Brabant.
Diest bestond zeker lang voor 1229. De naam van de stad is, even­als die van de Demer, waarschijnlijk van Keltische oorsprong (zie: De namen Diest en Demer). Vermoedelijk was er dan ook al een nederzetting van in de tijd van de oude Belgen. Toen de heren van Diest op het einde van de elfde en in de loop van de twaalfde eeuw hun macht vestigden, kregen ze behalve de stad ook een groot deel van de omgeving in hun bezit (zie: Het oude Kaggevinne, land van Diest).
Hoe het stadswapen van Diest er wericelijk uitzag en wat er aan het huidige wapen hapert, heeft J. Philippen onderzocht. J.P. Broos brengt ons enige bijzonderheden over Philips Willem, de in Diest begraven zoon van Willem van Oranje, die zelf ook heer van Diest was. Een zo nauwkeurig mogelijke stamboom van deze heren, naar alle gegevens, heeft J. Bruyninckx voor ons samengesteld. Verder geeft R. Van de Ven een zeventiende-eeuwse inventaris uit van de infirmerie van het Begijnhof te Diest. De steenweg Diest­Leuven, waarover G. Hanegreefs ons spreekt, was van belang voor, het contact van Diest met het Hageland en met de rest van Bra­bant. De aantrekkingskracht en de invloed van Diest op de omgeving, vooral op Oost-Brabant, en omgekeerd ook de invloed van deze omgeving op Diest, komen tot uiting in de resultaten van de volkstelling van 1810, die F. Loix voor ons bespreekt.
Zo bieden we aan onze lezers in dit nummer beschouwingen over verscheidene kernproblemen in veerband met de stad Diest en ook. met de betekenis ervan voor Oost-Brabant.