Boek InfoVoorbladInhoudRode in het Hageland, Sart in de Romain Pais de BrabantSeizoensarbeiders bij uitstek : "De Bietenmannen".Bekkevoort en zijn frontsoldaten uit de 1ste WereldoorlogGeschiedenis van de badplaats "Halve Maan" te DiestEen vermelding van Scherpenheuvel in de 15 de eeuwDiesterse volksmensen: Pastoor-Deken DuboisNog iets over de Diesterse zandboeren, een jeugdherinneringDe veiling "Hageland", nu "Demerland" te Glabbeek-ZuurbemdeInval van de Duitse legers te Lubbeek op 19 augustus 1914Oorlogsschade in Lubbeek tijdens de oorlog 1914-1918Gemeentelijk noodgeld in Oost-BrabantHagelandse en Oostbrabantse naamkundige verhandelingenEed van de meier te Webbekom in 1720Hagelandse woorden: giezen en keverenVorige nummersMededelingAchterblad
Oostbrabant 1978-4
Oostbrabantse Werkgemeenschap

109

RODE IN HET HAGELAND, SART IN DE ROMAN PAIS DE BRABANT

Wie werd er nog niet getroffen door het veelvuldig voorkomen van "rode" als tweede lid in Hagelandse plaatsnamen? De kaart is letterlijk bezaaid met dergelijke namen. Nemen we de gewone wegenkaart van Brabant onder ogen, dan treffen we niet minder dan 24 roden aan:
-Attenrode
Aurodeberg (Aarschot)
-Gelrode
Gobbelsrode (Sint-Pieters-Rode)
-Haasrode
't Hof ten Rode (Zoutleeuw)
Klein Geitenrodeveld (Kortenaken)
Liefken(s)
rode (boerderij en gehucht, Kortenaken)
Mortels Rot (Nieuwrode)
-Nieuwrode
-Rijnrode, Reinrode (Assent en Loksbergen)
Robbesrode (Bekkevoort, ook Wolbersrode)
-Rode (Geetbets)
Rode (Glabbeek)
Rode (Molenstede)
- Rooie (Schaffen)
Rodeberg (Sint-Pieters-Rode)
Rodenberg (Testelt)
Rooie (Schaffen)
Rot (Schaffen)
't Rot (Sint-Pieters-Rode)
't Rotpachthof (Budingen)
Sassenrode (Rummen)
Sint-Pieters-Rode-Waanrode, Waanrodenhoek (1)
Namen met een - voorafgegaan worden door Ferraris vermeld; verder vinden we op zijn kaart Roetselveldtboach (Glabbeek) en Marienrode Beyrotem (sic), bij Halen, dat ons nog twee plaatsnamen oplevert: Mariënrode en Rotem, In Oost, XIV, 3 vermeldt F. Claes op bl. 68 de verdwenen naam Langroi (bij de Luienberg, Assent), F. Scheys vermeldt Nijssenrode te Meensel (2). Een zeldzame vorm bij J. TARLIER en A, WAUTERS: Reutse veld (Glabbeek, ook Roeyveltbosch, Rotsche velt, voor het Roetselveld van Ferraris) (3).
I. Wat is een rode?
De betekenis van rode, en van het werkwoord roden, is vrij goed bekend en het woord is trouwens nog in zekere mate levend.


(1)
Kaart van de Provincie Brabant, De Rouck, n° 47.
(2)
Mooi Hageland, 1953, bl. 11.
(3)
J. TARLIER et A. WAUTERS, La Belgique ancienne et moderne. Géographie et Histoire des Communes belges, 1859-1887, Brabant, Canton de Glabbeek, bl. 3.

110
De Theuthonista of Duytschlender van G. VAN DER SCHUEREN (4) vertaalt het werkwoord roden (rayden, uytraden, uyttrecken) als evellere eruere eradicare ("uittrekken, -rukken, ontwortelen). De woordenboeken vertrekken van die algemene betekenis van "iets uit de grond wegnemen of -rukken". Zo het Middelnederlands Woordenboek (5), dat het woord roden opgeeft met de glossen roiden, roeden, reuden, in Oost­middelnederlands ook raden, raiden; en dat dan aan de algemene betekenis toevoegt: "bepaaldelijk boomen rooien, boschgrond bewerken om er voor bebouwing geschikt land van te maken". Het M.W, vermeldt nog "riuten, van rieten, dat te vergelijken is met -ried in Zwitsersche plaatsnamen".
De Latijnse vertaling duidt echter al op een bijkomende betekenis: "evellere, eradicare quod vulgariter ro­den dicitur seu colere et ad novalia redigere" ("uittrekken, ontwortelen, wat in de volkstaal roden genoemd wordt, ofwel bebouwen en tot akker (her)leiden"), Het Glossarium Harlemense legt ook een verband tussen roden en vernuwen, allebei vertaald door novare ("hernieuwen, vernieuwen"), Zie ook een andere definitie: "eyn acker den men alle jair myt buwen vernyhet of die alre ijrst tot en acker gemaeckt wurdt seu nyhlend"(= of nieuwland)(6). Hieruit mogen we afleiden dat roden de bijbetekenissen heeft van nieuw bebouwbare grond winnen op het bos, en van braakland weer om te ploegen.
Onder het lemma rode lezen we in het M,W, dat "het woord in het Mndl. en Nl. vooral bekend is als tweede deel van plaatsnamen in verschillende streken en vormen (-rode, -rooi, -roy, -rade, -raai, -ray)".
Weer is de Latijnse vertaling, uit het Glossarium ad scriptores Mediae et Infimae Latinitatis van Ducange (7) overgenomen, hier van belang: "sartum: terra dumetis purgata et in culturam redacta" ("rode: grond gezuiverd van struikgewassen en tot bebouwing (teruggebracht"), Redactus, net als in de vertaling van roden in 't Latijn, heeft de dubbele betekenis van brengen en terugbrengen, instellen en herstellen, naargelang het praefixum red- zijn volle iteratieve waarde behouden heeft of verloren. Zo overlappen sartum en het daaruit afgeleide Franse essart nauwkeurig de twee betekenissen van rode.
Novalia, onzijdig meervoud van novale en waarvan boven sprake, staat in de eens beroemde Dictionnaire de Trévoux (8) vertaald als gaschière (gâchière), met de bepaling: "vieux mot qui signifioit des terres nouvellement défrichées et labourées, et non semées, qu'on nomme maintenant novales", en als "guéret: terre qu'on avoit laissé reposer, et qu'on a fraîchement la­bourée pour l'ensemencement en la même année. Ce mot signifie proprement une terre labourée á la charrue, qui n'est pas encore ensemencée," (Tome IV), "Braakland. oud woord dat nieuw ontgonnen en geploegde, en nog niet bezaaide grond beduidde, die men nu novalen noemt. Omgeploegd land: land dat men had laten rusten

(4)
Heruitgegeven door J, VERDAM, Leiden, 1896.
(5)
E. VERWIJS en J. VERDAM, Middelnederlands Woordenboek, 's Gravenhage, Nijhoff, 1907, zesde deel. (M. W.)
(6)
Teuth, in M.W., deel 6, sub verbo rode.
(7)
Ch. DU CANGE, Glossarium ad scriptores mediae et infi­mae latinitatis, Paris. 1678 (1 ste uit.).
(8)
Dictionnaire universel François et Latin vulgairement appelé Dictionnaire de Trévoux, Paris, 1771, 4de en laatste uitgave.

111
en dat pas omgeploegd werd om hetzelfde jaar ingezaaid te worden. Het woord betekent eigenlijk land met de ploeg geploegd en dat nog niet ingezaaid is".
Treffen we essart noch sart in de Dictionnaire de Trévoux aan, dan vinden we toch een interessante omschrijving van het werkwoord essarter: "défricher une terre, en arracher les bois, les racines, le taillis, ou le vieux plant qu'on y avoit mis, ou les ronces qui y sont venues faute de culture, pour y semer ou planter ce qu'on voudra". Dit veel omvattend woord krijgt nog een bijbetekenis: "Charles Estienne (9) appelle essarter ce qu'on dit en Latin collucare, interlucare, retrancher les branches qui offusquent l'arbre, ou même retrancher, couper quelques arbres dans un bois afin que les autres arbres voisins aient plus d'air, plus de jour. Il dit que de son temps cela s'appelait bailler jour, ou bailler soleil, parce que les branches ou les arbres qui étouffent les autres, les empéchent d'avoir du jour, du soleil. On appelle cela égayer", (Tome III). "Een stuk ontginnen, er het bos, de wortels, het kreupelhout, of de oude plant die men er op gezet had, of de braam die er bij gebrek aan onderhoud opgekomen was, uittrekken... Charles Estienne noemt roden wat men in 't Latijn met collucare, interlucare bedoelt, de takken die de boom hinderen wegdoen, of zelfs enkele bomen in een bos wegnemen, vellen opdat de andere bomen rondom, meer licht en lucht krijgen. Hij zegt dat zulks in zijn tijd "daglicht geven" of "zon geven" heette, want de takken of de bomen die andere verstikken, ze verhinderen licht, zon te krijgen. Dat noemt men "opvrolijken".
De lijst met Hagelandse roden bevat enkele vreemde vormen met stemloze uitgang: Rot, Rotem. Deze vorm bestaat al van oudsher en het M.W. geeft "de enigzins vreemde vorm root" op : "nuwa acker vel roet, novale" (Gloss. Bern.). Root schijnt moeilijk te verklaren, "tenzij roet beschouwd moet worden als het eerste deel der samenstelling roetacker (rodeacker), te vergelijken met rodeland'.
Nog een woordje over de etymologie van rode, die te vinden is bij uitroeien: J. VERCOULLIE vergelijkt het met het Angelsaksisch ryddan (Engels to rid) en rydja, en met de Sanskritische stam ru: verbrijzelen (10). Het Latijn heeft er de woorden ruere: woelen en rutrum: spa mee gevormd, en het Nederlands -rode, -ruide, -rade, uitroeien en rooien (J. DE VRIES, (11)). Merkwaardig, deze sterk verwante woorden, roden en eruere, stonden al naast elkaar bij de oudere lexicografen, M. GYSSELING leidt rode af van het Germaanse rotha (12).
De huidige woordenboeken vermelden slechts de algemene betekenis van rode, en bestempelen het woord als verouderd (13) en beperkt tot plaatsnamen (14). Als soortnaam schijnt het woord . dus wel afgedaan te hebben, al blijft de betekenis nog levendig.


(9)
Charles ESTIENNE (1504-1564), uit de Franse drukkers- en boekhandelaarsfamilie.
(10)
J. VERCOULLIE, Beknopt Etymologisch Woordenboek der Nederlandse Taal, Gent, 1925, 3de uit.
(11)
J. DE VRIES, Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden, 1971.
(12)
M. GYSSELING, Toponymisch Woordenboek, Tongeren, 1960.
(13)
J. VERSCHUEREN en L. BROUNTS, Modern Woordenboek, Turnhout, 1937.
(14)
VAN DALE, 1970.

112
Zo zei een landbouwer ons tijdens een wandeling op de Rode in Glabbeek; "De naam zeit 't zelf, de bossen zen hie geroeid". De uitspraak schommelt tussen rooi en raai, min of meer gerekt. Na het verdwijnen uit de geschreven bronnen van de vormen Rotha, Rothe, Roht, Rodha, aarzelt de schrijfwijze gedurig tussen rode en rooi (15).
(wordt voortgezet)
Raphaël Casteels Genval/Etterbeek
augustus 1978


(15)
Zie bijvoorbeeld F, Claes, De Kluis van Reinrode, in Oost, 1976, XIII, 2, bl. 30-35 en 4, bl. 87-89.