Boek InfoVoorbladInhoudEen oude Bijbel te HouwaartDe H. Katharinakerk te Zuurbemde (Glabbeek) (vervolg)Een steenhof te Webbekom voor 1400Paardenpost en belastingenHet Diesterse pompierskorps in de 19de eeuwVan de familienaam Crauwels tot de plaatsnamen Grasbos en KraasKinkom en Berchem (Glabbeek)Mijn HagelandEnige bewoners van de kluis van ReinrodeDe oorsprong van de naam Luienberg te AssentZoutleeuw, glorie en vervalBibliografie van Oost-Brabant (30)Het Begaardencomplex te Diest : verbeteringHagelandse woorden : Piepel, Pimpel en PumpelFamiliekundeVorige nummersAchterblad
Oostbrabant 1977-3
Oostbrabantse Werkgemeenschap

67

ENIGE BEWONERS VAN DE KLUIS VAN REINRODE

Sinds mijn vorige artikelen over Reinrode wees Drs. Tony Morren (Waregem) me op twee me nog onbekende bijdragen in het tijdschrift De Vlaamse Stam, waarin enige gegevens te vinden zijn over bewoners van de kluis der karmelieten te Reinrode.
J.Grauwels publiceerde in De Vlaamse Stam 1 (1965), blz. 301-302, onder de titel Sterfgevallen in de kluis van Reinrode een lijst, bewaard op het Rijksarchief te Hasselt. Onder deze overledenen vinden we 15 "broeders" van de kluis. De eerste die er overleed, was broeder Jozef Merckx uit Diest, + 29 juli 1691. De volgende twee overleden broeders worden met (een deel van) hun kloosternaam aangeduid : Balthasar, + 1722, en A sancta Maria, + 1724. Blijkbaar is deze Balthasar dezelfde als "Frater Balthasar a sancta Maria de monte Carmelo", die in 1698 en 1720 "president van de fraters tot Reynrode" was (zie Oost-Brabant XIII, 1976, blz. 34­35). De in 1724 overleden "A sancta Maria" is vermoedelijk "frater Josephus a Sta. Maria", die op 2 mei 1711 samen met frater Balthasar en twee andere fraters een contract ondertekende (zie Ons Geestelijk Erf 50, 1976, b1z.347). De twee andere ondertekenaars van dat contract, frater Angelus a Sto.Jacobo en frater Albertus a Jesu, worden op de lijst van Grauwels vermeld als Angelus, + 1735, en Albertus, + 1740.
Van de tien andere fraters,diestierven tussen 1729 en 1790, wordt de familienaam vermeld, met een enkele keer ook de klooster­naam. Tweemaal wordt de leeftijd opgegeven en driemaal de plaats van afkomst; het zijn drie plaatsen uit de Kempen: Oostham, Balen en Vorst-Kempen. Wij rangschikken deze fraters naar de datum van hun overlijden :
Bonaventura Melis,+ 1729-
Elias van Noppen,+ 1733
Albertus Ekelaers,+ 1743
Jan van Bichelaer,+ 1757
Paulus Mangelschots,+ 1759
Balthasar Franck,+ 1760
Antonius Moens, uit Oostham, + 1773
Jozef van Gompel, uit Balen, 72 jaar, + 1777
Stephanus Hendzix, broeder Bonaventura a Sancto Antonio, 9 jaar broeder, + 1788
Peter Hinnendaels, uit Vorst bij Diest, + 1790.
Op de lijst van de overledenen staat ook een"rector" van de kluis : Jozef Nulens uit Houthalen, die in 1770 overleed en vier jaar rector was. Blijkbaar was deze als priester aan de kluis verbonden.
Onder de 29 andere overledenen op de lijst van Grauwels vinden we nog acht priesters, die waarschijnlijk als patiënt te Reinrode verbleven. De eerste overledene die geen frater was, is echter een jongen van 12 jaar, Jan Loits uit Leuven, + 12 augustus 1691. Wellicht was deze een van de "kostkinderen", over wie F. Borgers gegevens gevonden heeft uit de jaren 1710-1712, 1747 en 1768 (zie
68
F.Borgers, De Kluis van Reinrode onder Loksbergen, in Eigen Schoon en De Brabander XXXVI,1953,blz. 20).Van de 30 niet-fraters overleden er echter slechts twee voor 1753 en 27 na dat jaar. Blijkbaar kende de kluis haar grootste ontwikkeling als instituut voor krankzinnigenverpleging in de tweede helft van de 18de eeuw.
Enige andere gegevens over bewoners van de kluis van Reinrode staan in een bijdrage van J.G.de Brouwere, Inwoners van Halen in de XVIIIe eeuw, in De Vlaamse Stam 11 (1975), blz. 139-158. Hier vinden we twee lijsten van inwoners van Halen, uit 1705 en 1755, gerangschikt per woning, met de naam van het gezinshoofd. Op de lijst van 1705 komt het "mannenklooster" van de karmelieten voor met de naam "Frater Balthasar Claus a Sancta Maria de Monte Carmelo", de boven reeds vermelde "president" of overste, en met de toevoeging "heeft 18 broeders" (blz. 149, nr. 162). Op de lijst van 1755 staat eerst "Peeterus Scholts, priester van de kluizenaars" vermeld (blz. 155, nr. 109; deze woonde dus afzonderlijk) en daarna "de 6 Fraters Closenaers" (blz. 156, nr. 138).
Het is wel eigenaardig dat zomin ín1755 als in 1705 patiënten of kostkinderen vermeld worden als inwonende op de kluis. Het is evenwel mogelijk dat dezen daar geen eigenlijk domicilie hadden. De vermindering van het aantal fraters van 18 in 7705 tot 6 in 1755 zal wel te verklaren zijn door de beperking die hun in 1753 werd opgelegd, waardoor hun aantal het getal van acht niet mocht overschrijden (zie F. Borgers, in Eigen Schoon en De Brabander. XXXVI, 1953, blz. 27).
In tegenstelling met wat we vroeger dachten (zie Oost-Brabant XIII, 1976, b1z.32) was er dus toch een tijdlang een priester aan de kluis van Reinrode verbonden ; in 1755 Petrus Scholts en van 1766 tot 1770 Jozef Nulens.Op de lijst van 1705 komt echter geen rector van de kluis voor, zodat we veronderstellen dat die functie op dat ogenblik (nog) niet bestond en dat er toen wellicht priesters uit omliggende parochies dienst verrichtten te Reinrode.
F. Claes S.J.
Leuven