Boek InfoVoorbladTitelbladTen GeleideVoorberichtAfkortingenInhoudAchterblad
Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen Architectuur deel 1
R.M. Lemaire

7

TEN GELEIDE

In november 1969 vergaderden te Brussel de Ministers, die in de 21 landen welke deel uitmaken van de Raad van Europa, in het bijzonder gelast zijn met de zorg voor het behoud van het Monumentale Kunstbezit.
Deze bijeenkomst was een belangrijke gebeurtenis. Het was inderdaad voor de eerste maal dat de regeringen van zoveel Europese staten op één en hetzelfde ogenblik en gemeenschappelijk hun ongerustheid uitten over de bedreiging van de historische monumenten, één van de kostbaarste erfenissen van de Europese cultuurgeschiedenis.
Maar ook voor de eerste maal hebben de regeringen op officiële wijze zich gemeenschappelijk bereid verklaard om een politiek te ontwerpen die deze teloorgang zou afremmen.
Inderdaad werden de historische monumenten nooit zo erg bedreigd als heden het geval is. Er is vanzelfsprekend geen tegenstelling tussen de economische expansie en de technologische verwezenlijkingen van onze tijd. Europa dankt er in grote mate zijn sociale vooruitgang aan. Maar in de praktijk wordt onze maatschappij overheerst door de wedloop van produktie en consumptie.
Voor deze « verborgen verleiders » zijn de niet-produktieve monumenten, de oude stadskernen, de enge straten van onze middeleeuwse steden, de stadskanalen, slechts hinderlijke obstakels.
Maar voor wie de behoeften van onze maatschappij niet alleen zijn afgestemd op de wensen van vandaag, voor wie zich realiseert dat de culturele ontwikkeling geen ééndagsverschijnsel is, maar een gestadig voortbouwen op de verworvenheden van het verleden, zal zich bewust zijn van de noodzakelijkheid om dat historisch kunstbezit als getuigenis en inspiratiebron te behouden.
Immers niet alleen om economische en toeristische motieven is het behoud van het monumentale kunstbezit van belang. Hoe meer
8
de techniek ons dagelijkse leven beïnvloedt, hoe groter de behoeften worden om het natuurlijke leefmilieu van de mens op mensen-maat te beschermen.
De meeste historische gebouwen boden inderdaad een onderdak naar menselijke dimensies. Ook voor de moderne mens kunnen zij een blijvende functie hebben. De toekomst zal leren dat de oude stadskernen meer en meer zullen geroepen zijn om de nieuwe mens op bepaalde tijdstippen een levenskader naar zijn maat te geven.
Daarvoor moeten niet alleen oude monumenten geconserveerd worden. Wij moeten erop aansturen ze functioneel in te schakelen en aan te passen in het leven van de huidige maatschappij. Daarom is het allereerst noodzakelijk dat een inventaris wordt opgesteld, niet alleen van historische gebouwen en monumenten, welke beschermd dienen te worden, maar ook van de stedelijke zones, waar de historische woning in een samenhangend architecturaal patroon is overgebleven.
Tot op heden ontbrak dergelijke inventaris voor ons land.
De voorliggende inventaris van het monumentale kunstbezit heeft betrekking op het arrondissement Leuven. Hij werd opgevat als een methodologische piloot-studie.
Aan de hand van de opgedane ervaring zullen, volgens hetzelfde methodologische patroon, gelijkaardige inventaris-studies worden ondernomen over het gehele Vlaamse land. Tegelijkertijd zal een Franstalige wetenschappelijke groep de inventaris opstellen van het kunstbezit in Wallonië. Beide wetenschappelijke groepen zullen t.z.t. ook een inventaris opstellen van het hoofdstedelijk gebied. Op deze wijze zal over afzienbare tijd ons land over een praktisch en bruikbaar overzicht beschikken, niet alleen van wat inzake historische monumenten van artistiek belang is, maar ook van deze historische gebouwen die om hun plaats in het stedelijk geheel van belang zijn om te worden beschermd en te worden gerevaloriseerd.
Mijn dank gaat naar de wetenschappelijke medewerkers die dit belangrijke werk hebben opgesteld.
De toekomst zal uitwijzen van welk belang hun studie is geweest,
Prof. Dr F. van MECHELEN,
Minister van Nederlandse Cultuur.