Stadsomwalling
(zie plattegrond)
Vóór XII werd de stad vermoedelijk beveiligd door de Dijle en een staketsel lopende van de Aardappelmarkt tot de Redingenstraat.
De tot volle bloei gekomen stad moest echter voorzien worden van een degelijke versterking. Na de toelating door Godfried III werd een eerste stadsmuur opgericht waarschijnlijk tussen 1156 en 1161 en zeker voltooid vóór 1165, jaartal waarop met de bouw van de St.Michielskerk op de poort van de Graanmarkt begonnen werd. De om
242
 |
|
130. LEUVEN. Klein Begijnhof in de nabijheid van de St.-Geertruikerk.
|
heiningsmuren van kalkzand- en ijzerzandsteen in groot verband gebruikt, werden gebouwd op opgehoogde grond met een gracht ervoor, behalve langs de Dijle; onderbouw bestaande uit pijlers, verbonden door steekbogen; aan de stadszijde, gekanteelde ringmuur met weergang op boogkluizen; omwalling verdedigd door eenendertig torens; verbinding met buitenwijken
door middel van elf poorten, die tijdens XVIII B en begin XIX gesloopt werden; wallen van XIV af verkocht, en bij privé eigendommen gevoegd.
Belangrijke overblijfselen van de eerste omheining behouden in het St.-Donatuspark, de Schapenstraat, de Redingenstraat, in de tuin van het Paridaensinstituut, de Janseniustoren, in het St.Pietershospitaal, het * Handbogenhof, de Karel van Lotharingenstraat.
Door de bevolkingsaangroei werd in XIV een tweede ringmuur noodzakelijk; tijdens XIII waren reeds de buitenwijken van St.-Michiels, St.-Kwinten, St.-Jacobs en St.-Gertrudis bewoond. Toelating door Jan III verleend in 1340; het werk werd pas in 1357 aangevangen onder leiding van Jan Hore en Hendrik Sammen; de omheiningsmuur, voorzien van acht poorten werd in 1363 afgewerkt; gedurende XV en zelfs begin XVI werden de achtenveertig torens opgetrokken.
De tweede walmuur, versterkt door brede gracht en een zekere grondophoging, werd gebouwd van baksteen en voorzien van overstekende bovenpartijen, lagere muur in de moerassige gebieden, tussen de Naamse Poort en de Voer. Deze versterking werd vaak gerestaureerd, o.m. van 1425 tot 1439 en tussen 1478 en 1480.
Bij decreet van de Hollandse regering
243
 |
|
131. LEUVEN. Voormalige waterpoort van de eerste stadsomwalling en Janseniustoren (rechts).
|
volledig gesloopt, na gedeeltelijke afbraak onder Napoleon; nadien gebruikt voor aanleg van de ring lanen, die ongeveer hetzelfde tracé volgen.
Overblijfselen: onderbouw van de "Verloren Kosttoren»(1462?) bij de Mechelsesteenweg en een paar muurresten van de Mechelse poort bij de ingang tot de Keizerbergabdij. Brusselse poort, twee neoclassicistische commiezenhuizen uit 1825 door Martin Joseph.
De Janseniustoren (1616-1617): dubbele waterpoort aanleunend tegen de eerste ringmuur in de tuin van het voormalige Hollandcollege (heden Paridaensinstituut), gebouwd over de Dijle en deze kontrolerend; een tijd lang bewoond door de schrijver van het beroemde" Augustinus» (1640) (fig. 131).