215
 |
|
120. Stadscentrum in vogelvlucht. Op de voorgrond, de St.-Pieterskerk en het stadhuis.
|
216
LEUVEN (3 D)
 |
|
XXIII LEUVEN St-Pieterskerk.
|
Merovingische "vicus" bezocht door St.-Hubertus (+ 727); in 891 overwon Arnold van Carinthië de Noormannen in de nabije omgeving.
De uitbreiding van de middeleeuwse stad is in verband te brengen met volgende vier faktoren: aanwezigheid, sinds X, van de graven van Leuven, later hertogen van Brabant; gunstige geografische ligging op de handelsweg Brugge-Keulen gedurende XII en XIII; uitbreiding van de lakenweverij tijdens XIV; in 1425 stichting van het Studium Generale door hertog Jan IV; de nieuwe instelling werd weldra bezocht door studenten en geleerden herkomstig uit de Nederlanden, het prinsbisdom Luik en het buitenland. Ontwikkeling van de stad volgens een radioconcentrisch plan, geëerbiedigd door de twee opeenvolgende omheiningen met kruisende wegen en straten, die uitlopen op een haast centrale zone, die de belangrijkste gebouwen bevat: collegiale kerk, stadhuis, markten, hallen en viskaai aan de Dijle. Stads kom van de oorsprong af ingeplant in de nabijheid van de vesting der graven van Leuven op een eilandje tussen twee Dijlearmen (waar later de kerk en het klooster der Predikheren opgericht werden) op een ietwat ver
217
hoogd terrein, aanleunend tegen de zuiderheuvel : veilige ligging bij overstroming van de rivier (zie eerste omheining).
De universiteit heeft haar stempel gedrukt op de verdere evolutie van de plaatselijke geschiedenis. In XVI speelde ze een belangrijke rol in de Contra-Reformatie (Concilie van Trente; "Augustinus" door Jansenius, 1640). Nieuwe bloeiperiode in XVII, voortgezet in XVIII (vermenigvuldiging der colleges).
De aanleg van de vaart door Maria Theresia in 1750 droeg bij tot de vestiging en uitbreiding van een heden nog bestaande industriële zone (vnl. brouwerijen en molens).
De stad werd zwaar geteisterd tijdens de twee wereldoorlogen, bijzonder tussen het station en het centrum; de oude planimetrische structuren werden behouden en gedeelten van het oude stadsbeeld zijn op menige plaats bewaard.
Heden is de stad uitgegroeid buiten haar vroegere omwalling en ze ontwikkelt zich verder in buitenwijken die om. woningen en universiteitsgebouwen bevatten (zie plattegrond IV, fig.
120).