26
 |
|
8. AVERBODE. Abdij. Luchtopname van het zuidoosten.
|
27
AVERBODE (7 A)
Abdij van Averbode
Ca. 1125 gesticht door Arnold II, graaf van Loon. Op aanvraag van I.g. kwamen er zich te Averbode Norbertijnen vestigen uit de Antwerpse moederabdij van St.-Michiels.
De nieuwe, ca. 1135 bevolkte abdij, werd van het bisdom Luik afhankelijk verklaard. Eerste nederzetting bij de bestaande kapel die na zekere tijd uitgebreid en later volledig herbouwd werd.
Kloostergebouwen uit XIII (overblijfselen opgetekend in de noorder- en oostermuur van de kloostergang en gotische kelders onder de westerarm). Bloei en bouwperiodes :
in XIV : bewaard poortgebouw; gedurende XVI A (na brand van ca. 1450) : vernieuwing van de westgevel en het oostelijk gedeelte van de kerk, kloostergebouwen en aanhorigheden; belangrijke herstellingswerken : 15951604 (na de godsdienstoorlogen, voor de terugkeer van de abt en de kloosterlingen die zich tijdens de troebelen in het refugiehuis te Diest teruggetrokken hadden); tijdens XVII : nieuwe aanhorigheden, voorontwerp en uitvoering van de kerk; in de loop van XVIII; voltooiing van de kerk, aanpassing en uitbreiding der « klooster »-gebouwen. Moeilijkheden met het Régime onder Maria Theresia en Jozef II. De abdij werd opgeheven op 17 februari 1797 en verbeurd verklaard; roerende en onroerende goederen verkocht in 1798. Nadien werd overgegaan tot een systematisch leeghalen van sommige der gebouwen en het slopen van aanhorigheden.
Van 1822 af werden de abdijgoederen geleidelijk opnieuw aangekocht : Rome gaf de toelating tot hergroepering der kloosterlingen en de herinrichting van de abdij (1833); het jaar nadien werd opnieuw een abt verkozen: de herstellingswerken werden voortgezet tijdens XIX.
De kloostergebouwen werden door brand geteisterd in 1942 en nadien gerestaureerd en vernieuwd (zie situafienlan fig. II en fig. 8).
* Abdijkerk O.L.Vrouw (1)
Groots barokgebouw, dat het kloostercomplex beheerst. Opgetrokken uit zandsteen; ontwerp van de Antwerpse architect J. Van den Eynde (1664-1674) en niet van L. Fayd'herbe zoals vroeger wel eens beweerd. Interpenetratie van centrale en basilicale aanleg (zie Vlierbeek, Gent, Hanswijk); vierkante wester-« beuk », geflankeerd door vier hoge, uitspringende zijarmen, waartussen lage kwartronde kapellen voorzien werden; koor bestaande uit een lang schip met zijbeuken, uitlopend op een halfronde absis; hoge, afzonderlijk gebouwde toren om de eenheid van de kerk niet te verstoren en de voorgevel niet in het gedrang te brengen (fig. III). Smalle, verticaal gestructureerde voorgevel, kleurrijk door zijn materialen, verfraaid met woelige barokmotieven : gordelzuilen en zwaar beeldhouwwerk aan het portaal van 1672; bloemversiering aan de omlijsting en druiplijst van het glasraam; festoenen en schelpvulling aan de nis (H. Maagd) waarboven een zonnewijzer van 1670 gehecht werd; volutes, cartouches, toortsen en putti in de gevelopstand en de -top. Hiermede contrasteert de soberheid van het centraal volume (zonder koepel) en de eenvoud van het koor, waarvan het snelle ritme beklemtoond wordt door van volutes voorziene steunberen. Aan de noordkant een zware toren gedateerd 1700, waarop grote vlakken het reliëf van bepaalde details markeren; gekorniste dragende elementen en hoofdgestellen; lantaarn en peerspits met barokprofiel; afgeschuinde hoeken op de laatste verd. (cf. classicistische, landelijke kerken van Deurne. Molenstede en Schaffen).
Klaar interieur waarin de overvloedige en rijke versiering de architecturale compositie tracht te verdringen (kapitelen, slingers, eigenaardige frontons
28
 |
|
II. AVERBODE. Abdijkerk.
|
29
 |
|
III. AVERBODE. Situatieplan der abdij.
|
30
 |
|
9. AVERBODE. Gevel van de abdijkerk (1670-1672).
|
31
bekroond met siervazen, caissons, cartouches, rozetten enz.)
Traditionele elementen verraden echter een eenvoudige middeleeuwse structuur bekleed met ornamenten uit XVII; gotische gewelven met doorhangende sluitstenen, stergewelf in de kruising; gotisch verticalisme met hoge en licht gestructureerde pijlers; onderbreking van het hoofdgestel, rekening houdend met de traveeën; spel van grote vensterramen.
Mooi perspectief vanuit het kanunnikenkoor. Gedeeltelijke restauratie aan de gang (voorgevel) (PI. I en fig. 9).
Mobilair
Kleurrijk barokensemble o.m. verrijkt met : Schilderijen van P.J. Verhaghen (einde XVIII): Doksaal van C. Lowijs heden ontdaan van zijn met bossage en gebroken fronton verrijkt middenportiek (door J. Van den Steen, 1668-1670): koorgestoelte van O. Herry (16671672); zijaltaren door Pieter Scheermakers (1702); hoofdaltaar van F. Houssar(t) (door D.G. Bayar, 1753-1757).
Kloostergang (2)
In barokstijl; eerste steenlegging in 1712. Zuidervleugel uit hetzelfde jaar; westervleugel : 1713; noordervleugel : 1716; oostervleugel : 1739-44, onder leiding van G. Godissart.
Kapittelzaal
(1739-1744) met meubilair (1744-47) van F. Houssar(t) uit Namen.
Prelaatskwartier (3)
Opgericht tussen 1712-1732. Ruim vroeg-classicistisch gebouw; twee verd. hoog en zeventien traveeën lang onder een leien wolvedak voorzien van talrijke dakkapellen. Baksteenbouw verrijkt met zandsteen. Pilasters in kolossale orde verlevendigd met Franse voegen flankeren de hoofdingang en markeren het met driehoekig fronton bekroonde middenrisaliet en de uiteinden van de constructie. Rechth. vensters met zandstenen omlijsting en geprofileerde druiplijst voorzien van ramen met roedenverdeling.
Hoofddeur opgevat als portiektravee, op de kroonlijst rust de balustrade van het dieperliggend rondboogdeurvenster van de bel-etage. Twee steekboogdeuren met rechth. bovenlicht in de uiterste traveeën.
Vermeldenswaardig is de binnenin opnieuw gebruikte gotische deur uit XIV, afkomstig uit de voormalige refter.
Classicistische kloostergebouwen (4) uit XVIII gerestaureerd en uitgebreid na 1942.
Gotisch poortgebouw (5) (uit XIV) opgetrokken uit ijzerzandsteen, twee verd. hoog, met steil zadeldak. Begane grond aan veldzijde : korfbooginrijpoort en voetgangerspoortje tussen de zware steunberen; bovenverd. voorzien van uitgewerkte nissen. Neogotische beelden, na ingrijpende restauratie van 1909-10, door J. Geerts.
Fraaie laat-gotische nis met gesculpteerde H. Maagd (ca. 1500) aan de abdijzijde; gewijzigde vensteropeningen (fig. 10).
Links van de poort : paardenstal (6) in traditionele stijl en koetshuis (heden boekhandel) : 1734.
Eerst gastenkwartier (7), later de pastorij, gebouw van de Provisor (rechts van het poortgebouw); gedateerd ANNO 1651; twee verd. hoog langshuis met zijtrapgevel; gebogen zadeldak, op houten modillons, met dakvenster tussen twee dakkapellen, traditionele baken zandsteenstijl met verwerking van ijzerzandsteen. Twee fraaie, doch blijkbaar latere steekboogdeurtjes met imposten, sluitsteen en een ovaalrond bovenlicht tussen twee uitzwenkende volutes. Gewijzigde vensteropeningen.
Tegen de omheiningsmuur : links van de poort : timmerloods en wagenhuis (8) van classicistische strekking : XVIII b.
32
 |
|
10. AVERBODE. Abdij, gotisch poortgebouw.
|
Washuis (9) gedateerd 1623-1625. Twee verd. hoog langshuis met zadeldak en zijtrapgevels; traditionele stijl: kruisramen met dubbele ontlastingsboog overspannen door één grote; eenvoudig rondboogdeurtje.
« Pikkelpoort », gedateerd 1659 (muurankers) (10).
Drukkerij en hoeve : XX (11).